President, wapen en volk

De wedergeboorte van Reagans nooit geboren Star Wars is ophanden. Als ultieme verdediging tegen schurkenstaten. Journalist Frances FitzGerald over de kwetsbaarheid van Amerika: ,,Er is helemaal geen wapen. Het debat erover klinkt als Alice's adventures in Wonderland''

Frances FitzGerald vermaakt zich. Sinds de publicatie, dit voorjaar, van haar boek over voormalig president Reagan en zijn favoriete wapensysteem Star Wars wordt er regelmatig een beroep op haar gedaan. Senatoren in Washington nodigden haar uit voor een lezing, ze was te gast in talkshows, ging in debat met conservatieve ideologen. ,,Toen ik er negen jaar geleden aan begon, was het niet mijn bedoeling een polemisch boek te schrijven. Het Strategische Defensie Initiatief (SDI, de officiële naam voor Star Wars, red.) was op sterven na dood. Ik wilde de geschiedenis ervan boekstaven, en het `raadsel Reagan' oplossen.''

Dat het anders uitpakte, lag aan de wonderbaarlijke wederopstanding van SDI. De spin-off van Star Wars, het National Missile Defense (NMD), wordt waarschijnlijk over enkele weken door president Clinton ten doop gehouden. Het wapenschild is al maanden onderwerp van een vinnige discussie tussen Democraten en Republikeinen. De Democratische presidentskandidaat Al Gore wil, in het voetspoor van Clinton, een beperkt wapenschild dat Amerika beschermt tegen inkomende raketten van schurkenstaten als Noord-Korea en Iran. De Republikein George W. Bush wil een uitgebreid defensieschild, dat ook bescherming biedt tegen bijvoorbeeld China. ,,Barok en surrealistisch'', noemt FitzGerald het debat. ,,NMD is een verkiezingsissue, losgezongen van de realiteit. De mislukte test met missile defense op 8 juli heeft bewezen dat er helemaal geen wapen is.''

Een schare toegewijde volgelingen heeft Ronald Reagan gebalsemd als de winnaar van de Koude Oorlog en de man die met Star Wars het Rijk van het Kwaad op de knieën dwong. FitzGerald stellig: ,,Daar is geen bewijs voor. Als ik daar in een debat naar vroeg, reageerden mijn opposanten getergd. Sommigen waren zo kwaad, dat ze niet meer voor rede vatbaar waren. Uit analyses van de CIA in de jaren tachtig blijkt dat de forse verhoging van het Amerikaanse defensiebudget Moskou koud liet. De uitgaven voor defensie in de Sovjet-Unie stegen in de jaren tachtig gemiddeld met zo'n tweeëneenhalf procent. SDI of geen SDI. De CIA mocht die analyses overigens twee jaar lang niet publiceren. Oud-CIA-directeur Robert M. Gates geeft in zijn herinneringen From the Shadows (1996) ruiterlijk toe dat Gorbatsjov een einde maakte aan de Koude Oorlog.''

Reaganmystiek

FitzGerald (59) verblijft jaarlijks van juli ,,tot het te koud wordt of de donkere luchten me beklemmen'' in een onverwarmde blokhut op Mount Desert Island in de noordoostelijke staat Maine. Voor ik haar een vraag kan stellen, wil ze mijn favoriete anekdote over Ronald Reagan weten. ,,Iedereen heeft een verhaal over Reagan.'' Ze verzamelt ze. Haar eigen voorkeur gaat uit naar dat van Jesse Unruh, Democratisch tegenstander van toenmalig gouverneur Ronald Reagan in Californië in de jaren zeventig. Volgens Unruh was het unieke van Reagan dat hij het ene moment beweert dat tweemaal twee vier is, om er tien minuten later van overtuigd te zijn dat tweemaal twee zes is. Zijn kracht, zei Unruh, is dat hij erin gelooft – hij veronderstelde dat beide oplossingen goed zijn.''

