La guerre de Camembert

Een lekkerbek heeft nooit vakantie. Waar hij ook is, het `terroir' vraagt om verkenning. Altijd valt er een specialiteit van de streek te proeven, een artisanaal brood of een lokale kaas te keuren, dan wel dient de noodzaak van een vergelijkend ijsjesonderzoek zich aan. Ook moeten brouwerijen, kaasfabrieken, palingrokerijen, vismarkten, worstmakerijen en wijnhuizen worden bezocht, net als de plaatselijke azijn-, brood-, kaas-, mosterd-, pasta-, pluimvee- en taartjesmusea en het overige aanbod aan gastronomische bezienswaardigheden. Meestal is het pure plichtsbetrachting, want culinair toerisme is zelden echt opwindend.

Zo heet een verzameling afgedankte kaasmakerswerktuigen al gauw een kaasmuseum. Als het knullige eens niet overheerst, dan is de pr-afdeling van de zuivelmultinational druk in de weer geweest en wordt lof gezongen over de hygiënische productie, de constante kwaliteit en de wereldwijde afzet.

Wie bij het maken van kaas denkt aan nijvere boerinnen in boerderijen temidden van grazige weiden, moet eens naar het Belgische Passendale gaan. Daar stuit de culinaire toerist op een fabrieksgebouw van Campina. Dat valt nog mee, in Kollum, Leerdam en Maasdam heb ik helemaal geen kaasfabriek kunnen vinden.

Met die ervaringen in het achterhoofd, was het een hele opluchting dat we uiteindelijk toch het plaatsnaambordje Camembert zagen en, wat hoger de heuvel op, een vredig plaatsje. Camembert telt 185 zielen – het is zo'n dorp dat geen inwoners heeft, maar zielen telt. De rust blijkt bedrieglijk.

,,Wij staken'', staat er met grote witte letters op een zwart zeil. Het zal toch niet waar zijn dat de productie van camembert in gevaar is? Met hooibalen is een aanplakmuur opgericht. Kopieën van brieven, artikelen uit de regionale, de landelijke en zelfs de wereldpers maken duidelijk dat zich hier een bittere strijd afspeelt. Steen des aanstoots is een minuscuul museumpje van nog geen zes vierkante meter. Museumpje is nog een groot woord voor het winkeltje van de Engelse Rosemary Rudland. Voor ze in staking ging verkocht ze er kaas en stelde ze enige kaasparafernalia ten toon.

Het fijne van de vete wordt niet helemaal duidelijk. In elk geval is burgemeester Gaubert de tegenspeler. Op foto's zien we de burgemeester hem kennelijk onwelgevallige artikelen van de muurkrant afrukken en op een andere foto wordt hij betrapt met een getrokken mes. Ooit heeft hij mevrouw Rudland en haar vriend Barbieri fysiek bedreigd en daarvoor is hij tot een maand voorwaardelijke celstraf veroordeeld. ,,Blijf er met je fikken van af, Gaubert'', staat nu bij de muurkrant.

De burgemeester mag opvliegend zijn, ook de tegenpartij slaat wild om zich heen. Het tegenover gelegen La maison du camembert, dat onder de protectie van de burgemeester staat, wordt wetsovertreding verweten. De firma Président, de kaas- en botermultinational, die een paar maanden geleden ook een informatiecentrum in Camembert heeft geopend, wordt beschuldigd van het aanlengen van melk met water. Een merkwaardige beschuldiging, van water is het lastig kaas maken.

Bij Président weten ze van de prins geen kwaad. In een gelikte presentatie zingen ze de lof over de hygiënische productie, de constante kwaliteit en de wereldwijde afzet. Président rules the world.

Met een bezwaard gemoed gaan we La maison du camembert binnen. Ik koop er een rauwmelkse camembert. ,,De enige die nog in Camembert zelf wordt gemaakt.'' De bezoekers naast me zeggen dat er aan de overkant, bij Président, ook camembert wordt verkocht. Met nauwelijks verholen afkeer zegt het meisje van de camembert uit Camembert, dat de kaas van de overzijde niet alleen in de fabriek is gemaakt maar ook van `elders' komt.

De strijd tussen ambachtelijk vakmanschap en grootschalige productie, overheidsdirigisme tegenover particulier initiatief, messentrekkerij en flessentrekkerij, zo leuk kan culinair toerisme ook zijn.

De gastheer van restaurant L'Assiette Gourmande, in het zestig kilometer verderop gelegen Honfleur, bij het serveren van de kaas geconfronteerd met onze ervaringen in Camembert, verzucht hoofdschuddend: ,,Camembert, Camembert!''