Haastig akkoord brengt Burundi nog geen vrede

Nelson Mandela dwingt negentien partijen in Burundi vandaag vrede te sluiten. President Bill Clinton komt erbij kijken, maar het onvolledige akkoord lijkt niet meer dan een hopeloze show.

In grote haast zijn vamorgen vele Afrikaanse staatshoofden en Bill Clinton bijeengekomen in Arusha om aanwezig te zijn bij de ondertekening van een onvolledig vredesakkoord over Burundi. Het akkoord, dat in de loop van de dag ondertekend moest worden, is een principeverklaring over de verdeling van de macht tussen Hutu's en Tutsi's en een opstapje naar een alomvattende vredesregeling later.

Vredesstichter Nelson Mandela, die de hoge politici naar het Noordtanzaniaanse Arusha inviteerde, bood in de afgelopen twee dagen naar verluidt twee keer uit wanhoop zijn ontslag aan. De negentien bij het vredesoverleg betrokken Burundese partijen konden het de laatste dagen niet eens worden over een vredesverdrag. ,,We moeten iets tekenen maar weten nog niet wat'', verzuchtte een betrokkene bij de onderhandelingen. Dus maakte vandaag iedere partij zich op om alleen dat gedeelte van de overeenkomst te tekenen waarmee het akkoord gaat.

Van vrede is na de grote show van vandaag daarmee geen sprake. Als om dit te onderstrepen voerde gisternacht een groep Hutu-rebellen een aanval uit op een buitenwijk van de Burundese hoofdstad Bujumbura. Een woordvoerder van één van de twee grootste Hutu-rebellengroepen zei gisteren: ,,Er bestaat voor ons geen reden om naar Arusha te reizen, onze taak is vechten.'' Eén van de geschilpunten tussen de partijen betreft een wapenstilstand. De regering wil dat de wapens zwijgen vóór het sluiten van een verdrag, de rebellen willen pas ophouden met vechten ná zo'n ondertekening. Vermoedelijk komt er daarom voorlopig geen staakt-het-vuren.

Burundi wordt al dertig jaar geplaagd door chronische politieke instabiliteit die gepaard gaat met rondes van etnische zuiveringen. De Hutu's vormen de overgrote meerderheid van de bevolking, maar zijn gemarginaliseerd in het staatsapparaat, het leger en in het onderwijs. Zowel het Tutsi-regeringsleger als de Hutu-rebellen gebruiken terreur in hun strijd. Een Tutsi-minderheid vormt sinds mensenheugenis de politieke elite van het land. In het huidige politieke klimaat, waarbij haat- en wraakmotieven tussen de twee antagonistische bevolkingsgroepen snel de boventoon krijgen, verzetten vele radicale Tutsi's zich tegen een machtsdeling. De Tutsi's vrezen voor een genocide zoals in 1994 onder de Tutsi's in buurland Rwanda als zij de macht opgeven.

De rebellen werden onlangs voor het eerst bij het twee jaar oude vredesoverleg betrokken en hun leiders reisden vorige week in allerijl naar Zuid-Afrika waar Mandela tevergeefs een doorbraak probeerde te forceren. De verzetsgroepen leverden geen enkel aandeel bij de totstandkoming van het vredesakkoord en zijn nu niet bereid er hun handtekening onder te zetten.

Pierre Buyoya, president van Burundi en een gematigde Tutsi, wil niet tekenen zonder de garantie dat hij president blijft in de voorziene aanloopperiode van 30 maanden naar vrije verkiezingen. Bovendien weigert hij politieke gevangenen vrij te laten, een eis van de rebellen. Buyoya sloot eerder als concessie de veel bekritiseerde kampen voor Hutu-ontheemden. Deze kampen, die wel concentratiekampen zijn genoemd, waren een poging van zijn regering om de rebellen af te sluiten van de Hutu's op het platteland.

In tegenstelling tot zijn voorganger bij het Burundese vredesberaad, de Tanzaniaanse ex-president Julius Nyerere, heeft Mandela snel resultaat willen boeken en weigert hij urenlang met de partijen te discussiëren over wat hij als details beschouwt. Volgens critici gaat Mandela té snel. De Burundese Kamer van Koophandel bijvoorbeeld gaf dit weekeinde als advies geen handtekening te zetten onder dit onvolledige vredesverdrag. Buyoya waarschuwde voor een militaire coup als hij zou tekenen. En een legerwoordvoerder zei gisteren: ,,We hebben nog zeker drie tot vier maanden nodig voor een akkoord. Het is onrealistisch om het akkoord te tekenen alleen om een groepje buitenlanders te plezieren terwijl Burundezen intussen blijven sterven.''