Provincies: meer ruimte voor water

De provincies moeten meer ruimte maken voor water. Ook moeten ze ervoor zorgen dat bij de ruimtelijke ordening water mede bepalend is. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit een rapport van het Interprovinciaal Overleg (IPO) dat vanmiddag wordt gepresenteerd in Den Haag.

,,De uitvoering van ruimte voor water moet snel en voortvarend worden aangepakt teneinde veiligheid als nationaal belang te kunnen garanderen'', zo schrijft de commissie die het rapport heeft opgesteld, onder voorzitterschap van oud-commissaris van de koningin van Zuid-Holland Leemhuis. Het rapport stelt vast dat de verwachte klimaatverandering, versnelde zeespiegelrijzing en voortgaande bodemdaling gevolgen zullen hebben voor de waterhuishouding van Nederland. Het is wenselijk, aldus de onderzoekers, het toekomstig waterbeheer op die ontwikkelingen af te stemmen.

Volgens het rapport, `Provincies maken ruimte voor water', schort er veel aan het waterbeleid. Plannen voor ruimte, milieu en water zijn niet goed op elkaar afgestemd. In sommige gevallen staan ruimtelijke bestemmingen haaks op waterhuishoudkundige functies. De provincies maken te weinig werk van toezicht op en toetsing van wateraspecten in gemeentelijke plannen. Over de verantwoordelijkheid van stedelijk waterbeheer bestaat onduidelijkheid. En provincies zouden meer moeten doen aan coördinatie van de bestrijding van wateroverlast, informatievoorziening, toezien op oefeningen en rampen- en calamiteitenplannen. De provincies moeten het voortouw nemen bij de `verinnerlijking' van de relatie tussen ruimte en water. Ze moeten normen opstellen voor wateroverlast en watertekorten bij besluiten over het inrichten van de ruimte. Alle ruimtelijke plannen moeten worden gebaseerd op de zogenoemde lagenbenadering. Daarbij staan niet woningen en bedrijven op de eerste plaats, maar wordt onderscheid gemaakt in drie lagen. De eerste laag is water en bodem en de tweede laag infrastructuur. Deze twee lagen zijn bepalend voor de laatste laag: woningen, bedrijventerreinen, natuurgebieden en landbouw. Ook moeten de provincies voorkomen dat problemen in het ene stroomgebied worden afgewenteld op een ander.