Oud en zichzelf gebleven

Ik ken een bejaardenhuis in de provincie, waar de bewoners geen eigen postvakje hebben. Ik ken er een, waar ze verplicht zijn aan het diner te verschijnen en een, dat geen liefdesbetuigingen toestaat in het openbaar. Nachtelijke omgang is er ook verboden.

Heel anders gaat het toe op de Amsterdamse Nieuwmarkt, in bejaardencentrum de Flesseman.

Hans Polak maakte een documentaire over dit merkwaardige huis.

De geschiedenis begint in de jaren '70. Het gemeentebestuur droomde van `cityvorming', vierbaanswegen die de stad invoerden en kantoorgebouwen met ruime parkeerplaatsen. De Nieuwmarktbewoners vochten voor het behoud van hun buurt, waar wonen, werken en vertier samengingen, waar plaats was voor mensen van iedere leeftijd. Die wens stond, krom geformuleerd, op de muur van het oude confectiecentrum van Flesseman.

De Nieuwmarkt won, de buurt bleef behouden dankzij de strijdvaardigheid van de mensen. Die staat nog even pal overeind als de Flesseman zelf.

In de documentaire komen maar twee zachtmoedige oude mensen aan het woord, een oma en een opa zoals je die uit kinderboeken kent. Ze zijn tevreden met de verzorging en de bewassing, met de luxe van tegenwoordig. De andere bewoners lijken vooral op wie ze al waren, vóór ze hun zelfredzaamheid verloren. Ze vloeken en kankeren, ze roddelen dat het een aard heeft en ze scheppen op over hun buurtverleden. Als het de Jordaan was, zou je een vergelijking trekken met de Jantjes, maar dit is de Nieuwmarktbuurt, met de Zeedijk, de Wallen en de cafés. De oude mensen die hier verblijven, zijn kastelein geweest of ouwe zuipschuit, ze hebben in een animeerzaak gestaan of in een slijterij gewerkt en niemand houdt zijn mond, zolang hij nog wat te beweren heeft.

Is er dan niks zoals in een gewoon bejaardenhuis, vraag je je af. Jawel, ze doen aan zittend dansen, met boerenzakdoeken, bij pianomuziek. ,,Van de zeven tonen, speelt ie er vijf vals'', grinnikt een bewoner.

Niet iedereen heeft het naar zijn zin in de Flesseman.

,,Ik vind er geen kloten aan'', zegt Gonnie, een kwaadaardige oude schoonheid, die vroeger een hoerenkast heeft beheerd. Zij komt nooit beneden, zegt ze. Er zijn er meer, die zich niet onder de andere bewoners mengen. Op hun eigen kamer, met uitzicht op het volle leven doen ze in hun eentje, wat beneden gezamenlijk gebeurt: op alles wat ze zien commentaar geven.

Rijk de Gooijer schijnt al een plaatsje te hebben besproken in deze uitloopstrook van het buurtcafé. Ik ga me binnenkort ook eens inschrijven. Zoals Bep, iemand die nog net tussen vrijwillige bejaardenhulp en bewoner van de Flesseman instaat, zegt: ,,me slof stáát er al!''

Oud op de Nieuwmarkt, Ned.3, 20.50-21.45u.

    • Yvonne Kroonenberg