`Fraudedienst Europese Unie nog niet in orde'

De nieuwe dienst voor fraudebestrijding van de Europese Unie, Olaf, is nog altijd niet onafhankelijk van het ambtelijk apparaat van de Europese Commissie. Vorig jaar werd tot de oprichting van een onafhankelijke `Olaf' besloten omdat de oude antifraudedienst, Uclaf, als onderdeel van de Europese Commissie niet goed functioneerde.

Vermeende fraude bracht het Europees Parlement er begin vorig jaar toe de toenmalige Europese Commissie onder voorzitter Santer tot aftreden te dwingen. Het comité van toezicht van Olaf schrijft in zijn eerste jaarverslag dat de dienst ,,de onmisbare onafhankelijkheid slechts ten dele heeft bereikt''.

Het verslag heeft al tot geërgerde reacties geleid bij het Europees Parlement. Volgens plaatsvervangend voorzitter van de parlementscommissie voor begrotingscontrole, de Oostenrijker Bösch, kan niet worden geaccepteerd dat de overgang van Uclaf naar Olaf slechts ,,een nieuw etiket'' blijkt.

Als onafhankelijke dienst zou Olaf, anders dan voorganger Uclaf, bij onderzoeken naar fraude binnen het apparaat van de Europese Commissie niet door afhankelijkheid van diezelfde Commissie gehinderd moeten worden. Maar volgens het jaarverslag is Olaf in de praktijk zó nauw met de Commissie verbonden, dat dit bijna tot een ,,verlamming'' leidt bij het recruteren van personeel. Hierdoor kan de dienst niet optimaal functioneren.

Voorzitter van het comité van toezicht is de Franse hoogleraar strafrecht Delmas-Marty. Overige leden zijn de Italiaanse officier van justitie Bruti-Liberati, de Portugese procureur-generaal Da Cunha Rodrigues, secretaris-generaal Kendall van Interpol en staatssecretaris van Financiën Noack van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Het jaarverslag vermeldt dat Olaf zowel het personeel van Uclaf als de structuur en de werkwijze heeft overgenomen.

Het kan nog ,,vele maanden'' duren voordat het gebrekkige functioneren van Olaf voorbij is. De dienst heeft net een nieuwe directeur en veel leidinggevende posten zijn nog altijd onbezet. Het comité van toezicht is ,,bijzonder bezorgd'' over de situatie, omdat de omschakeling in 2002 van nationale bankbiljetten naar de euro en de komende uitbreiding van de Europese Unie meer werk voor de fraudebestrijding kan opleveren.

    • Ben van der Velden