Dennis Quaid

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Dennis Quaid, de man met de charismatische grijns, die in Frequency een bijzondere tijdreis onderneemt om onder meer zijn huwelijk te redden. Onlangs werd bekend dat zijn negen jaar oude verbintenis met actrice Meg Ryan de tijd niet heeft doorstaan.

Zijn oudere broer Randy noemde hem - weinig verrassend - zijn hele jeugd lang `Dennis the Menace' naar het door Hank Ketcham in een krantenstrip getekende notoire kwajongetje. Dat weerhield Dennis Quaid (9 april 1954, Houston) er niet van om zijn broer in de jaren zeventig van Texas naar Hollywood achterna te reizen, om daar in de voetsporen te treden van zijn jeugdhelden Steve McQueen, Marlon Brando en James Dean. Afgaande op Quaids onverwoestbare reputatie als sekssymbool en ladykiller moet je wel concluderen dat er vrouwen zijn die menen dat Quaid dezelfde uitstraling heeft als zijn grote drie. Met zijn fluorescerend blauwe ogen en zijn charismatische grijns, lijkt hij zich als acteur niet erg in te hoeven spannen om toch met een heleboel weg te komen. In Mike Nichols' afkickdrama Postcards From the Edge (1990) bijvoorbeeld speelt hij de tamelijk irritante romantische held van Meryl Streep, iets wat zij eerst niet ziet, omdat hij die scheve glimlach heeft opgezet. Het werd zijn grote doorbraak, terwijl de geflopte Jerry Lee Lewis-biopic Great Balls of Fire (waarin Quaid zelf over de pianotoetsten roetsjte) dat een jaar eerder eigenlijk had moeten worden.

Toepasselijker rollen had hij niet kunnen uitkiezen in die periode. Lewis' manische podiumgedrag werd nog overtroffen door dat van Quaid, wat weer werd veroorzaakt door excessief drank- en drugmisbruik dat zelfs de hoofdpersonen uit Postcards had weten af te schrikken. Op aanraden van vriendin Meg Ryan, die Quaid in 1987 op de set van Innerspace (ze zouden ook nog samen spelen in Flesh and Bone in 1993) had leren kennen, volgde hij een afkickprogramma, waarna in 1991 op Valentijnsdag het huwelijk van Mr. en Mrs. Clean volgde.

Ondanks zijn zorgvuldig gecultiveerde imago als de voorbeeldige echtgenoot van actrice Meg Ryan (wat weleens zou kunnen worden versterkt door het feit dat het filmpubliek niet kan geloven dat die keurige Ryan het met een ondeugdelijk sujet zou kunnen houden) werd onlangs bekend dat hun huwelijk na 9 jaar op de klippen zou zijn gelopen. Niet omdat Ryan een affaire met acteur Russell Crowe (The Insider, Gladiator) zou zijn begonnen, maar eerder het gevolg van Quaids `history of womanizing'. Op de set van Frequency, de sciencefiction thriller van regisseur Gregory Hoblit die nu in de Nederlandse bioscopen is te zien en waarin Quaid een brandweerman speelt die een bijzondere tijdreis onderneemt, onder meer om zijn huwelijk te redden, zou hij zich niet voor de eerste maal aan een jonge figurante hebben opgedrongen. Het is bijna onvoorstelbaar dat iemand die zoveel tijd investeert in de vlotte bink uithangen, ook nog tijd had om in zo'n twintig filmproducties mee te spelen. Als astronaut bijvoorbeeld in Philip Kaufmans The Right Stuff (1983), waarvoor hij zelfs zijn vliegbrevet haalde, of als louche privédetective in The Big Easy (Jim McBride, 1987), als ziekelijke arts in Wyatt Earp (Lawrence Kasdan, 1994), gescheiden vader in de remake van The Parent Trap (1998) of als de legendarische quarterback Jack `Cap' Rooney in Oliver Stone's Any Given Sunday (1999).

    • Dana Linssen