Vertrek Maas bij Creyf's onvermijdelijk

Het vertrouwelijke justitiedossier over de voorkenniszaak bij uitzendbedrijf Content geeft een inkijkje in de tegengestelde belangen tussen onderneming en haar president-commissaris. Over het ,,dekken van het potje'' tegenover een ,,ondoordachte gang naar justitie''.

Na ruim een half jaar onderzoek en verhoren heeft de Economische Controledienst (ECD) het dossier afgerond over de voorkennisaffaire bij uitzendbedrijf Content. De zaak bestaat uit verscheidene elementen: de vermeende handel met voorkennis door enkele medewerkers van het bedrijf en de handelwijze van de Content-top tijdens de overname van de onderneming door de Belgische branchegenoot Creyf's in maart vorig jaar. Vooral de laatste zaak trok veel belangstelling, niet in de laatste plaats door een ongebruikelijk initiatief van de Belgen. Creyf's kwam er in november via een intern onderzoek achter dat de Content-top, luttele dagen vóór de overname bekend werd, nog personeelsopties had uitgegeven. Deze actie werd, anders dan gebruikelijk, gefinancieerd door een inkoop van eigen aandelen. Omdat de Content-koers na de overname sterk steeg, bleken de aandelen tegen een lage prijs aangeschaft en werden de opties veel meer waard. De Belgen beoordeelden het als een loepzuivere voorkenniszaak die ,,niet in de Creyf's-cultuur paste'' en besloten tot een opmerkelijke mea culpa-actie: de affaire werd panklaar bij justitie aangeleverd. Creyf's bekende schuld, betaalde een boete en richtte, samen met de Vereniging van Effectenbezitters, een fonds voor gedupeerde beleggers op, die, onwetend van de aanstaande overname, hun Content-aandelen tegen een lage prijs hadden verkocht. Zo kwam Creyf's relatief snel van de zaak af en ontkwam het bedrijf aan slepende procedures van gedupeerde aandeelhouders.

Maar voor de toenmalige twee directeuren en voormalig Content president-commisaris A. Maas is de zaak nog niet over. Justitie moet nu, aan de hand van de ECD-stukken, beslissen of de drie worden vervolgd, waarbij met name de persoon van Maas de aandacht zal trekken. De ex-KBB-topman, met commissariaten bij KLM, Heineken en TNT Post, is een gezien man in het Nederlands bedrijfsleven.

In de Content-affaire heeft hij als president-commissaris tijdens de overname door Creyf's een cruciale rol gespeeld, zo vertelt de topman van de Belgische onderneming, M. van Hemele, in zijn ECD-verhoor: ,,Bij de eerste bespreking was niemand van de Raad van Bestuur van Content aanwezig. (..) Bij de finalisering van de overeenkomst was de directie wederom niet aanwezig (..) Het akkoord werd door hem (Maas, red.), namens Content, onderhandeld. Ik vond dat niet vreemd, althans gezien naar Belgisch recht. Achteraf, gezien het Nederlands recht, is het natuurlijk vreemd dat niemand van het bestuur van Content aanwezig was'', aldus topman Van Hemele.

Al eerder hebben de twee Content-directeuren verklaard dat Maas ook nauw betrokken was bij de gewraakte inkoop van eigen aandelen ter financiering van de personeelsopties, een actie die overigens onder de ogen van adviserend advocatenkantoor Stibbe plaatshad. Uit het verhoor van Van Hemele komt duidelijk het belangenconflict naar boven tussen enerzijds de onderneming en anderzijds Maas. Creyf's wilde de voorkenniszaak zo snel mogelijk van tafel en achtte een deal met justitie de beste optie. Maar voor Maas leverde dat juist een probleem op, stelt Van Hemele: ,,De heer Maas deelde mij mede dat hij nimmer zelf een dading (akkoord om geschil te slechten, red.) zou tekenen omdat dit gelijk stond als schuldbekentenis en dat dit zijn commissariaten bij andere vennootschappen in gevaar zou brengen.'' Volgens hem heeft Maas ,,tijdens het voorbereidend gesprek voor mijn onderhoud met de officier van justitie (..) in de lokalen van Loeff (advocatenkantoor van Creyf's, red.) geïnformeerd `of we dit potje niet gedekt konden houden'. Ik heb hem toen verteld dat de zaken te ernstig waren (..) Vervolgens heeft de heer Maas mij gebeld (..) met de melding dat hij het toch niet zo'n goed idee vond om met de officier te praten. Ik heb hem toen verteld dat de afspraak een half uur geleden was vastgelegd.'' Daarbij blijft de vraag hangen waarom de Content-president-commissaris niet heeft voorkomen dat Creyf's naar justitie liep. Van Hemele schetst een steeds wisselend standpunt. Volgens hem zei Maas eerst niets van de zaak te weten en meldde hij later dat hij zich ,,van al deze feiten niets herinnerde en dat voor wat effectentransacties, in ruime zin, betrof, het de verantwoordelijkheid was van Renie Hendriksen (destijds adviseur van de Content-commissarissen, nu Creyf's-commissaris, red.). Later, wanneer de feiten duidelijker werden, werd zijn standpunt: ik ben niet bij deze zaken betrokken geweest. Finaal verdedigde hij het standpunt dat de handelingen geen strafbare zaken inhielden'', aldus Van Hemele. De raadsman van Maas, Stibbe-advocaat D. Doorenbos stelt de opstelling van Maas ,,helemaal niet eigenaardig'' niet vinden. Doorenbos: ,,Die aandeleninkoop is complexe juridische materie waarbij een niet-jurist als Maas niet zomaar een zwart-wit standpunt heeft. Zelfs geleerden zijn het oneens of het strafrechterlijk te verwijten valt. Persoonlijk denk ik van niet en Maas kan best voortschrijdend inzicht hebben gehad. Maar toen had Creyf's de ondoordachte gang naar justitie reeds gemaakt.''

Door de overname zal de Content-raad van commissarissen worden opgeheven. Van de drie Content-vertegenwoordigers die, volgens afspraken bij de overname, overstapten naar de raad van commissarissen van Creyf's, blijkt inmiddels nog maar één over: R. Hendriksen. De deal met justitie leidde eerder tot het vertrek van Content-oprichtster S. Tóth en onlangs, zo bevestigt een Creyf's woordvoerder, is ook Arie Maas als commissaris opgestapt. Creyf's noch Doorenbos wil desgevraagd ingaan op de achtergronden van dat vertrek, maar het lijkt evident dat de affaire rondom de overname de relatie niet echt verstevigd heeft.