Ajax roept de afgang bij Sparta over zichzelf af

Vijf dagen na de ruime thuiszege (5-0) op Fortuna Sittard staat Ajax weer met beide benen op de grond. De ploeg van trainer Co Adriaanse verloor gisteren met 3-0 bij Sparta. Ajax had de nederlaag volledig aan zichzelf te wijten. De Amsterdammers lieten in de eerste helft enkele zeer goede mogelijkheden onbenut en dat werd de ploeg fataal.

Dat mocht vooral de Georgiër Arveladze zich aantrekken. De international miste liefst driemaal oog in oog met Sparta-doelman Kooiman. Arveladze schoot de ballen als een nerveuze debutant op doel: te slap, te slordig of niet zuiver genoeg. Al na acht minuten zette Knopper Arveladze vrij voor Kooiman, maar de spits faalde. Acht minuten voor de pauze vond de Tsjech Galásek de aanvaller, maar ditmaal schoot Arveladze de bal hard op Kooiman. Op slag van rust werd de international de diepte ingestuurd door Vierklau, maar wederom liep het mis.

De aanhang van Ajax scandeerde daarom de namen van de van een knieblessure revaliderende Machlas en bankzitter Hosé. Adriaanse bediende de supporters op hun wenken: in de rust moest Arveladze plaatsmaken voor Hosé. ,,Dat deed ik niet om Arveladze te prikkelen'', vertelde Adriaanse. Maar als je een spits van het kaliber Hosé naast je op de bank hebt zitten, kun je hem best inbrengen voor een falende Arveladze.''

Hosé kon echter ook weinig potten breken. Slechts tweemaal deed hij van zich spreken: eerst schoot hij hoog over nadat hij zich knap had ontdaan van Spartaan Marilia, enkele minuten later werd zijn geplaatste schot gekeerd door doelman Kooiman van de thuisploeg. Na die laatste doelgerichte actie van Hosé besliste Sparta de wedstrijd. Binnen een kwartier troffen Langerak (na een pass van Elkhattabi), Elkhattabi (na een half weggewerkte voorzet van Nielsen) en Marbus (na een goede actie van Elkhattabi) doel.

En zo was naast Arveladze ook de 23-jarige Elkhattabi een van de hoofdrolspelers van het duel. De negenvoudig Marokkaans international was bijna driekwart van de wedstrijd niet in beste doen, maar toonde zich in de laaste vijfentwintig minuten efficiënt in zijn acties. ,,Tegen Ajax krijg je altijd wel kansen. Die moet je wél meteen benutten'', vond de aanvaller die op het WK'98 in Frankrijk uitkwam voor zijn land. ,,Gelukkig leverde onze eerste goede kans meteen een treffer op.''

Trainer Roks van Sparta was zeer te spreken over het optreden van Elkhattabi: ,,Op een gegeven moment liet hij zijn bewaker Bergdolmo toch zijn hielen zien. Met Elkhattabi, maar ook Boukhari in de ploeg kunnen we het elke tegenstander lastig maken.'' Naast Elkhattabi was ook Nielsen een gevaarlijke speler aan de kant van Sparta. De ex-speler van PSV en RKC viel weer eens op met zijn specialiteit: de geplaatste bal. Nielsen trapt de bal op exact dezelfde wijze als een andere ex-PSV'er, Luc Nilis: effectvol en met de binnenkant van de wreef. Vrijwel iedere vrije trap of voorzet van Nielsen leidde tot gevaar voor het doel van Ajax-keeper Grim.

Trainer Roks van Sparta verdiende een compliment voor zijn tactische ingrepen na rust. Om de dominantie van Ajax een halt toe te roepen paste hij enkele wijzigingen toe in zijn strijdplan. Boukhari moest dichter tegen rechterverdediger Vierklau van Ajax aan spelen, zodat de back minder eenvoudig aanvaller Arveladze aan kon spelen. De net achttien jaar geworden verdediger Mendes da Silva moest vaker doorschuiven naar het middenveld om Ajacied Knopper op te vangen. Door die veranderingen sloot Sparta de aanvoer naar de Ajax-spitsen beter af dan voor rust af, terwijl de thuisploeg zichzelf ook in de gelegenheid stelde in de defensie regelmatig een-op-een te spelen.

Daardoor werd Ajax meer onder druk gezet en kwam ook middenvelder Knopper, die in de eerste helft tweemaal dicht bij een doelpunt was, nauwelijks meer aan voetballen toe. Ajax-trainer Adriaanse over het veranderde spelbeeld na de pauze: ,,Zeker na de eerste tegentreffer konden we niet meer anticiperen op de tactische keuzes van Sparta.'' De aanpassingen van Adriaanse haalden in elk geval weinig uit: de wisselvallige vleugelspitsen Van der Meyde en Bobson werden vervangen door de onzichtbare Van der Gun en de altijd tegenvallende Brazilaan Wamberto. Adriaanse: ,,En toch hadden we moeten winnen. Ajax was de sterkste ploeg.''

Na het succesvol verlopen Amsterdam Tournament, waar Ajax gelijkspeelde tegen Lazio Roma en won van Arsenal, werd de nummer 5 van de eredivisie door veel kenners alweer aangemerkt als kanshebber voor de landstitel. Vormgever Witschge riep zelfs dat hij voor niets minder speelde. Adriaanse probeerde die euforie steeds te temperen, maar dat lukte niet meer na de ruime zege op Fortuna Sittard. Na de nederlaag tegen Sparta concludeerde de trainer van de Amsterdamse ploeg dat er nog genoeg werk te doen is. ,,Voor dit seizoen zei ik al: we gaan voor een plaats bij de eerste vijf, meer niet. En die mening ben ik nog altijd toegedaan.''