Kudelstaart

Op een mooie augustusdag reisde ik in een avontuurlijke bui naar Kudelstaart. Ja, waarom niet? Ik was er nooit geweest, het scheen fraai te liggen aan de Westeinder Plassen bij Aalsmeer en daar ging het mij vooral om Wim Kan had er zijn halve leven gewoond. Al in zijn autobiografie Corry en ik uit 1953 beschrijft Kan hoe hij soms `heel triest en terneergeslagen' voor zich uit zit te kijken, bezorgd over al het werk dat hem te wachten staat. ,,Dan zie ik de contracten met al die theaters in Nederland spiegelend in het stille water van de Westeinder.''

Zijn huis stond er gelukkig nog. Na enig zoeken vond ik het aan de Herenweg 78, dicht tegen de rand van de plas en even buiten de kom van het dorp. De kleine, eenvoudige, witte villa zag er verlaten en onderkomen uit. Er stond een kapotte zonnewijzer in de verwaarloosde tuin. ,,Volk!'' riep ik, ook al blijft het een belachelijke zegswijze voor iemand die alleen is. Geen reactie.

Ik liep de achtertuin in, al even haveloos als de voortuin. Daar stond datgene waarvoor ik vooral gekomen was: het befaamde werkhuisje van Kan dat hij 360 graden kon draaien om zo optimaal mogelijk het zonlicht te vangen. Het bleek niet meer dan een verweerd, houten tuinhuisje met alleen een hoge ijskast en een stoel.

Ik ging in een van de versleten rotan stoelen voor het huisje zitten en overzag de `één hectare absolute rust', zoals Kan het omschreef. Hij had een adembenemend uitzicht over de plas en woonde volkomen vrij. Zijn huis was noch vanaf de weg, noch vanaf de plas goed zichtbaar. Het volmaakte isolement. En als er onverhoopt toch bezoekers kwamen, konden ze op een bordje aan het hek lezen dat ze eerst een afspraak moesten maken.

In het dorp zagen ze hem vrijwel nooit, vertelde een oude kweker me. ,,Hij was erg op zijn eigen.'' Wél had hij eens een groot aantal dorpsgenoten vrijkaartjes voor een voorstelling gegeven. Een buurman wist te vertellen dat het huis net was doorverkocht en dat de nieuwe eigenaar afbraak overwoog. Ik schrok. Als hij maar niet het werkhuisje... ,,Het is al niet meer draaibaar'', zei de buurman.

Het klonk alsof ook werkhuisjes op hun oude dag reuma kunnen krijgen. Arm werkhuisje. Een van de interessantste oeuvres van het Nederlandse cabaret was er ontstaan. Kan had er ook een groot deel van zijn dagboeken geschreven. Maar de vergankelijkheid ervan zou hem niet verbaasd hebben. Op 7 september 1960 15.20 uur, drieëntwintig jaar voor zijn dood, schreef hij er deze regels: ,,Het is ineens een stille herfstdag. Moeten nu dadelijk weer naar Rotterdam. De plas is groen en rimpelloos. Er roeit een bootje vol meisjes in de richting van Van Hall. (De oud-burgemeester van Amsterdam had een huisje naast Kan F.A.) Dat is Wim Kan daar, hoor ik een meisje zeggen. Er komt geen enkele reactie op. De boot houdt haar zelfde tempo. Ach, over enige tijd zijn we allemaal dood. Daar woonde Wim Kan, zeggen ze dan misschien nog wel eens, maar vermoedelijk niet.''

    • Frits Abrahams