Toezicht op financiën van provincies

De financiële positie van de provincies zal in de toekomst weer direct worden beoordeeld door de minister van Binnenlandse Zaken.

Daartoe heeft minister De Vries (Binnenlandse Zaken) besloten na een drie jaar durende proef, waarbij de bewindsman alleen de verklaringen beoordeelde die Provinciale Staten over de eigen begroting aflegden.

Bij deze zogeheten zelftoets controleerden Statenleden de begroting en rapporteerden zij aan de minister over het financieel beleid van het provinciebestuur.

De Tweede Kamer wees er eerder al nadrukkelijk op dat het rijk een eigen controlerende taak heeft. In navolging daarvan schrijft De Vries aan de Tweede Kamer niet langer voor die zelftoets te voelen en heeft hij besloten dat het ministerie weer zelf gaat controleren.

In zijn brief geeft De Vries een overzicht van de stand van zaken rond de toezeggingen die zijn voorganger Peper heeft gedaan naar aanleiding van de Ceteco-affaire in Zuid-Holland, een jaar geleden. Daarbij was gebleken dat de provincie op aanzienlijke schaal speculeerde en een fors verlies had geleden door geld te lenen aan het noodlijdende handelshuis Ceteco. Ambtenaren bleken met medeweten van het provinciebestuur met miljarden guldens te `bankieren'. Commissaris van de koningin Leemhuis en enkele gedeputeerden traden daarom vorig jaar terug. De Ceteco-affaire was aanleiding tot het rapport `Toezicht op Schrift' waarin suggesties worden gedaan voor de manier waarop het rijk de financiële gang van zaken bij de provincies moet controleren. Op grond daarvan heeft Binnenlandse Zaken nieuwe criteria geformuleerd, die moeten zorgen voor een betere uitwisseling van cijfers maar die ook een eind maken aan de `zelftoets'.

Het toezicht van Binnenlandse Zaken op de financiële gang van zaken bij de provincie Zuid-Holland heeft aanzienlijke tekortkomingen gekend, beaamde Peper vorig jaar in de Tweede Kamer. Eerder had hij al aangegeven dat door de wijziging van de Provinciewet in 1994 zijn ministerie gedwongen was het reilen en zeilen van de provincie van grotere afstand gade te slaan dan voordien gebruikelijk was. Dat nam volgens Peper echter niet weg dat achteraf bezien de verantwoordelijke ambtenaren op Binnenlandse Zaken te goedgelovig zijn geweest en te weinig assertief, nadat van het ministerie van Financiën waarschuwingen waren gekomen van een exploderende leningenportefeuille van het hevig bankierende Zuid-Holland.

De Vries wil zich voortaan als toezichthouder een eigen oordeel over provinciale begrotingen kunnen vormen. Hij meldt in zijn brief ook dat Zuid-Holland inmiddels geen risicovolle leningen meer heeft uitstaan.