Publiek stroomt toe: `Er is toch niks op tv'

Vlak nadat de kernonderzeeër Koersk (Ruslands trots) zonk, vloog de Ostankino-televisietoren (óók Ruslands trots) in brand en toonden de tv-schermen in de verre omtrek alleen nog sneeuw. Maar onder het toegestroomde publiek is de stemming niet apocalyptisch.

De garnalencocktail in de Zevende Hemel was nooit een hoogtepunt van culinair genot; je kwam er voor de ervaring om op 334 meter hoogte in precies een uur tijd de metropool Moskou onder je voorbij te laten tollen.

De honderden gasten die gisteren aan het raam van dit ronddraaiende restaurant in Europa's hoogste bouwwerk zaten, hebben hun lunch halsoverkop in de steek moeten laten. Om 3.30 uur klonk er uit de intercom een noodoproep: ,,Attentie attentie. Wilt u de toren zo snel mogelijk verlaten.''

Op hetzelfde tijdstip viel in miljoenen huiskamers het televisiesignaal weg. Het beeld kwam in verre contreien dankzij satellieten weer snel terug, maar Moskou heeft nog steeds geen beeld. De meeste Moskovieten weten daarom nog steeds niet of nu de Fin Hakkinen dan wel de Duitser Schumacher de Formule I Gran Prix heeft gewonnen. Al 24 uur sneeuwt het op vrijwel alle tv-kanalen (waaronder die van de staatszenders ORT en RTR) door een verzengende brand die Ruslands futuristische televisietoren van binnenuit verkoolt.

De Ostankino-toren, een taps toelopende betonnen cilinder die 537 meter boven de stad uitpriemt, was in 1967 geopend ter markering van de vijftigste verjaardag van de Russische Revolutie. Al heeft dit Sovjet-prestigeobject inmiddels de titel van `hoogste vrijstaande bouwwerk ter wereld' moeten afstaan aan de CN-Toren in Toronto, het is nog onverminderd een symbool van Russische grootheid.

Des te pijnlijker is de rookpluim boven Moskou, die scherp afsteekt tegen de wolkenloze hemel. Het vuur ontstond – vermoedelijk door kortsluiting – op vijftig meter boven de bezoekersruimte en klom gestaag, via de talloze kabels in de betonschacht, omhoog en omlaag. In 90 minuten waren alle gasten uit de Zevende Hemel via de brandtrap geëvacueerd, net op tijd, want kort daarop was met het blote oog te zien hoe de oranje vlammen uit het drie verdiepingen tellende restaurant sloegen.

Maar daarmee was de rampspoed nog niet compleet. Brandweerlieden die zich met groot materieel aan de voet van de Ostankino verzamelden – de basis lijkt op een ontstoken raketmotor – hadden grote moeite om hun blusapparatuur naar boven te slepen. Brandweerkolonel Vladimir Arsjoechov en liftmedewerkster Svetlana Losseva – mogelijk in gezelschap van twee anderen – waagden zich daarop per lift naar boven. Halverwege, op 270 meter hoogte, viel de stroom uit. ,,De kabel waaraan de lift hangt staat in brand'', verklaarde een woordvoerder van de Moskouse brandweer. ,,Door de hitte en de rookontwikkeling kunnen we er niet heen om ze te redden.''

Vrijwel gelijktijdig kwam het bericht dat drie lege liftkooien naar beneden waren gestort: de ophanging was doorgebrand. De inwendige staalkabels, die het 55.000 ton wegende bouwwerk overeind houden, zijn volgens burgemeester Joeri Loezjkov voor de helft aangetast. Het gevaar op instorting van de toren acht hij miniem, maar gisteravond werden de duizenden omstanders voor de zekerheid teruggedrongen tot op 500 meter van de brandende toren. Uit voorzorg werden ook de diesel- en benzinevoorraden van drie tankstations in de omgeving leeggepompt.

,,Weg hier, weg'', riep een commandant van de politie in de deuropening van zijn Lada-met-zwaailicht. ,,Instortingsgevaar! Natuurlijk is dat reëel, het wordt omgeroepen via de radio.''

Achter het politiekordon kwam het ramptoerisme meteen op gang. Met foto- en videoapparatuur in de ene en een blikje gin-tonic in de andere hand stonden buurtbewoners naar de gigantische fakkel te kijken. De drie zoeklichten die 's avonds op de spitse constructie werden gericht, zorgden voor een spectaculair effect. ,,Er is toch niets op tv'', zei een jongen met een Zenit-kijker in de hand.

Hoewel de Moskovieten de ramp met de kernonderzeeër Koersk in herinnering brachten, en ook de bomaanslag van twee weken geleden in een druk metrostation aan het centrale Poesjkinplein (twaalf doden) nog eens bespraken, was er van een apocalyptische stemming niets te merken. De sfeer was eerder carnavalesk. Picknickend in de berm en skeelerend over het asfalt belde iedereen elkaar per mobiele telefoon om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Alleen de jongens met pagers aan hun riem stonden er wat verloren bij: hun berichten worden normaal gesproken via de Ostankino-toren doorgegeven.

    • Frank Westerman