Gaddafi als makelaar

DE DRAAIDEUR IS weer in beweging gekomen. Zes gijzelaars op vrije voeten, een nieuwe gevangen genomen. Het is big business waarin miljoenen dollars omgaan. Abu Sayyaf, de islamitische terreurgroep op het Filippijnse eiland Jolo, treedt in de voetsporen van de op Iran georiënteerde terreurbendes die tijdens de Libanese burgeroorlog van de jaren tachtig goede zaken deden met het in gijzeling nemen van westerlingen. Ook toen volgde op iedere dik betaalde vrijlating onmiddellijk een nieuwe gijzeling. Er was altijd wel een westerling in de buurt die als menselijke handelswaar kon worden geconfisqueerd.

Regeringen staan in dit soort gevallen voor een dilemma: onderhandelen en betalen of dreigen en het been stijf houden? In het geval van Abu Sayyaf komt er nog een complicatie bij: de rol van de Libische leider Gaddafi. Zijn nauwe betrekkingen met de Filippijnse fundamentalisten – hij is hun financier – rechtvaardigen de verdenking van dubbelspel. Maar zijn persoonlijke kwetsbaarheid in het Lockerbieproces, waar twee van zijn handlangers terechtstaan, suggereert dat hij ook iets te verliezen heeft. Wie manipuleert en wie wordt gemanipuleerd is moeilijk vast te stellen. Maar de dankbaarheid die betrokken Europese leiders de afgelopen dagen Gaddafi voor zijn `bemiddeling' bij de vrijlating van de gijzelaars op Jolo hebben betoond, doet het ergste vrezen.

DE NIEUWE GIJZELAAR is een jonge Amerikaan. De regering-Clinton heeft zijn onmiddellijke vrijlating geëist en afgezanten gestuurd om met de plaatselijke autoriteiten te overleggen. Er zal niet met de rebellen worden onderhandeld, heeft Washington alvast laten weten. Abu Sayyaf van zijn kant heeft de vrijlating van in Amerika gevangen zittende islamitische terroristen geëist en gedreigd de gijzelaar te doden als niet op die eis wordt ingegaan. De succesvolle afwikkeling van de vorige gijzeling heeft de bende kennelijk aangemoedigd de inzet te verhogen. Een Amerikaan is meer waard dan anderen op de gijzelaarsmarkt, zo hebben de rebellen beseft.

De Amerikanen hebben ervaring met gijzelnemers. Aan het eind van de achttiende eeuw betaalde de Amerikaanse regering al een fors bedrag aan losprijzen en protectiegeld aan de Barbarijse zeerovers, om gijzelaars vrij te kopen en voortaan van gijzelingen gevrijwaard te zijn. Ook verkochten de VS twee kruisers aan de Algerijnen – `wapens voor gijzelaars' lang voordat president Reagan midden jaren tachtig een soortgelijke transactie afsloot met Iran om gijzelaars in Libanon vrij te krijgen.

DE BARBARIJSE zeerovers lieten zich overigens niet afkopen. Hun zaken waren te lucratief om niet te worden geprolongeerd. Die les geldt ook in de 21ste eeuw. De gijzelingen in Libanon verliepen pas met het einde van de burgeroorlog in dat land. De prijs die daarvoor tot op de dag van vandaag wordt betaald, is de aanvaarding van een feitelijke Syrische bezetting die de verschillende Libanese facties uit elkaar houdt. De Filippijnse regering slaagt er echter al jaren niet in de islamitische rebellie te bedwingen en de criminele uitwassen daarvan uit te bannen. Dat laat Abu Sayyaf de vrije hand om zijn praktijken te continueren. En het biedt Gaddafi de mogelijkheid om zijn rol van `eerlijke makelaar' met verve verder te spelen.