`Het Abdijplein is het volmaakte operadecor'

Monniken schuifelen langs kloostermuren, een jongenssopraan zingt vanaf de Lange Jan-toren. Op het Middelburgse Abdijplein begint donderdag een reeks openluchtopvoeringen van Brittens opera Curlew River.

Waar lindebomen zacht ruisen en de Lange Jan met heldere galm de uren slaat, bevindt zich het door kerken en gebouwen omsloten Abdijplein van Middelburg. Ooit was dit het hart van een Norbertijner monnikenorde, nu huisvest het klooster het Zeeuws provinciaal bestuur. Voor de twaalfde editie van de Zeeland Nazomer Festivals is het Abdijplein afgelopen week omgetoverd in een openluchttheater. Een tribune biedt plaats aan zeshonderd toeschouwers en tussen de bomen hangen grote theaterlampen. Het plein wacht op donderdagavond, als Benjamin Brittens korte opera Curlew River (Wulpenrivier) hier in première gaat.

Regisseur Jeroen Lopes Cardozo maakte in 1998 tijdens de Zeeland Nazomer Festivals indruk met een enscenering van de opera Riders to the Sea van Ralph Vaughan-Williams. Voor Brittens gewijde opera Curlew River, die hij eerder regisseerde in 1983, verplaatst hij de handeling van een kerk naar de voormalige Norbertijner abdij.

,,De locatie en deze opera gaan bijna griezelig volmaakt samen'', zegt Cardozo. ,,Men wilde graag een opera met een Japans element, omdat het festival inhaakt op de landelijke herdenking van vierhonderd jaar handelsbetrekkingen tussen Japan en Nederland. Curlew River gaat over westerse monniken die een Japans mysteriespel opvoeren. Een geschiktere opera voor dit doel en deze locatie is ondenkbaar.''

Curlew River drijft op een merkwaardige mengeling van oosterse en westerse invloeden. In de winter van 1956 maakte Britten een reis naar Tokio en raakte daar onder de indruk van de in eenvoud overdonderende expressiviteit van het middeleeuwse Noh-spel Sumidagawa. Britten besloot het verhaal op muziek te zetten en koos in samenwerking met librettist William Plomer voor een raamvertelling, zowel muzikaal als in de opbouw van het verhaal. Het libretto begint en eindigt met monniken die samenkomen voor het opvoeren van een mysteriespel. Hun spel vertelt de oorspronkelijke Sumidagawa-geschiedenis van een vrouw en haar vermiste zoon. Als zij op haar zoektocht de Wulpenrivier wil oversteken, vertelt de veerman dat haar zoon werd ontvoerd, als slaaf werd misbruikt en stierf aan uitputting.

,,Britten noemde Curlew River een `A Paraple for Church Performance' en wilde ook echt dat het werk alleen zou worden opgevoerd in kerken'', licht Lopes Cardozo toe. ,,Het Abdijplein is volgens mij nog geschikter, omdat het beter in de geest trouw blijft aan Brittens idee, en bovendien beter aansluit bij de uitvoeringstraditie van het Noh-theater. De invloed van die traditie op Curlew River is groot. De muziek doet vaak oriëntaals aan en moet volgens Noh-gebruik ook zonder dirigent worden uitgevoerd. In zijn regie-instructies voor de eerste opvoering, schrijft Britten zelfs het gebruik van Japanse maskers voor! Die aanwijzingen heb ik overigens niet in mijn regieconcept betrokken. Het gaat me om het verhaal. De verdwazing van een moeder die op zo'n gruwelijke manier een zoon verliest. Al ontstond Sumidagawa in de vijftiende eeuw, die thematiek is ook nu zeer actueel.''

Toen Jeroen Lopes Cardozo Curlew River voor de eerste keer regisseerde, koos hij voor een strikt westerse aankleding. Nu is het zijn bedoeling westerse èn oosterse elementen te benadrukken, en tekende de Japanse ontwerpster Emi Wada voor de kostuums. Ook wordt een achttal mimespelers aan de handeling toegevoegd om de tussen waanzin en verdriet laverende gemoedstoestanden van de zoekende moeder in gebaren te vertalen.

De eerste doorloop van Curlew River bewees afgelopen donderdagavond de effectiviteit van de sobere aankleding. Decorstukken ontbreken op het duistere Abdijplein. Uit luidsprekers kwinkeleren de reine kwinten van een vlucht wulpen. Kort daarop kondigen broze klokjes uit de Lange Jan ingetogen het begin van de voorstelling aan en schrijden monniken met fakkels in fraaie witte pijen door de kloosterommegang. ,,Het plein is mijn decor, daar moet je niets aan toevoegen.''

