Buisman mee het graf in

Soms belt er nog wel eens een student, met krappe beurs, naar Buisman. Die heeft dan een schepje aroma in het filter gedaan en er heet water op gegooid. Het smaakt nergens naar, is de klacht. Nogal wiedes, vindt E. Moreau van Buisman in Zwartsluis. Buisman moet op de koffie voor extra smaak en aroma, maar het is geen koffie. ,,Buisman wordt alleen nog door oudere mensen gebruikt, soms om te besparen, maar meestal uit traditie.''

Decennialang was Buisman, een klein blikje met bruinzwart poeder, net zo gebruikelijk als koffie zelf. Helemaal uitgewerkt is het product uit 1867 nog steeds niet. De meeste supermarkten ruimen nog een piepklein deel van het poederkoffieschap in voor de potjes gebrande suikerstroop. Jaarlijks gaan er anderhalf miljoen van over de toonbank. ,,Buisman wordt gedoogd in de winkels omdat oma en opa het gebruiken'', zegt Moreau.

,,De smaakversterker ontstond bij grossier Buisman, een familie die eigenlijk niks te doen had. Albert Heijn ging koffie branden en Buisman suiker.'' Naast aroma voor in de koffie, brandt Buisman ook suiker om drop, ijs, vlees en chocolade mee te kleuren. Onder het grote publiek sloeg het schepje in de koffie snel aan. De belastingen op koffie waren aan het einde van de negentiende eeuw hoog, en met Buisman was het mogelijk te besparen op die grondstof. Een schepje op het filter of onderin de pot en met minder koffie kreeg men toch een pittig aroma.

Toen de firma in 1902 de papieren puntzakken, waarin het poeder snel hard werd, verruilde voor een klein blikje met lepeltje, veroverde Buisman definitief een plek op de keukenplank. Pasgehuwden kregen als geschenk een eerste voorraad van de firma uit Zwartsluis en zelfs koningin Beatrix ontving bij haar geboorte Buisman.

In de hoogtijdagen van het aromapoeder, na de oorlog, was een afzet van tien miljoen blikjes per jaar regel. Door slimme marketingtrucs kreeg Buisman ook voet aan de grond in Canada, Amerika, België en Duitsland. Onder aan de vliegtuigtrap drukten de vertegenwoordigers de emigranten de smaakherinnering aan thuis in de hand.

Met de komst van snelfiltermaling en het koffiezetapparaat trad het verval in. ,,Dat veranderde het koffiezetten. Vroeger maalde men de bonen en pruttelde koffie op het vuur. Dat kostte tijd. Met snelfilter had je zo een heet bakje. Nu willen mensen zo weinig mogelijk handelingen doen voor de koffie. Daar past Buisman niet in. Bovendien kan bijna iedereen zich pure koffie permitteren. De noodzaak om die tien procent te besparen, is nagenoeg verdwenen'', legt Moreau uit.

Eén keer probeerde Buisman, eind jaren tachtig, het aroma nieuw leven in te blazen. De dure reclamecampagne en gratis proefmonsters sloegen niet aan. Ook koffie met een smaakje werd overwogen. Maar volgens Moreau zijn Nederlanders daar niet rijp voor. Wel af en toe een kopje Wiener Melange buitenshuis, maar daar blijft het bij. Toch bombarderen Nestlé en Douwe Egberts de markt sinds kort met smaakpoeders en siropen. Buisman houdt het voor gezien. ,,Over vijftien jaar? Dan práten we alleen nog over Buisman. De oudere generatie neemt het mee het graf in, dat is zeker.''

    • Renske Schriemer