ZEEVIS HERSTELT HELEMAAL NIET GOED VAN OVERBEVISSING

De meeste populaties zeevis herstellen zich veel langzamer van zware overbevissing dan tot nu toe werd aangenomen en dan op theoretische grond aannemelijk leek. Veel commercieel belangrijke vissoorten als schelvis, kabeljauw en schol blijken soms na 15 jaar nòg geen enkel herstel te vertonen van een periode met overbevissing. Alleen soorten uit de haringfamilie (zoals haring, sardien en sprot) vertonen een opmerkelijke `veerkracht'.

Dat concludeert de Canadese visserij-onderzoeker Jeffrey Hutchings, verbonden aan de Dalhousie University in Halifax, in Nature van 24 augustus. Volgens Hutchings hanteren natuurbeschermingsorganisaties als de IUCN (International Union for Conservation of Nature) en het Canadese Cosewic verkeerde en te optistische criteria bij de bescherming van zeevissen.

Hutchings analyseerde gegevens uit 's werelds grootste databestand voor de zeeviserij dat door collega Ransom A. Myers in Halifax wordt beheerd (http://fish.dal.ca/welcome.html). Hutchings schoof alle getheoretiseer opzij en bepaalde voor 90 welomschreven zeevispopulaties (`stocks' in visserijterminologie) over de gehele wereld in welke periode van 15 jaar de grootste achteruitgang had plaatsgevonden. Dat leverde voor elke populatie een basisjaar op en een waarde (uitgedrukt in procenten) voor de mate waarin de populatie bleek te zijn teruggelopen.

Daarna onderzocht Hutchings in hoeverre de populatie zich 5, 10 en 15 jaar na dat basisjaar had hersteld van de voor de eerdere periode gevonden aantasting, die in waarde kon variëren van 13 tot 99 procent. In veel gevallen werd na aantastingen van meer dan 45 procent nauwelijks of geen herstel meer gevonden. Van de 90 onderzochte populaties vertoonden er na 5 jaar slechts 7 een volledig herstel. Maar liefst 37 gingen na vijf jaar nog steeds achteruit. Hutchings noemt het onwaarschijnlijk dat dit simpelweg een gevolg zou zijn van een aanhoudend wanbeleid in het visserijbeheer. Zelfs na 15 jaar was er nog een verband tussen de omvang van de vispopulatie (op dat moment) en de aantasting aan het begin van de onderzoekperiode.

    • Karel Knip