Mandela stamhoofd buiten Afrika

Een jaar na het neerleggen van zijn presidentschap is Nelson Mandela nog zeer actief als bemiddelaar. Maar hoeveel gezag heeft een ouderwets stamhoofd eigenlijk?

Zijn naam doet deuren openen en tovert een glimlach op menig gezicht. Maar zelfs de naam Nelson Mandela is nog geen garantie voor succes, zo bleek gisteren bij de ondertekening van een vredesakkoord in Burundi. De ondertekenaars nemen zich voor binnen drie maanden parlementsverkiezingen te houden in het door burgeroorlog verscheurde land. Maar door het ontbreken van de handtekeningen van maar liefst vijf Tutsi-leiders kan het akkoord nauwelijks een succes worden genoemd.

Mandela, die ruim een jaar geleden aftrad als president van Zuid-Afrika, is een graag geziene bemiddelaar in conflicten waar dan ook ter wereld. Hij is 82, maar het werk dat Mandela nog altijd opknapt is dat van een man in de kracht van zijn leven. Hij bemiddelt in Burundi, praat met leiders in het Midden-Oosten, reist binnenkort naar Oost-Timor om de eerste verjaardag van de onafhankelijkheid te vieren en slaat intussen talloze andere verzoeken tot bemiddeling af wegens tijdgebrek.

Het lijkt wel alsof Mandela gedurende de 27 jaar (1963 tot 1990) dat hij politiek gevangene van de apartheid was, de biologische klok stilzette. Deze jaren tellen niet, moet hij toen tegen zichzelf hebben gezegd. Hij hield er in de cel – en nog steeds – een Spartaanse levensstijl op na: vroeg opstaan, lichamelijke oefeningen (boksen), geen drank en niet te veel eten. Zijn gevangenistijd trekt hij af van zijn leeftijd, om zo door het leven te gaan als een 55-jarige.

Al tijdens zijn ambtstermijn als president, tussen 1994 en 1999, wierp Mandela zich op als de grote internationale verzoener. In Afrika oefende hij druk uit op de toenmalige militaire junta van Nigeria om het veld te ruimen, in Zaïre (nu Congo) poogde hij te bemiddelen tussen heerser Mobutu en diens belagers onder aanvoering van Laurent Kabila. Zowel de Nigeriaanse militairen als Mobutu hebben inmiddels het veld geruimd, al is het zeer de vraag of dit zonder Mandela's bemoeienis niet ook was gebeurd. In het geval van Congo zijn de problemen onder Kabila trouwens niet minder dan ten tijde van Mobutu.

Waarschijnlijk was zijn invloed op de ontwikkelingen in Oost-Timor groter. Tijdens een staatsbezoek aan Indonesië in 1997 deed Mandela wat niemand anders daarvoor had aangedurfd, hij bruuskeerde zijn gastheer president Soeharto door een ontmoeting te forceren met de gevangen Timorese verzetsstrijder Gusmão. Het moet voor de machthebbers in Jakarta de ogen hebben geopend. Mandela trok een lijn tussen zijn strijd tegen de apartheid en het verwoede streven van de Oost-Timorezen voor vrijheid.

Mandela bemoeide zich ook met Noord-Ierland, poogde in het Midden-Oosten (tevergeefs) Israel en de Arabieren naderbij te brengen en werd gevraagd te bemiddelen op de Balkan, hetgeen hij wegens tijdsgebrek afwees.

Maar bij al die aandacht voor zijn persoon kwam Mandela er achter dat zijn status als kampioen van de mensenrechten vooral buiten Afrika geldt. Hij overschat op `zijn eigen continent' wel eens de mogelijkheden, zo is ook in Burundi weer gebleken. In Afrika stelt hij zich op als het ouderwetse stamhoofd dat met een indaba, een bijeenkomst onder de boom, alle problemen wil oplossen. Daarin schuilt een zekere romantisering van het verleden, die gebruikelijk is onder de zwarte politieke elite van Zuid-Afrika. Vroeger, voor de komst van de blanken naar het continent was alles beter. Mandela's opvolger als president, Thabo Mbeki, heeft van deze romantiek een politiek doel gemaakt. Afrika, het geplaagde continent, kan alleen door een Renaissance worden gered, een wedergeboorte van de normen en waarden van weleer.

Mandela en Mbeki slaan dan gemakshalve de vreselijke oorlogen en conflicten over die op het Afrikaanse continent hebben gewoed, ook vóór de komst van de blanken of zonder koloniale bemoeienis. Want zoals overal elders ter wereld hebben ook Afrikaanse volkeren elkaar sinds mensenheugenis naar het leven gestaan. Mandela weet dit heel goed, maar met het uitspreken van het `alle Afrikanen zijn broeders' hoopt hij dat ze het ook zullen worden.

Mandela's status vooral buiten Afrika nog groot

    • Lolke van der Heide