Het publieke wolmerk

Het vierkante blokje is in werkelijkheid blauw, het rondje is rood en dat levert, tegen de witte achtergrond, de kleuren van de Nederlandse vlag op. Over het nieuwe logo van de publieke omroep is, kortom, terdege nagedacht. Sterker nog: in het blokje dient een gestileerde P te worden herkend, terwijl het rondje iets gemakkelijker als een O kan worden gelezen. Vanaf volgende week moet dit ontwerp, dat intern intussen bekend staat als `blokje-balletje', kracht bijzetten aan de pogingen om de publieke omroep nieuw elan te geven – en een groter aandeel op de kijkersmarkt.

Maar zijn er, met de beeldmerken van de individuele omroepen en die van de zenders Nederland 1, 2 en 3, niet al meer dan genoeg logootjes op het scherm?

,,We hadden tot dusver geen verbindend element om de programma's van de publieke omroep duidelijk te markeren en de samenhang te benadrukken'', zegt NOS-voorzitter Gerrit Jan Wolffensperger. ,,Maar we zullen er heel voorzichtig mee omgaan, het blijft een signaal op de achtergrond. Het mag niet iets anders verdringen, het moet alleen een aanduiding worden voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Je kunt het vergelijken met het wolmerk, dat vind je óók in verschillende merken kleding.''

Toch wordt het nog een heel gedoe, want het `blokje-balletje' moet verplicht worden verwerkt in de logo's van de drie zenders. In het rode vierkant dat de BBC-ontwerpers hebben gemaakt voor Nederland 1, de kloeke 2 van Nederland 2 en in de fruitmachine-achtige wirwar van logootjes op Nederland 3. Bovendien zal het, aldus Wolffensperger, worden gebruikt in noodgevallen: ,,Bij het bordje storing bijvoorbeeld.'' En verder houdt hij het achter de hand voor het moment waarop de omroep aan thema-zenders kan beginnen. Hoewel er nog lang geen zekerheid over de financiering bestaat, bestaan er immers vergevorderde plannen voor een apart nieuws- en een cultuurkanaal. Ook daar kan dan dit logo op worden geplakt.

Het ingewikkelde van de hele kwestie is, dat de NOS niet alleen fungeert als de overkoepelende organisatie voor de complete publieke omroep, maar ook zelf over zendtijd beschikt – voor het journaal, de sport en diverse evenementen. ,,Als je aan mensen vraagt wat de NOS is'', beaamt de voorzitter, ,,denken ze dááraan. Dat is de reden waarom we het begrip `publieke omroep' steeds prominenter naar voren willen brengen. Ook op de internetsite. We kunnen niet de NOS als verbindend element presenteren, want dat schept misverstanden.''

De opdracht voor het nieuwe logo ging naar één van de grootste reclamebureaus van het land: FHV/BBDO in Amstelveen, waar ook de reclamecampagnes voor bedrijven als Albert Heijn, Douwe Egberts, Friesche Vlag, Grolsch, Pepsi-Cola en de Rabobank worden verzorgd. Wolffensperger kan het bureau echter ook om een andere reden kennen, want daar werd 34 jaar geleden de campagne ontworpen die zijn eigen partij D66 in één klap bekend maakte.

FHV ging niet over één nacht ijs. De ontwerpers hebben een rondgang gemaakt langs diverse programmadirecteuren om het wezen van de publieke omroep te doorgronden. Minstens één van hen heeft inmiddels in kleine kring al blijk gegeven van zijn verbazing: dat zulke lange gesprekken tot zoiets simpels als een blokje en een balletje hebben geleid. Wolffensperger verdedigt het ontwerp evenwel met verve: ,,Uit tests is gebleken dat het een buitengewoon krachtig beeld is. En het werkt, zoals de opdracht luidde, ook schaalonafhankelijk.'' Daarmee bedoelt de voorzitter dat het op elk gewenst formaat kan worden gebruikt – zelfs als het piepklein wordt, is het nog herkenbaar.

In totaal besteedt de publieke omroep dit seizoen enkele miljoenen guldens aan alle nieuwe logo's. Maar het `blokje-balletje' heeft `niet zo krankzinnig veel geld' gekost, zegt de NOS-voorzitter op sussende toon. ,,Het bureau rekent tot dusver in tonnen, niet in miljoenen.''

    • Henk van Gelder