In Zuid-Italië bestaat een ware brandindustrie

Het zuiden van Europa, van Portugal tot Griekenland, wordt weer geteisterd door talloze branden. In Italië is er dikwijls opzet in het spel. `Hoe meer brand, hoe meer werk en hoe meer geld.'

Peppino moet ergens rond de zestig zijn. Hij wil niet veel persoonlijke details kwijt, maar zijn gegroefde gezicht laat zien dat het leven in het zonnige en arme Zuid-Italië keihard kan zijn. Werk is er meestal niet, en Peppino moest nog twee jaar werken om aanspraak te kunnen maken op een pensioenuitkering. Tegen Italiaanse journalisten vertelde hij: toen heb ik maar brand gesticht.

Het bleek allemaal buitengewoon simpel. In de gloeiende hitte van Calabrië kan iedereen een bosbrand op gang zetten. ,,Ik was nog niet terug in het dorp of ik had al werk in de hulptroepen'', vertelde hij. En daarna ging alles zoals voorzien. De berg moest worden herbebost. Ineens was er werk voor het hele dorp, jarenlang. Peppino werkte de vereiste minimumperiode om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering en daarna op een pensioen, en is nu een tevreden man. ,,Wat had ik anders moeten doen?''

Droogte, hoge temperaturen en harde wind verklaren veel van de schade die de tientallen bosbranden aanrichten die Italië teisteren, elke zomer weer. Soms ligt de oorzaak bij achteloos weggegooide sigarettenpeuken, bij ondoordachte kampvuren. Maar meestal is het vuur aangestoken. ,,Ik twijfel er niet aan dat het allemaal aangestoken branden zijn'', zegt de officier van justitie in de Calabrese stad Locri, Rocco Lombardo, over de vuren die er nu woeden. ,,Ik geloof niet in zelfontbranding.''

In het zuiden van Italië bestaat een ware brandindustrie, zegt Ferdinando Di Mezza. Hij maakt deel uit van het bestuur van de milieu-organisatie Legambiente en is voorzitter van de afdeling in de Zuid-Italiaanse regio Campanië. Dit jaar is in zijn regio al meer dan drieduizend hectare vernield. ,,Hoe meer brand, hoe meer werk en hoe meer geld'', constateert hij verbitterd.

Het zijn allang niet meer de herders die nieuwe weidegrond nodig hebben voor hun kuddes die de belangrijkste groep pyromanen zijn. Speculatie in onroerend goed is nog steeds een factor. Er zijn wel nieuwe regels gekomen dat in principe op afgebrand bos geen huizen gebouwd mogen worden, maar die worden niet overal toegepast. Aan de randen van het getroffen gebied is vaak wel wat te ritselen. Maar de meeste brandstichters laten zich leiden door de ontdekking dat een goede bosbrand voor jaren werk kan opleveren. ,,Het blussen, het schoonmaken na de brand en de herbebossing worden rijkelijk betaald door de regio'', constateert Di Mezza. Hij vertelt dat met de contracten daarvoor honderdduizend gulden gemoeid is. Bovendien worden de werkopdrachten vaak via speciale spoedprocedures verleend, wat een gevaarlijke mate van gesjoemel mogelijk maakt.

Vlak voor het zomerreces heeft het kabinet de straffen op brandstichting verhoogd. Pyromanen riskeren twee tot vijftien jaar gevangenisstraf. Gezien de grote hoeveelheid bosbranden deze maand lijkt er weinig afschrikkende werking van uit te gaan. En Di Mezza zegt dat je bijna zonder risico brand kan stichten: je laat in benzine gedrenkt zand achter in een glazen fles, en de felle zon en de hitte doen de rest.

Tot nu toe zijn er dit jaar ongeveer 130 mensen aangehouden op beschuldiging van brandstichting. Volgens de politie is dat een schijntje. Minister van Landbouw Alfonso Pecoraro Scanio zei vorige week dat de brandstichters steeds actiever worden. Het enige lichtpuntje is dat ook de brandbestrijding effectiever wordt.

Alleen al deze zomer zijn er 6.000 branden geweest, zo maakte Staatsbosbeheer gisteren bekend. Er is 65.000 hectare bos en struikgewas in rook opgegaan. Op jaarbasis zijn er 8.000 branden en is 83.000 hectare verloren gegaan. De vice-directeur van Staatsbosbeheer, Fausto Martinelli, zei dat de branden bijna overal het werk zijn van pyromanen die profiteren van het droge weer.

De meeste schade is aangericht in Zuid-Italiaanse regio's Apulië, Calabrië, Sardinië en Campanië. Opvallend is dat de Noord-Italiaanse regio's Trentino-Alto Adige en Friuli-Venezia Giulia betrekkelijk immuun lijken te zijn voor bosbranden. Het regent daar iets vaker en het is er iets minder heet. Maar nog belangrijker: de werkloosheid is daar aanzienlijk lager dan in het zuiden.