Tricornio

Wat rondstrompelend op het internet beland ik ineens in het museum van de Spaanse Guardia Civil. Ik kan zien wanneer het korps is opgericht en welke wapens en uniformen ze in verschillende periodes droegen. Plotseling zie ik een afbeelding van de `tricornio'. Een hoofddeksel dat met name tijdens het Franco-bewind menigeen de stuipen op het lijf joeg. De oorspronkelijke `driesteek' uit het midden van de vorige eeuw is in de loop van de tijd getransformeerd tot een cilindervormige pet met daarachter een plat vlak in de vorm van een trapezium. Niet alleen de vorm maar ook het materiaal maakte de tricornio's en hun dragers zo opvallend. Ze waren namelijk gemaakt van een zwart glad en glimmend materiaal. Volgens mij hetzelfde spul als waarmee de kettingkasten en jasbeschermers van omafietsen worden gemaakt. Ik heb een aantal keren met de dragers van de driesteek te maken gehad. De eerste keer kampeerde ik even buiten Fuengirola, toen nog een vissersdorpje, samen met een vriend op het landgoed van de minister voor tabakszaken. Althans dat vertelde de tuinman die ons in ruil voor een doos sigaren toestemming gaf onze tenten op het terrein op te slaan. We stonden in de schaduw van wat dennenbomen vlak bij het strand. De minister was niet aanwezig. Al meteen de eerste nacht werden we wreed opgeschrikt door geschreeuw en gesjor en geruk aan onze tent. Toen we verbouwereerd naar buiten kropen zagen we ons omringd door guardia's die hun geweren op ons gericht hielden. Pas na veel vijven en zessen en het opentrekken van een paar flessen wijn konden we ze duidelijk maken dat we niet die hasj- of sigarettensmokkelaars waren waar ze ons voor aanzagen. We mochten blijven staan maar ze kwamen wel elke avond even langs om te controleren of onze wijnvoorraad nog op peil was.

Een paar jaar later, de Generalisimo had het nog steeds voor het zeggen, ontmoette ik Julia op het terras van café Tarrassans in Blanes. Eigenlijk mocht je als progressieve jongeling een barbaars land als Spanje met zijn dictatuur, zijn wurgpalen en zijn stierengevechten niet bezoeken. Daar valt natuurlijk veel voor te zeggen maar achteraf gezien heeft het toerisme in Spanje, en ook in Portugal en Griekenland destijds, misschien toch wel een rol gespeeld in de min of meer vreedzame overgang naar een meer democratische vorm van landsbestuur.

Julia was ook links en met de internationale brigades in het achterhoofd werden we al snel intiem. Op de derde avond na onze kennismaking wandelden we tegen middernacht naar een afgelegen strandje, niet wetend dat we heimelijk gevolgd werden door twee leden van het voornoemde korps. Op het moment dat we tussen de rotsblokken ten volle genoten van de zwoele avond en van elkaar, werden we plotseling verblind door een sterke lichtbundel en niet wetend wie en met hoeveel ze waren graaiden we ons zo snel mogelijk weer in de kleren. Een barse stem beval ons mee te komen. De lantaarn ging voorop, dan wij en achter ons iemand met een pistoolmitrailleur. Volgens de website moet dit een `Skorpion' zijn geweest, makkelijk te verbergen, en door zijn lichte van draad gevormde kolf, handzaam in 't gebruik. Aldus opgebracht en weer terug in het dorp werd Julia afgeleverd bij de tante bij wie ze logeerde en deze werd ter plekke ingelicht over de weerzinwekkende levenswandel van haar nichtje. Ook de ouders van mijn vriendinnetje zouden op de hoogte gesteld worden van haar wangedrag. Zelf werd ik na een ernstige waarschuwing naar mijn hotel gestuurd.

Maar ik ben ook een keer geholpen door een agent van de Guardia Civil. Na autopech stond ik ergens in Noord-Spanje te liften om geld voor de reparatie te halen in een naburig stadje. De banken zouden een uur later sluiten. De passerende agent vroeg waarom ik daar stond en na mijn uitleg ging hij midden op de weg staan en hield de eerste de beste auto aan. Ik zag de bestuurder verbleken, hij zag het lijk kennelijk al drijven. De agent sommeerde de automobilist mij naar de dichtstbijzijnde bank te brengen. De man gehoorzaamde opgelucht.

De laatste keren dat ik in Spanje was heb ik ze niet meer gezien, die zwarte petten. Ze waren uit het straatbeeld verdwenen. Een woordvoerder van de ambassade bevestigde dat dit inderdaad te maken heeft met de reputatie die het korps ooit had. Maar als ik kijk naar de informatie van het museum, behoren de tricornio's nog steeds tot de uitrusting van het korps. Waarschijnlijk houden ze zich ergens schuil, wachtend op betere tijden.