Historicus wil af van `politionele acties'

. Het is `minder juist' om de benaming `politionele acties' te hanteren voor het militaire ingrijpen in Indonesië in 1947 en 1948. In plaats daarvan kan beter worden gesproken over de Eerste en de Tweede Nederlands-Indonesische Oorlog.

Van een formele oorlogsverklaring was wel geen sprake, maar aard en doel van de vijandelijkheden laten eigenlijk geen andere benaming toe. Dat stelt de Leidse historicus H.W. van den Doel in zijn studie Afscheid van Indië; de val van het Nederlandse imperium in Azië, die vandaag is verschenen bij uitgeverij Prometheus. De historicus spreekt in het boek zelf consequent over de Eerste (van 21 juli tot 5 augustus 1947) en de Tweede Nederlands-Indonesische Oorlog (19 december 1948 tot 11 augustus 1949).

Van den Doel behandelt de ondergang van het Nederlandse imperium vanaf het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid in 1945 tot de Nederlandse erkenning daarvan in 1949. Hij velt een hard oordeel over het Nederlandse buitenlandse beleid, dat te lang vasthield aan de `zedelijke roeping' om iets groots te verrichten in Indonesië, en dat op alle fronten faalde. Van den Doel noemt het onvermijdelijk dat de onafhankelijkheid via een revolutie tot stand kwam.

De `politionele acties' zijn een gevoelig thema in de naoorlogse geschiedenis. De komende twee jaar is `Nederland en Indonesië, 1602-1962' een onderwerp in de eindexamens.