De Rabo-code

DE RABOBANK, een van de grote financiers in de wereld van de agro-industrie, heeft een ethische gedragscode opgesteld voor haar betrokkenheid bij bedrijven die zich bezighouden met genetische modificatie van menselijk, dierlijk of plantaardig materiaal. Hiermee neemt de Rabo een opmerkelijk initiatief, zowel in de richting van de eigen klanten die zich bezighouden met genetische modificatie (GM), als op het terrein van ethiek, technologie, politiek en internationale handel. Want GM is meer dan een huis-, tuin- en keukenactiviteit, het is een technologische speerpunt met mogelijk enorme doorbraken voor de voedselvoorziening en medische toepassingen in de toekomst en met een prominente rol voor multinationale agro- en farmaceutische ondernemingen. Het is ook een gepolitiseerd onderwerp, met demonstraties en al.

Particuliere ondernemingen profileren zichzelf steeds vaker op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Shell is enkele jaren geleden begonnen, mede na de acties tegen de Brent Spar en de kritiek op Shells betrokkenheid in Nigeria. Andere bedrijven hebben dit voorbeeld gevolgd en stelden beginselen voor fatsoenlijke bedrijfsvoering op. Maar de gedragscode van de Rabo gaat een stap verder: op grond van ethische beginselen wordt een nieuwe technologische ontwikkeling goeddeels in de ban gedaan. De Rabo Groep, zo stelt de gedragscode, ,,zal het genetisch modificeren en klonen van mensen niet financieren of hierbij betrokken zijn. Ze gaat bij dieren uit van het `nee-tenzij'-principe en bij planten en micro-organismen hanteert zij het `ja-mits'-principe.'' Met `ja-mits' wordt bedoeld dat de Rabo uitsluitend activiteiten op het gebied van genetisch gemodificeerde planten zal financieren als het maatschappelijke belang zwaarder weegt dan de wetenschappelijke risico's.

DAT IS NOGAL WAT en het is opmerkelijk in het licht van recente ontwikkelingen op het gebied van genetische modificatie en gentechnologie. Biotechnologie wordt als een van de economische speerpunten van de toekomst beschouwd. Nog maar enkele weken geleden stond de wetenschappelijke wereld op zijn kop wegens de bekendmaking van het menselijke genoom, de codes van het erfelijke menselijke materiaal. Nederland heeft zijn vooraanstaande positie in de biotechnologie de afgelopen jaren zien wegkwijnen. Het ministerie van Economische Zaken heeft onlangs een Startfonds Life Sciences met een bedrag van 23 miljoen gulden opgezet om beginnende biotech-ondernemingen te steunen.

Vorige week trouwens tikte het Europese Hof de Tweede Kamer op de vingers ten aanzien van de octrooiverlening op genetisch gemodificeerde planten en dieren. Tegen de zin van het kabinet weigerde het parlement de betreffende Europese richtlijn in de nationale wetgeving op te nemen. Het Hof had geen boodschap aan de bezwaren van Nederland. Biotechnologische uitvindingen moeten gepatenteerd kunnen worden. Trouwens, vorige maand kondigde de Europese Commissie aan het twee jaar geleden afgekondigde moratorium op genetisch gemodificeerd voedsel te willen opheffen. Dit zal nog op hevige politieke tegenstand van de lidstaten stuiten, maar het is in beweging.

Op dit alles gaat de Rabo niet in. De bank zegt wel dat ze Nederlandse of Europese regelgeving niet wil afwachten omdat de ontwikkelingen in de GM sneller gaan dan de bestuurlijke en politieke besluitvorming. Ook dit mag een opmerkelijk standpunt worden genoemd van een bank die met haar financiering van het agro-industriële complex heeft bijgedragen aan de overbevolking van Nederland met kippen, koeien en varkens. De intensieve veehouderij met het schier onoplosbare mestprobleem is in niet geringe mate door de Rabo gefinancierd.

SINDS HET BEGIN van de beschaving houden mensen zich bezig met de veredeling van gewassen om opbrengsten te verbeteren en de natuur aan menselijke behoeften te onderwerpen. Dankzij wetenschappelijke doorbraken op het gebied van de kennis van DNA zijn de laatste jaren enorme sprongen gemaakt in verbeterde technieken. Bij de financiering hiervan speelt risicodragend kapitaal een onmisbare rol en het gaat uiteraard bij dergelijke technologieën om meer dan de gebruikelijke kredietrisico's. Maatschappelijke acceptatie is van immens belang, ook voor de banken. Wat dit betreft verdient de ethische stellingname van Rabo respect. Maar uiteindelijk is het niet aan financiële instellingen om te bepalen waar de grenzen liggen van de verworvenheden van gentechnologieën.