Misverstanden

Historische toespraken en historische personen worden in de vaart van de geschiedenis zo nu en dan door elkaar gegooid. Verhalen gaan hun eigen leven leiden en als we die op overtuigende wijze lang genoeg horen, gaan we het gemakshalve maar geloven. De geschiedenis van de Olympische Spelen zitten er zelfs vol van, en dan maakt het niet uit of we over de klassieke of moderne Spelen praten. Vooral rond de persoon Pierre de Coubertin zijn zoveel onduidelijkheden ontstaan dat we op een slecht moment zelfs geneigd zijn aante nemen dat hij als eerste der Batavieren voet op Nederlandse grond heeft gezet.

De belangrijke olympische gedachten en filosofieën kennen we allemaal: vriendschap der volkeren, de deugdzame idealen van het amateurisme en het meedoen dat belangrijker is dan het winnen. Maar al tijdens de klassieke Spelen in het oude Griekenland werd hier niet altijd gehoor aan gegeven.

In het oude Griekenland vertrokken boodschappers vanuit de stad Elis, die het toezicht had op de Spelen, op het moment dat het olympische jaar officieel begon. Deze herauten kondigden overal de Spelen aan, wat onmiddellijk werd gevolgd door een Ekecheiria ofwel een olympische godsvrede. Mede om de atleten vrije doorgang te verlenen, werd geëist dat de grote conflicten werden gestaakt. Op kleinere schaal was het overigens geen bezwaar om ten strijde te trekken, zolang de Spelen maar geen gevaar liepen.

Dat ging helemaal mis tijdens de Peloponnesische Oorlog van 431 tot 404 voor Christus. In 420 voor Christus bezette Sparta een gedeelte van het Elische gebied, met de heilige olympische grond. De straf was streng, want Sparta werd uitgesloten van de Spelen van dat jaar. Boycotten konden ze ten tijde van het Oude Testament dus al.

Deze straf was bijzonder zwaar, want al in die tijd was het winnen van een olympisch onderdeel bijzonder goed voor het prestige van de sporter en zijn woonplaats. Zoals in de vorige eeuw de oude communistische landen zich via grote toernooien aan het wereldpubliek kenbaar maakten, ging dat vroeger ook. Plaatselijke leiders en tirannen in oprichting wogen hun kansen om naam te maken op de Spelen en grepen die gelegenheid vooral bij de paardenraces. Dat was in het klassieke Griekenland namelijk de enige manier om zonder uitzonderlijke lichamelijke krachten toch iets te winnen, omdat de hoofdprijs werd uitgereikt aan de eigenaar van het paard en niet aan de berijder daarvan.

Talentvolle tirannen zien de waarde van dergelijke details in, net als gefortuneerde vrouwen die alleen via deze sluiproute in de olympische annalen konden worden opgenomen. Kuniska, de dochter van de Spartaanse koning Archidamos, zou de eerste vrouw zijn geweest die ooit een olympische krans had veroverd, nadat een anonieme renner met haar centen als eerste de lijn passeerde. Dat de klassieke Spelen vooral bedoeld waren ter ere van Zeus, werd in dergelijke gevallen even voor lief genomen. Er komt altijd nog wel een gepast moment om berouwvol afstand te doen van deze misstand, en tot dat moment is het lachen geblazen.

Het grootste misverstand in de moderne olympische geschiedenis is de opmerking dat meedoen belangrijker is dan winnen. De officiële tekst luidt: `Het belangrijkste bij de Olympische Spelen is niet het winnen maar het deelnemen, zoals het belangrijkste in het leven niet de zegepraal is maar de inspanning. Het doorslaggevende is niet het triomferen maar het aanwenden van alle krachten.'

Hier worden personen en gebeurtenissen met elkaar verward, want deze rede werd in 1908 uitgesproken door de bisschop van Pennsylvania tijdens een dienst in St. Paul's Cathedral voor de opening van de Spelen in Londen. Het was dus niet De Coubertin die dat heeft gedaan, maar dat doet er niet toe: vanaf 1936 staat deze tekst traditioneel op het bord tijdens de opening.

    • Jurryt van de Vooren