Jospin verliest vriend en lastpost

Met het vertrek van minister Chevènement van Binnenlandse Zaken verliest de regering-Jospin opnieuw een politiek zwaargewicht. Maar Jospin weet precies wat hij doet.

Lionel Jospin raakt langzamerhand al zijn oude vrienden in zijn regering kwijt. Vorig jaar moest de Franse minister-president afscheid nemen van zijn vertrouweling en minister van Financiën, Dominique Strauss-Kahn, nadat die in opspraak was gekomen door frauduleuze handelingen in zijn verleden als advocaat. Vijf maanden geleden stuurde Jospin zelf zijn jeugdvriend Claude Allègre weg, die als minister van Onderwijs zoveel weerstand had opgeroepen dat hij onhoudbaar werd. Maar het gevoeligste verlies komt vandaag, met het opstappen van zijn oude studievriend Jean-Pierre Chèvenement van Binnenlandse Zaken.

Chevènement was de `republikeinse steunpilaar' van de breedlinkse coalitie die Frankrijk sinds 1997 regeert. Als minister van Binnenlandse Zaken was hij een overtuigde ,,eerste smeris van Frankrijk'' die met de rechtse oppositie kon wedijveren in strenge betogen over het belang van veiligheid, nationale waarden, en grenzen aan immigratie. Als anti-Europeaan en pleitbezorger van een sterke en centralistische staat sprak hij een deel van de Franse publieke opinie aan dat alleen republikeinen van rechts hem betwisten.

Met scherpe uitspraken en stug volgehouden principiële opvattingen kon hij rekenen op respect van zijn tegenstanders en zette hij regelmatig de toon voor het politieke debat. Niet zonder zo af en toe door te schieten: zo wekte hij beroering door op het pleidooi van de Duitse minister Fischer voor een federaal Europa te reageren met de opmerking dat Duitsland ,,blijkbaar nog niet genezen was van de trauma's van het nazisme''.

Maar ondanks het verbale schandaalvuurwerk dat bij Chevènement hoort, vormde hij voor Jospin lange tijd een onmisbaar tegenwicht tegen meer liberale krachten in zijn regering. Jospin heeft van het evenwichtsspel tussen al die verschillende componenten – tot nu toe met succes – gemaakt tot zijn `methode': een stijl van regeren die tegelijk daadkracht en openheid uit wil stralen.

Het is geen toeval dat het breedlinkse evenwicht van Jospin nu dreigt stuk te lopen op Corsica. Het door de premier persoonlijk geïnitieerde voorstel het eiland in 2004 een beperkte wetgevende autonomie te geven brengt de waterscheiding aan het licht die dwars door rechts en links Frankrijk loopt. Evenals de republikeinen van rechts ziet Chevènement regionaal zelfbestuur als een bedreiging van eenheid van de Franse republiek. Evenals hen ook ziet hij het akkoord van Jospin bovendien als een knieval voor de Corsicaanse nationalisten die het eiland sinds 25 jaar onveilig maken met aanslagen en onderlingen afrekeningen. De republikeinen vinden dat aan Corsica niets mag worden beloofd voordat het geweld is uitgeroeid.

Jospin dacht er lange tijd ook zo over, maar draaide om na twee aanslagen vorig jaar november. Nu pactiseert hij met liberalen uit de rechtse oppositie en heeft hij de (voorzichtige) steun van president Chirac. Jospin stelt voortaan dialoog en decentralisatie boven de taal van de sterke staat. Over zijn motieven daarvoor kan getwijfeld worden: volgens sommigen dient Corsica nu als laboratorium voor verdergaande decentralisering die Frankrijk in de pas met andere Europese landen moet brengen. Volgens anderen is het Jospin er alleen om begonnen rust `te kopen' op Corsica, om zich van een netelig probleem te bevrijden in de aanloop naar de presidentsverkiezingen in 2002.

In elk geval tekent Jospin met zijn Corsica-beleid voor een verschuiving in zijn `methode' – het is geen toeval dat hij het parlement er vorig jaar november van op de hoogte stelde zonder overleg met zijn minister, Chevènement. Nu zegt hij beleefd het aftreden van Chevènement ,,met spijt'' te accepteren. Maar voor zijn vervanger als minister van Binnenlandse Zaken is Jospin niet op zoek gegaan naar een nieuwe republikeinse vaandeldrager. De opvolger van Chevènement is Daniel Vaillant, nu nog minister van Parlementaire Betrekkingen en verder `gewoon' een trouwe `jospinist' uit de socialistische partij. Conclusie: het binnen boord houden van alle bloedgroepen in de regering wordt gaandeweg steeds meer ondergeschikt aan de eigen afwegingen van de minister-president.