Moeder

Ja, met mijn moeder gaat het ook goed, dank je. Heel goed eigenlijk, want ze is nu al over de tachtig en ze doet alles nog zelf.

Toen ze laatst uit de stad kwam besloot ze bij de Hema een bordje pasta te gaan eten. Als ze dan thuis kwam was ze meteen klaar.

Ze zette haar bordje pasta op een leeg tafeltje bij het raam maar merkte dat ze geen bestek had meegenomen. Toen ze terug kwam met haar bestek en een servetje, zag ze tot haar stomme verbazing dat er een man tegenover haar was gaan zitten, die van háár bordje zat te eten. Het was een beetje een rare man, met een rond petje. Ze was te verbouwereerd om een woord te zeggen. Achteraf bedacht ze dat die man misschien toch geen Nederlands verstond. Hoe dan ook, ze sprak geen woord en trok haar bordje terug naar zich toe en begon te eten. Terwijl ze at trok de man het bord naar zich toe om verder te eten. Dat ging zo door tot het bordje leeg was. Daarna stond de man op, liep naar de balie en kwam terug met twee koppen koffie. Die dronken ze samen op, waarna de man opstond en wegliep. Dit alles zonder dat er een woord werd gesproken.

Mijn moeder overdacht dat ze zoiets raars haar hele leven nog niet had meegemaakt, maar liet het er maar bij en stond ook op om naar huis te gaan. Toen ontdekte ze tot haar schrik dat haar tas was verdwenen, terwijl ze hem naast haar stoel op de grond had gezet toen ze bestek ging halen.

Ze rende naar de uitgang: de man met het ronde petje was in geen velden of wegen meer te zien. Niet wetende wat ze nu moest doen of hoe ze moest thuiskomen liep ze weer naar binnen. Toen ze bij haar tafeltje kwam ontdekte ze een eindje verderop haar tas, naast een bordje pasta.

    • J.A. Karels