Post-fusiemalaise: fit of flop

Vopak bevestigde de bange vermoedens. Steeds meer topmanagers worstelen met post-fusieproblemen: perfect fit of pijnlijke flop.

De argumenten liggen steevast klaar.

,,Binnenkort zijn er maar een paar grote spelers over en wij willen daar één van zijn.''

Of: ,,In onze markt is het eten of gegeten worden.''

En: ,,Onze activiteiten sluiten naadloos aan, dit is een perfect fit. Een fusie waar één plus één drie is.''

Steeds duidelijker wordt echter dat fusies en grote overnames hun magie verliezen en op de financiële markten met meer scepsis worden bejegend. De negatieve reacties van beleggers en analisten op de voorgestelde krachtenbundelingen van bijvoorbeeld HBG en Boskalis en Internatio-Müller en Stork zorgden ervoor dat de fusiepapieren niet zijn getekend.

De lijst van bedrijven die wél fuseerden maar de verwachtingen niet waarmaken, groeit eveneens. Afgelopen vrijdag bevestigde chemicaliënvervoerder en opslagbedrijf Vopak de bange vermoedens van de financiële markten dat de extra resultaten van de vorig jaar in gang gezette fusie tegenvallen.

De zogeheten synergievoordelen, die het voordeel van de fusie tot uitdrukking moeten brengen, komen niet uit op de beloofde 20 miljoen euro, maar blijven dit jaar steken op 12 miljoen. Twee van de vier bestuurders vertrokken eerder wegens onenigheid over de strategie. Grootaandeelhouder HAL, een investeringsmaatschappij, hield vrijdag met agressieve aankopen de beurskoers van Vopak op peil en bezit nu bijna 40 procent van de gewone aandelen.

Op papier staan fusies en overnames garant voor een groeiversnelling van omzet en winst. Samengevoegde activiteiten hebben meer slagkracht, in overlappende activiteiten kunnen kosten worden gereduceerd, de basis is breder voor verbeterde productie en/of dienstverlening. En er is extra voordeel in deze tijden van geloof in aandeelhouderswaarde: hoe groter het concern, hoe meer kans op een plaats in een toonaangevende beursgraadmeter die grote beleggers als basis gebruiken voor hun effectenportefeuille.

De praktijk is anders.

Automatiseerder Getronics kampt met hogere dan verwachte druk op zijn marges na de miljardenovername van het financieel kwakkelende Wang Global. Ruim drie maanden na de krachtenbundeling van de informatietechnologiebedrijven Astra en Avalaix tot Aino volgde een onverwachte waarschuwing dat de winstprognose niet wordt gehaald. Dan is er nog het drama Vedior: bestuurlijk onthoofd na de mislukte financiering van een miljardenovername, die vorig jaar is gedaan.

En het personeel van Hoogovens maakt zich steeds meer zorgen over de mate waarin de fusie van Hoogovens en British Steel tot Corus nog als succes kan worden aangemerkt. De Corus-aandelen verdwijnen uit de Britse beursgraadmeter FT-100, zodat het fonds niet meer aantrekkelijk is voor indexbeleggers. De koers staat op een dieptepunt. ,,Je kunt wel zeggen dat het je niets doet, maar dat werkt mensen toch op hun zenuwen'', zegt een ervaren belegger.

,,Misschien hebben we allemaal wel iets te veel gewild en cultuurproblemen, zoals bij Vopak, onderschat'', zegt eerder genoemde belegger. ,,Zij zijn decennia elkaars erfvijanden geweest. Niemand stelt ook een fusie van Ajax en Feyenoord voor.''

De vuistregel van elke topmanager is dat zijn fusie de perfect fit is. De vuistregel van wetenschappelijk onderzoek is dat de helft of meer van fusies en overnames mislukt, althans geen extra waarde oplevert voor de aandeelhouders.

Een rode draad in de fusiemalaise is moeilijk te vinden. Waar houden interne fusieproblemen op en beginnen externe oorzaken, zoals de terugval van opdrachten, waarvan Aino en Getronics zoveel last zeggen te hebben. Corus kampt met het dure Britse pond.

Zijn het juist defensieve fusies die nu zwakke resultaten opleveren? Vediors miljardenovername vorig jaar klinkt nu als een mislukte vlucht naar voren. Hoogovens' fusie valt in dezelfde categorie. ,,Maar wat was er gebeurd als zij die zaken niet hadden ondernomen'', zegt eerder genoemde zakenbankier. ,,Dan was het wellicht nog slechter geweest. Je zit als topmanager ook in een soort val.''

    • Menno Tamminga