Met afmetingen van tachtig bij naar schatting veertig meter lijkt het speelvlak onoverbrugbaar groot, maar door de belichting wordt die weidsheid effectief gebruikt en gebroken. Lopes Cardozo: ,,Het plein heeft veel van het verloop van de voorstelling gedicteerd. De ruimte vulde zichzelf, en de bomen in het midden zorgen voor de nodige intimiteit. Alleen voor het effect van het concept `openluchtdecor met belichting' was ik aanvankelijk huiverig. Het wordt snel een kitscherig klank- en lichtspel. Anderzijds zijn lichteffecten ook een effectief theatermiddel, en is en blijft Curlew River een operaproductie, waarin de zangers altijd het grootste deel van de aandacht opeisen.''

De hoofdrollen in Curlew River worden gezongen door Nederlandse zangers. Ervaren operainterpreten als tenor Bernard Loonen (Mad Woman) en bas Jacques Does (Abbot) delen het plein met de beginnende maar veelbelovende bariton Mattijs van de Woerd (Traveller). De moeilijke positie van jonge Nederlandse zangers is regisseur Lopes Cardozo al sinds zijn operadebuut in 1983 een `doorn in het oog'. Samen met Ruud van Meijel, producent van Curlew River, diende hij voor het komende Kunstenplan 2001-2004 een verzoek in voor een productieplatform dat jonge Nederlandse zangers de kans zou bieden in kleinschalige voorstellingen ervaring op te doen in eigen land. Het subsidievoorstel werd door de Raad voor de Kunsten negatief beoordeeld.

,,In de Nederlandse operawereld ontbreekt een schakel tussen school en de beroepspraktijk'', legt Lopes Cardozo uit. ,,Zangers worden hier opgeleid op het conservatorium en vervolgens eventueel op het Internationaal Opera Centrum. Maar daarna is er niets. Een beginnend operazanger moet in het buitenland naam maken om hier bij De Nederlandse Opera, Opera Zuid of De Nationale Reisopera aan de slag te kunnen. Dat is raar. Er bestaat wel een aantal initiatieven voor operaproducties met jonge zangers, maar dat zijn kleinschalige producties met een gebrek aan geld en continuïteit. Wíj wilden een vast platform ontwikkelen voor drie tot vijf producties per jaar, en beginnende zangers zo een gestructureerde ervaringsmogelijkheid te bieden op Nederlandse podia. Nederlandse zangers willen graag hier zingen, en bij de kleine provincieschouwburgen is er een schreeuwende behoefte aan betaalbare operaproducties. Het mes snijdt dus aan twee kanten.''

Producent Ruud van Meijel knikt. ,,Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen was aanvankelijk ook zeer enthousiast. Datzelfde gold voor de conservatoria en de schouwburgen. Opera is in de kleine theaters heel populair, maar de Reisopera en Opera Zuid komen er niet, omdat zulke zalen voor hun producties te klein en te weinig bemiddeld zijn. Het gevolg is dat kleine en middelgrote schouwburgen hun heil zoeken bij Oost-Europese operagezelschappen. Uitstekend, maar daar krijgen Nederlandse zangers natuurlijk geen kans. Bovendien zijn de schouwburgdirecteuren helemaal niet zo tevreden met het huidige aanbod uit het Oostblok. Bij rondvraag bleek dat wij een productie mét jonge zangers meteen tussen de zeventig en de honderdtwintig keer per seizoen in allerlei schouwburgen zouden kunnen brengen.''

Ook Lopes Cardozo betoont zich teleurgesteld. ,,Het sneuvelen van een goed idee doet altijd pijn, maar in dit geval is het méér dan dat. Ons onderzoek heeft bewezen dat er onomstotelijk behoefte is aan de kleine operaproducties die wij zouden willen bieden, en de Raad voor Cultuur heeft geen enkele inhoudelijke reden voor de subsidieafwijzing opgegeven. `Te duur' bleef het enige criterium, gekoppeld aan de overweging dat aangaande de functie van ervaringsplaats voor jong operatalent de prioriteit werd gelegd bij het Internationaal Opera Centrum Nederland. Dat ís ook een zeer belangrijk opleidingsinstituut, maar er worden geen producties gemaakt. Het Internationaal Opera Centrum Nederland heeft daarvoor net als wij een aparte aanvraag ingediend. Ook hun verzoek is afgewezen. Het kan natuurlijk nog gebeuren dat staatssecretaris Rick van der Ploeg het advies van de Raad van Cultuur komende maand naast zich neer zal leggen, maar dat is zeer onwaarschijnlijk. Zo blijft er in de Nederlandse opera-infrastructuur dus een hiaat bestaan tussen opleiding en praktijk, en dat is simpelweg doodzonde.''

Curlew River: bij goed weer op 29 en 31/8, 1, 2, 5, 6, 8 en 9/9, Abdijplein, Middelburg. Ingang via de Wandelkerk aan het Koorkerkhof. Info en res.: (0118) 659 659.

    • Mischa Spel