Egypte ongevoelig voor schouderklopjes

Vanochtend bezocht president Clinton zijn Egyptische ambtgenoot Mubarak. Egypte is voor de VS een lastige vredespartner geworden.

De zalvende retoriek, lange handdrukken en brede CNN-grijnzen deden misschien anders vermoeden, maar het bezoek dat de Amerikaanse president Clinton vanochtend in Kairo bracht aan zijn Egyptische ambtgenoot Mubarak, was even kort als koud. Twintig jaar nadat Egypte als eerste Arabische land vrede sloot met Israel en daarmee de belangrijkste Arabische bondgenoot van Washington werd, bevinden de betrekkingen tussen Egypte en de VS zich in een diep dal.

Ondanks de twee miljard dollar die Egypte als beloning voor vrede met Israel nog jaarlijks uit Amerika toucheert, was de spanning tussen de twee landen al jaren groeiende. In Kairo was diepe frustratie over wat werd gezien als de lakse Amerikaanse houding tegenover de vorige Israelische premier Netanyahu en, recenter, over de suggestie van Amerikaanse luchtvaartexperts dat het neerstorten van een Boeing van Egypt Air, vorig jaar bij de Amerikaanse oostkust, was te wijten aan zelfmoord van de piloot. In de VS groeit de kritiek op Egyptes `koude vrede' met Israel, op de schending van de rechten van de mens en op de onderdrukking van Egyptische christenen.

Maar de verhoudingen staan pas echt op scherp sinds het vastlopen van de vredesbesprekingen tussen Israel en de Palestijnen over de kwestie-Jeruzalem in Camp David vorige maand. Volgens de Amerikanen heeft Egypte het de Palestijnse leider Arafat onnodig moeilijk gemaakt door al voor het einde van Camp David iedere Palestijnse concessie over Oost-Jeruzalem uit te sluiten. De Palestijnen willen het traditioneel Arabische Oost-Jeruzalem als hun hoofdstad, terwijl Israel de stad beschouwt als `eeuwig en ondeelbaar' de zijne. Mubarak en koning Fahd van Saoedi-Arabië verklaarden dat de voor moslims heilige plaatsen in Jeruzalem van de hele islamitische wereld zijn, en dat geen enkele Arabische of islamitische leider akkoord kan gaan met een compromis hierover.

Beide leiders zijn naar verluidt ernstig bezorgd dat een vredesregeling over Jeruzalem die door hun onderdanen wordt ervaren als een vernederende uitverkoop, zal leiden tot ernstige binnenlandse problemen. In beide landen loert nog altijd het moslim-fundamentalisme, de stroming waarvan de leiders en aanhangers inmiddels hard zijn onderdrukt, maar waarvan de voedingsbodem geenszins is weggenomen. Een vermeende verkwanseling van het heilige Jeruzalem is uiteraard een uitgelezen thema voor fundamentalisten.

Maar de verwijten in Kairo strekken verder. Politici, analisten en hun woordvoerders in de Arabische media menen dat de VS tijdens `Camp David' definitief door de mand zijn gevallen als partijdige intermediair. Dat Clinton na de mislukte top herhaaldelijk heeft gesteld dat het nu de beurt zou zijn aan de Palestijnen om een concessie te doen, heeft hem in Arabische ogen ontmaskerd als pro-Israelisch. De publieke opinie in de Arabische wereld meent dat juist Israel aan zet is, niet om `concessies' te doen maar om eenvoudigweg de VN-resoluties uit te voeren die voorzien in teruggave aan de Palestijnen van de hele Gaza-strook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Zelfs als Israel hiertoe zou overgaan, stellen de Egyptenaren, dan valt nog bijna tachtig procent van het gebied waar ooit de Palestijnen woonden (het `mandaatgebied Palestina') uiteindelijk in Israelische handen.

Men ergert zich in Kairo en andere Arabische hoofdsteden groen en geel dat bij Westerse analyses van wat `realistische eisen' zijn in de vredesonderhandelingen, steeds de Israelische publieke opinie als uitgangspunt geldt. Wat daar `haalbaar' is, wordt meteen de norm en wanneer Arafat hiervan afwijkt is hij `niet realistisch'. Een Egyptische diplomaat die lange tijd in de VS was gestationeerd, zegt: ,,De Israelische politici kennen dit mechanisme als geen ander, en spelen er op in door hun eisen almaar op te schroeven.''

Intussen groeit onder Westerse waarnemers in Kairo en daarbuiten de twijfel of Egypte eigenlijk wel uit is op alomvattende vrede in het Midden-Oosten. Dit zou immers het einde betekenen van het geo-stragegisch belang van Egypte voor de VS, en daarmee de vitale economische en militaire hulp in gevaar brengen. De Egyptische columnist Anis Mansoer, die zeer goede connecties heeft met de politieke top van het land, schrijft al enige tijd dat Arafat zich niet moet haasten: ,,Het is geen probleem om nog een paar jaar te wachten; het land zal niet verdwijnen (...) en de rivieren niet opdrogen als de Arabieren meer geduld tonen'', aldus een recente column in de toonaangevende regeringskrant Al-Ahram.

Na afloop van de topontmoeting vanochtend verklaarde Mubarak ,,zijn best te zullen doen voor een oplossing'' voor de deadline van 13 september waarop Arafat zegt desnoods eenzijdig een staat te zullen uitroepen. De Egyptenaren werken op dit moment samen met de Palestijnen aan formules voor een compromis over Jeruzalem dat ook voor de Arabische en islamitische wereld acceptabel is. Mubarak heeft Arafat de afgelopen maand vijf keer ontmoet en voerde ook besprekingen met hoge Israelische en Amerikaanse functionarissen. ,,Egyptische steun is cruciaal voor een vredesverdrag'', zei Clinton voorafgaand aan zijn reis naar Kairo. Het is de vraag of dergelijke schouderklopjes, die in het verleden zo vaak werkten om de Egyptenaren te pacificeren, ook nu zullen werken.

    • Joris Luyendijk