Het geld rolt in Libanons verkiezingen

In Noord-Libanon en in het christelijke hart van het land had gisteren de eerste ronde van de parlementsverkiezingen plaats. Het regende klachten over het verloop.

Behalve president Emile Lahoud en een paar van zijn ministers lijkt eigenlijk niemand in Libanon gelukkig met de manier waarop het land gisteren en komende zondag een nieuw parlement kiest. ,,De Libanezen hebben opnieuw hun respect betoond voor de status van hun natie'', verklaarde de christelijke Lahoud voldaan nadat hij zijn stem had uitgebracht. Zijn minister van Binnenlandse Zaken, Michel al-Murr, onderstreepte dat alles vreedzaam was verlopen en dat ,,de autoriteiten zich niet hadden bemoeid'' met het stemgedrag van hun onderdanen.

De meeste Libanezen denken daar anders over. ,,Geld, de media en de geheime dienst vervuilen de huidige campagne'', schreef de hoog aangeschreven politiek analist Tawfik Meshlawi. Hij doelde op de formidabele bedragen waarmee sommige kandidaten in het parlement proberen te komen of te blijven. Oud-premier en miljardair Rafiq Hariri heeft al zo'n honderdtwintig miljoen gulden in zijn campagne gestoken. Dat is de helft van wat de Amerikaanse kandidaat George W. Bush tot nu toe heeft uitgegeven in zijn campagne terwijl Libanon maar zo'n 3 miljoen inwoners heeft. Een andere miljardair in de Libanese politiek is voornoemde minister Murr. Hij spendeerde 12 miljoen gulden aan zijn campagne. Een deel daarvan zou naar ,,liefdadigheidsdoelen'' zijn gegaan in Syrië, de werkelijke machthebbber in Libanon. Tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Beiroet beklaagde de voorman van de fundamentalistisch-shi'itsche beweging Hezbollah, sjeik Nasrallah, zich: ,,De islam verbiedt het verkopen van je stem voor een handvol dollars. Aan mensen die zich bedienen van omkoping kunnen het landsbestuur en de staatsfinanciën niet worden toevertrouwd.''

De media staan bol van de verkiezingen, maar over echte kwesties gaat het nauwelijks. De belangrijkste strijd van deze derde parlementsverkiezingen sinds het einde van de burgeroorlog gaat tussen oud-premier Hariri en zijn opvolger, Selim al-Hoss. Hariri bezit een eigen televisiestation en valt daarop al maanden Hoss aan. Hij houdt Hoss verantwoordelijk voor het oplopen van de geweldige staatsschuld van Libanon, relatief een van de grootste ter wereld. Hoss slaat dagelijks terug via de staatstelevisie, waar hij Hariri kritiseert voor het aangaan van die torenhoge schuld, en hem beschuldigt van corruptie en van het financieren van de burgeroorlog. Laatst werd Hariri afgebeeld als een grote walvis. Dit beest is in Libanon het symbool van diefstal.

De geheime diensten, zowel de Syrische als de Libanese, laten zich evenmin onbetuigd. Kiezers worden geïntimideerd, terwijl overheidsbusjes gisteren aanhangers van pro-Syrische kandidaten naar de stembureaus reden. Hassan Krayim, voorzitter van de Associatie voor Democratische Verkiezingen, zei dat er bij de autoriteiten ,,geen begrip is voor het principe van neutraliteit'' en dat pro-overheidskandidaten op allerlei manieren worden geholpen. Murr is als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor het ordentelijk verloop van de verkiezingen, terwijl hij zelf ook kandidaat is.

De grootste klacht over de verkiezingen is dezelfde als bij die van 1992 en 1996, namelijk de Syrische hand. Sinds Syrië een einde maakte aan de burgeroorlog in Libanon maakt het daar met 35.000 man troepen en een netwerk van geheim agenten feitelijk de dienst uit. Al maanden voor de verkiezingen werden kiesdistricten zodanig gehusseld dat pro-Syrische kandidaten verzekerd waren van herverkiezing. Veel anti-Syrische kandidaten kregen geen kans tot deelname.

Gisteren stemde het overwegend christelijke noorden en het hart van Libanon, volgende week komen Beiroet en het shi'itische zuiden aan de beurt. De opkomst gisteren lag rond de vijftig procent, wat er op duidt dat de christenen noch de strategie van 1992 hebben gevolgd, noch die van 1996. Uit protest tegen de Syrische overheersing boycotten ze de eerste parlementsverkiezingen, terwijl ze bij de tweede editie in 1996 juist in groten getale deelnamen om het systeem `van binnenuit' te veranderen – tevergeefs. ,,De christenen zijn meer versplinterd dan ooit'', schreef een commentator op de speciaal voor de verkiezingen ingerichte Cyberia website. ,,Voorbij is de tijd van comtemporaine kruisvaarders die de handen ineen slaan voor de verdediging van het enige door christenen geregeerde land in een zee van islamitische Arabieren.''

    • Joris Luyendijk