Volgens het boekje

Het was uitjesweekend, dus was het allemaal uitjes-tv. Sail 2000 en de Uitmarkt zijn doodgecoverd. Iedere bezoeker had wel iemand met een microfoon bij zich die vroeg waar-die naar keek en hoe-die het vond.

De AVRO – altijd al de nationale omroep willen zijn – had zich helemaal gestort op de twee evenementen (uitje waar tv-rechten op rusten) en van 's middags tot 's avonds laat zagen we water en mensenmassa's in Amsterdam. En de twee typerende vormen van televisiejournalistiek die het evenement nu eenmaal met zich meebrengt, het (openings- of slot-)concert en de impressie.

Beginnen we even met wat de AVRO (en de meeste andere omroepen ook) al veertig jaar onder een impressie verstaat. Minstens veertien camera's en die laat je om te beginnen van heel grote hoogte een menigte filmen. Of een panorama van de stad. Dan wandelende mensen met de telelens. Een boot altijd van schuin onder de boeg, met tegenlicht. Wat een impressie zou móeten doen, een beeld geven van hoe één bepaald iets er op een bepaald moment uitziet, doet de AVRO-impressie juist niet. De impressie van Sail 2000 kunnen we in 2005 gewoon opnieuw uitzenden. Geen mens zal het verschil zien. Of je nou deze driemaster vertraagd ziet dobberen of een andere. En elke keer slaat er wel een roeibootje om, dat de regisseur ons drie keer laat zien. Dat je er thuis voor de tv om kan lachen. En alles op muziek van de standaard-cd Van ronkende gitaarsolo tot vioolconcert.

Zo onmuzikaal als de impressie is, zo onbeeldend is het concert. Ook hier is de vormentaal al veertig jaar ongewijzigd. Een klarinet snijdt verticaal door het beeld, een saxofoon diagonaal en bij een gitaarsolo zoom je in op pielende vingers. Ergens in Hilversum moet een Handboek muziektelevisie liggen met deze vereisten erin.

Omdat verder de hele Nederlandse televisie zich wentelde in de herhaling, had de laatste Zomergasten van het seizoen weinig concurrentie. De avond van komiek Raoul Heertje was veruit de aardigste aflevering die ik van dit rijtje heb gezien. Kan te maken hebben met het feit dat Heertjes geboortejaar, 1963, ook het mijne is, en dat ik zijn openingsselectie van Een van de acht (,,vind ik goed gekozen van mezelf''), Catweazle en Swiebertje dus heftig zat toe te juichen.

Het had ook te maken met de impliciete boodschap dat televisie (,,een medium zo plat als een dubbeltje'', volgens Heertje) bij Heertje alleen de emoties van ontroering en vrolijkheid teweegbrengt. En dat er dus heel veel te lachen en te slikken viel in alle fragmenten. En dat die emoties al even onuitgesproken samenvloeiden in het eerste fragment van Een van de acht, waar een moeder van elf zonen een Singer-naaimachine won en mompelde `Wat een droom!', en in het laatste, het leven van de koningspinguïn.

Maar de kwaliteit van de avond had vooral te maken met de wisselwerking tussen de uitermate ontspannen Heertje en de vormelijke presentator Adriaan van Dis. Heertje had geen bijzonder interessante kijk op televisie. Vroeg Van Dis: ,,Waarom laat je dit zien'', dan zei Heertje: ,,Vind ik gewoon leuk''. Maar hij lokte Van Dis zijn leunstoel uit met kleine plagerijtjes.

Heertje: ,,Krijg ik nog wijn?''

Van Dis: ,,Ik bepaal of er wijn komt.''

Heertje: ,,Wanneer bepaal jij of er wijn komt?''

Van Dis: ,,Wanneer mij dat schikt.''

Heertje: ,,We zijn toch volwassen mensen, we zitten hier al een uur te lullen.''

Het aardige van Van Dis is dat hij in eerste instantie slecht tegen dergelijke ontregelingen kan, maar dat hij zich er uiteindelijk door laat prikkelen tot een veel alertere houding. Vorig seizoen gebeurde min of meer hetzelfde in een uitzending met Sonja Barend. Dat was ook het hoogtepunt van de reeks. Gasten van volgend seizoen, denk erom: Adriaan plagen, dat is het recept voor een interessante avond. Dus als hij vraagt: ,,Mag dat, grapjes maken over arabieren of over zwarte mensen?'', antwoordt dan net als Raoul Heertje: ,,Ik maak wel eens grappen over zwarte mensen – negers, zoals ik ze ook wel eens noem.''