Heffing op delfstoffen ligt onder vuur

Een heffing op het winnen van oppervlaktedelfstoffen gaat banen kosten en zal grote infrastructurele werken duurder maken, zo waarschuwen betrokkenen.

Als de Betoncentrale Papendrecht alle beton voor de aanleg van de Sophiaspoortunnel tussen Alblasserdam en Hendrik-Ido-Ambacht niet vóór 1 januari kan leveren, wordt de tunnel 2,5 miljoen gulden duurder. Dat is het gevolg van de voorgenomen belasting op oppervlaktedelfstoffen, die op Prinsjesdag wordt afgekondigd.

Bijna een jaar geleden waarschuwde de voorzitter van de raad van bestuur van de Van Nieuwpoort Groep uit Gouda, eigenaar van het bedrijf, bij de ingebruikneming van een nieuwe betonmortelcentrale voor deze dreigende heffing op de 250.000 kubieke meter betonmortel voor de op- en afritten van de Sophiaspoortunnel. Eigenlijk had de fabriek volgens hem beter in Duitsland kunnen staan, want zelfs zonder de voorgenomen heffing is het al goedkoper om betonnen tunnelringelementen uit Duitsland te halen in plaats van deze in Nederland te produceren. Hij had nog een waarschuwing, waar niemand rekening mee hield. Door de belasting zullen de Betuweroute en de hogesnelheidslijn (HSL) belangrijk duurder worden.

Gisteren publiceerde de Brancheorganisatie voor de Groothandel in Bouwgrondstoffen (BGB) de resultaten van een studie door het marktonderzoeksbureau NIPO naar de gevolgen van de belasting op oppervlaktedelfstoffen. Het NIPO ondervroeg voor het onderzoek 268 betonproducenten en aannemers in de grond-, weg- en waterbouw. De nieuwe belasting leidt globaal tot een verdubbeling van de kosten voor bijvoorbeeld ophoogzand, dat onder andere in het IJsselmeer wordt gedolven. De belasting zou volgens dat onderzoek tot zo'n 3.000 gedwongen ontslagen leiden.

De belasting op oppervlaktedelfstoffen gaat gelden voor kalksteen, kalkzandsteenzand, zilverzand, klei, leem, asfaltzand en grind. Vooral in de grensstreek worden in de aannemerij harde klappen verwacht, omdat de concurrentie uit Duitsland en België nog heviger zal worden. Maar van de aannemers heeft nu nog bijna zeventig procent geen weet van de nieuwe belasting en van de betonproducenten houdt veertig procent er totaal geen rekening mee. Vier op de vijf bedrijven zeggen de meerkosten te zullen doorberekenen aan hun klanten. Zodoende zullen de overheden, zoals het ministerie van Verkeer en Waterstaat, provincies, waterschappen en gemeenten voor het merendeel voor deze belasting opdraaien.

L.H. Wille, wethouder financiën van het Zeeuws-Vlaamse Oostburg en lid van de commissie Financiën van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) verwacht dat alleen al in dat deel van Nederland honderden mensen hun baan gaan verliezen. ,,Nu al zijn hier veel Belgische aannemers actief. En dat zal alleen maar toenemen, want België kent die belasting niet.''

De nieuwe belasting moet een gunstig milieueffect opleveren en zo een bijdrage leveren aan de zogeheten `vergroening' van de belastingen. Dat milieueffect zou onder andere moeten bestaan uit vermindering van schade aan landschap, natuur en cultuurhistorische en archeologische waarden.

De belasting op oppervlaktedelfstoffen is overigens het resultaat van een bijna tien jaar oud compromis van de toenmalige regeringspartijen PvdA en CDA over milieuheffingen. De PvdA lanceerde in 1991 suggesties voor extra heffingen, zoals hogere accijnzen op diesel, invoering van accijns op LPG, heffingen op bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw, op stikstof en fosfaat die in mest voorkomen, op het storten van afval én op het winnen van oppervlaktedelfstoffen.