Kroatische getuige tribunaal vermoord

In de Kroatische stad Gospic is gisteren een Kroaat vermoord die twee jaar geleden voor het Joegoslavië-tribunaal als getuige een boekje open heeft gedaan over Kroatische oorlogsmisdaden jegens Kroatische Serviërs in 1991.

Milan Levar (46) werd gedood door de ontploffing van een bom of handgranaat die op de binnenplaats van zijn woning in Gospic ontplofte.

Levar schokte in 1997 het Kroatische publiek met zijn getuigenverklaring voor het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië, waarin hij uiteenzette hoe Kroatische militairen tijdens de oorlog in 1991 in Gospic en omstreken plaatselijke Serviërs en kritische Kroaten executeerde. Het was de eerste keer dat een Kroaat Kroaten beschuldigde van oorlogsmisdaden tegen Serviërs. De meeste Kroaten zagen en zien de oorlog van 1991 uitsluitend in termen van Servische agressie jegens het onschuldige Kroatië, waarin Serviërs uitsluitend daders en Kroaten uitsluitend slachtoffers waren. In en rond Gospic werden door de militaire commandanten Tihomir Oreškovic en Mirko Norac ten minste 120 Serviërs en protesterende Kroaten vermoord. Na de uiteenzettingen van Levar – die zelf betrokken was geweest bij de verdediging van Gospic tegen Servische milities en het Joegoslavische Volksleger – kwam het tot onthullingen, zoals die van Miroslav Bajramovic, die in een vraaggesprek vertelde hoe hij in Gospic meer dan negentig Serviërs folterde en vermoordde. Hij werd, samen met een aantal andere daders, vorig jaar door een Kroatische rechtbank tot een lichte – volgens velen hooguit symbolische – straf veroordeeld. Levars uitlatingen voor het Joegoslavië-tribunaal hebben (nog) niet geleid tot formele en openbare aanklachten.

Sinds 1997 is Levar herhaaldelijk met de dood bedreigd. Hij stond met het oog op die dreigementen regelmatig onder politiebescherming. De dreigementen namen in aantal toe nadat in april op last van het Joegoslavië-tribunaal in Gospic en omgeving werd begonnen met het opgraven van Servische slachtoffers. Plaatselijke oorlogsveteranen en ultra-rechtse groepen demonstreerden tegen het zoeken naar de massagraven en Levar beklaagde zich dat zijn leven en dat van zijn familieleden voortdurend in gevaar was.