Stervensamusement

Meneer rolt in een ziekenhuisbed door de gang. Hij moet onder het röntgenapparaat, want hij heeft een dodelijke vorm van prostaatkanker. Maar het maakt hem niet uit, zegt hij. Elke dag is meegenomen. Hij is 72. ,,U ziet er nog jong uit voor uw leeftijd'', zegt de presentator. De gebruinde meneer glimlacht en bedankt. Ze lachen samen. Het leven een feest en het sterven misschien ook.

Het is geen geringe prestatie van de NCRV om op zoek naar de ideale combinatie van fatsoen en kijkcijfers lijden en sterven onder te brengen bij licht amusement. In Bezoekuur speurt Rik Felderhof met de camera in de aanslag naar bedden met patiënten die ten dode zijn opgeschreven. En ze vinden het niet zo erg, wat hen te wachten staat, zeggen ze vaak. Ze hebben al een goed leven gehad. Maar de meneer van de prostaatkanker kan soms niet slapen van zijn vooruitzichten. ,,Ik heb hoogtepunten en dieptepunten'', zegt hij.

Felderhof is niet benieuwd hoe dat komt en of er nog een Nederlands Christelijke climax op dat sterven volgt, want de kijkcijfers horen op peil te blijven en je moet iedereen in hun waarde laten. Hij speurt alweer naar een nieuw slachtoffer, de oude mevrouw Gerritsen in bed met een buisje in haar hals. Die is volgens de begeleidende tekst sinds de televisie-opname al gestorven. Ze had een tumor in de rug die de dokter veel te laat had gevonden. Helemaal niet erg, had ze tegen Felderhof gezegd, terwijl haar twee oude vriendinnen erbij zaten. Ze was in de tachtig, het werd onderhand wel eens tijd.

Bij al die scènes komt Felderhofs zachte, milde gezicht soms vol in beeld. Als een kat koestert hij zich in het camerazonnetje, glimlachend, het kale plekje op zijn kruin zorgvuldig gecamoufleerd. Dr. Kildare op leeftijd, mooier en stralender dan zijn patiënten. Ik mis de klassieke clavecimbelklanken die hij altijd onder zijn nostalgisch getinte programma De Stoel zet.

Felderhof haast zich verder. De persoonlijke moed en kracht van de verslaafde in de Novadic afkickkliniek – onthoudt die naam als u een probleempje hebt. Ze doen mooi werk daar. Een patiënt van mid-dertig, afgekickt van de alcohol, mag zijn gedicht voorlezen. We horen een reeks zinnen die zijn geïnspireerd op de dagelijkse kost van therapeutenjargon daar. Felderhof vindt het prachtig. En de patiënt wil zich ook nog helemaal gaan wijden aan dichten en schilderen, wat fantastisch. Zijn arbeidstherapie als beroep? Ik krijg twijfels. Als hij tuinman had willen worden of thuiszorger, had ik er wel vertrouwen in gehad. Maar als hij elke dag eenzaam in zijn kamertje gaat piekeren op een nieuw gedicht of schilderij, wordt de fles onweerstaanbaar. En wat doet hij dan?

Ik kan niet anders dan concluderen dat veel kijkers al die dingen niet willen weten, want Rik Felderhof heeft de gouden Televizierring aan de vingers, de belangrijkste publieksprijs. Wat hij maakt, wordt algemeen gewaardeerd, behalve door een cynisch recensent als ik. Zijn programma's bieden een troostende pastelblik op de wereld.

Ik voel mij meer aangetrokken tot het realistische Oud op de Nieuwmarkt van Hans Polak, over een bejaardentehuis aan de overkant van de Amsterdamse Zeedijk. Polak had er een populaire Felderhof-Stoel van kunnen maken met gelukkige oudjes die op muziek van Johnnie Jordaan vol heimwee en levenswijsheden terugblikten op een mooi bestaan in en rond de de hoerenhoreca.

Terugblikken kregen we wel te zien, geïllustreerd met zwart-wit-archiefbeelden, maar behalve nostalgie presenteerden de oudjes de ellende, de bittere armoede en de ruzies van toen die tot nu doorgingen. Sommigen konden zich niet schikken in ouderdom en gebrek, anderen berustten. Ik zag de verveling en de sleur van het dagelijkse bestaan in zo'n tehuis en de pogingen tot gezamenlijk spel met gekanker en gescheld. Zakdoekdansen, kienen, ballen rollen, vroeger hadden ze wel wat beters te doen, toch moet het maar. Zulk realisme amuseert míj.

    • Maarten Huygen