Nederland moet zich bezinnen op nucleaire taak

Rusland legt in zijn militaire doctrine steeds meer nadruk op tactische nucleaire wapens. Europa moet de onderhandelingen over START III aangrijpen, om deze kernwapens uit te bannen, vinden Kees Homan en Bert Kreemers.

De betekenis van kernwapens heeft de afgelopen tien jaar een ongekende verandering ondergaan. Het nieuwe Strategische Concept van de NAVO noemt inzet van kernwapens door het bondgenootschap uiterst onwaarschijnlijk. In de nucleaire krachtsverhoudingen hebben zich eveneens opvallende veranderingen voorgedaan. De Verenigde Staten en Rusland beschikken nog maar over een kwart van hun in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw opgebouwde strategische bewapening. Verdere verminderingen van de strategische nucleaire arsenalen liggen na de Amerikaanse presidentsverkiezingen in het verschiet.

Deze veranderingen kunnen niet los worden gezien van de wijzigingen in de internationale veiligheidssituatie. Dreigingen van het Amerikaanse en bondgenootschappelijke grondgebied waartegen inzet van kernwapens soelaas zou bieden, zijn er niet meer. Het klassieke veiligheidsprobleem, waarbinnen Oost en West door middel van afschrikking met kernwapens voor veiligheid zorgden, is opgelost. Maar andere, hedendaagse conflictsituaties noodzaken tot het opbouwen van een vermogen dat onmiddellijk inzetbaar is en minimale risico's voor de veiligheid van de eigen militairen met zich meebrengt. Zo'n vermogen is nodig voor een geloofwaardig beleid gericht op conflictpreventie en – als dat tekortschiet – voor daadwerkelijke inzet ter beteugeling van een uitgebroken conflict. Diplomatieke druk om geweld te voorkomen is futiel als de bij een conflict betrokken partijen weten dat het nog lang wachten is op interventie en er geen middelen zijn om daadwerkelijk in te zetten. Kernwapens vervullen onder dergelijke omstandigheden geen geloofwaardige functie.

Wat geldt voor de strategische nucleaire arsenalen, geldt in dit verband nog sterker voor de tactische kernwapens. Deze wapens zijn vaak al eenzijdig afgeschaft. Een groot deel – kruisraketten, Pershing-II en SS-20 raketten – is in een van de wapenbeheersingsovereenkomsten tussen de Verenigde Staten en de toenmalige Sovjet-Unie tot nul teruggebracht.

Maar een restcategorie – zo'n negenhonderd Amerikaanse en meer dan vierduizend Russische kernladingen – wordt aangehouden en staat vooralsnog niet ter discussie. Aan Amerikaanse kant gaat het voornamelijk om vrijevalbommen, die door gevechtsvliegtuigen als de F-16 kunnen worden afgeworpen. Het gaat ook om een taak die vanaf Europees grondgebied door landen als Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, België en Nederland kan worden uitgevoerd. De militaire ratio van deze taak is wegens het geringe bereik achterhaald. De landen aan de oostelijke grenzen van het NAVO-verdragsgebied zijn lid van het bondgenootschap of partner in het Partnership for Peace Program.

Binnen het bondgenootschap is men het erover eens dat gebruik van of dreigen met inzet van tactische kernwapens uiterst onwaarschijnlijk is bij de nieuwe taak van de NAVO voor inzet bij crises in de Euro-Atlantische regio. Een militair ongeloofwaardige taak tast op den duur ook het politieke argument voor een betekenisvolle rol van deze wapens aan. Dat argument luidt dat het behoud van deze taak, verspreid over zoveel landen, de band tussen Washington en de Europese landen binnen de NAVO zou behouden. Van politiek veel grotere betekenis voor een stevige transatlantische band zijn de versterking van de conventionele capaciteit van de Europese landen en de aanwezigheid van honderdduizend Amerikaanse militairen in Europa, onder meer in vredesmachten op de Balkan. De tactische kernwapentaak is een levend fossiel in de bondgenootschappelijke samenwerking tussen de Verenigde Staten en de Europese landen.

In de Russische nucleaire doctrine wordt in toenemende mate de nadruk gelegd op deze tactische nucleaire wapens. Voor de NAVO waren tactische kernwapens een instrument om een grootschalig conflict af te schrikken en te voorkomen. Voor Rusland zijn deze wapens nodig om een beperkt conflict te `de-escaleren'. Ruslands tactische kernwapens moeten de tekortkomingen in de eigen conventionele bewapening compenseren en een tegenwicht bieden tegen de kwalitatief betere conventionele middelen van denkbare tegenstanders van de Russische strijdkrachten.

Dit komt naar voren in vorig jaar in oefeningen gedemonstreerde integratie van kernwapens in de Russische strategische planning. Deze renaissance van de Russische tactische nucleaire wapens is voor Europa een gevaarlijke ontwikkeling. Er moet Europa veel aan gelegen zijn dit gevaar door regulering, bij voorkeur zelfs afschaffing, van tactische kernwapens te neutraliseren. Het is dan ook van groot belang de tactische kernwapenarsenalen te betrekken bij de komende START-III-onderhandelingen over verdere verminderingen van de kernwapenarsenalen van de Verenigde Staten en Rusland.

Oud-minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo heeft er ooit op gewezen dat de wereld met een daverende knal het nucleaire tijdperk is binnengetreden en deze episode slechts op kousenvoeten kan verlaten. Die uitweg bieden de volgend jaar te beginnen onderhandelingen voor START-III. De inkt van het slotdocument van de recente toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag is nauwelijks droog. De vijf erkende kernwapenmogendheden hebben daarin ondubbelzinnig vastgelegd verdere stappen te zetten op weg naar de algehele uitbanning van kernwapens. De NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken hebben tijdens hun laatste bijeenkomst in mei verklaard, dat zij zullen meewerken aan de uitvoering van deze afspraken.

Een kernwapenvrije wereld is en blijft een utopie, maar de komende maanden bestaan er wel reële mogelijkheden om de afschaffing van de tactische kernwapens aan te kaarten. De nieuwe Amerikaanse president zal zich eind dit jaar en begin volgend jaar moeten oriënteren op de onderhandelingsstrategie in de START-III-onderhandelingen. Eind dit jaar beraden de NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken zich over verdere wapenbeheersingsmogelijkheden. Ten slotte maakt Nederland zich op korte termijn op voor de besluitvorming over de vervanging van de F-16. In de totale afweging bij zo'n besluit mag een standpunt over de zin en noodzaak van de voortzetting van de nucleaire taak van Nederland niet ontbreken.

Kees Homan, generaal-majoor der mariniers b.d., en Bert Kreemers zijn verbonden aan het Instituut Clingendael.

    • Kees Homan
    • Bert Kreemers