Ze grinnikt. ,,Reagan'', zegt ze, ,,was een puzzel. Ik begreep hem niet. Bij zijn afscheid in 1989 stond slechts één ding vast: zijn band met de bevolking, zijn blijvende populariteit. Ik was geïnteresseerd in de Reaganmystiek. Volgens progressieve intellectuelen was hij een simplist. Maar ook conservatieven hebben een beeld van Reagan dat weinig met de werkelijkheid te maken heeft. Hun Reagan is een man van principes. Een leider. In werkelijkheid was hij plooibaar, bereid compromissen te sluiten en te onderhandelen. Kortom: veel minder tough en principieel dan zij nu willen. Door me te concentreren op Star Wars werd dat duidelijk. Via zijn wapensystemen kreeg ik vat op hem.''

FitzGerald is historica en journaliste, onder meer voor het weekblad The New Yorker. Way out there in the Blue, Ronald Reagan, Star Wars and the End of the Cold War (uitgeverij Simon and Schuster) is haar vierde boek. Ze debuteerde in 1972, op 31-jarige leeftijd, met The Fire in the Lake, het eerste boek waarin de Vietnamoorlog vanuit Vietnamees perspectief werd verklaard. Het boek, dat veelvuldig werd bekroond, was de vrucht van zes jaar studie en een langdurig verblijf in Vietnam. Daarna richtte ze haar blik op Amerika, en publiceerde boeken over geschiedenis in het middelbare onderwijs (America Revised: History Schoolbooks in the Twentieth Century; 1979) en over communes en alternatieve gemeenschappen in de jaren tachtig (Cities on a Hill: A Journey through Contemporary American Cultures; 1986).

In Way out there in the Blue analyseert FitzGerald opnieuw een subgroep die in de jaren tachtig van zich deed spreken: de cold warriors die zich in de regering Reagan om de nationale veiligheid bekommerden. ,,De doctrine van wederzijdse afschrikking voldeed niet in hun ogen. Daar kwam bij dat Reagan werd gekweld door de gedachte dat Moskou kernwapens op Amerika had gericht. Dat vond hij onverdraaglijk, en de Amerikaanse bevolking met hem. Hadden hun voorvaders zich niet juist hier gevestigd om dat akelig gewelddadige Europa de rug toe te keren? Vandaar dat Reagan in zijn SDI-rede van 1983 wetenschappers `die ons de atoombom hadden gegeven' opriep die bom nu onschadelijk te maken. De geest moest weer in de fles.''

SDI was Reagan dus op het lijf geschreven, een match made in heaven tussen president, wapen en bevolking. ,,Het beloofde een einde te maken aan de wederzijdse afschrikking, en zou als `paraplu' de Amerikanen beschermen tegen inkomende Sovjet-raketten. Amerika had het perfecte wapen gevonden, ook al bestond het alleen in theorie. Een radicaal nieuw begin in de wapentechnologie. Dat de Sovjet-leiders zoveel bezwaar tegen Star Wars maakten, was juist een goede reden om ermee door te gaan.'' Moskou was altijd geporteerd voor het ABM-verdrag uit 1972. Dat verbiedt de productie van defensieve wapens en de uitbreiding van de wapenwedloop in de ruimte. ,,SDI dreigde de stabiliteit tussen beide kerngrootmachten te verstoren, en Amerika een voorsprong geven. Reagan dacht in termen van onkwetsbaarheid, maar zijn adviseurs wilden de Koude Oorlog winnen. Het ironische is dat ze zo druk bezig waren met winnen, dat ze niet in de gaten hadden dat de vijand al op apegapen lag.''

Reagan was volgens FitzGerald een ceremonieel monarch, die niets gaf om de inhoudelijke kant van het presidentschap. Omdat hij geen leiding gaf, kon iedereen Reagans `droom' op eigen wijze interpreteren en werd er achter de schermen een gevecht gevoerd tussen minister van Defensie Caspar Weinberger en minister van Buitenlandse Zaken George Shultz. Weinberger wilde SDI aanwenden om het ABM-verdrag te torpederen, Shultz om de Sovjet-leiders tot ontmanteling van langeafstandswapens te bewegen. In de voorbereiding van topontmoetingen met Gorbatsjov leidde dat tot komische taferelen. De Amerikaanse delegatie bleek telkens niet in staat een gesloten front te vormen, waarop Reagan zijn `waterdichte paraplu' weer uit de kast mocht halen. Die was vaag genoeg voor beide kampen in zijn regering om er vrede mee te hebben.''

Meer dan tien jaar later is Weinbergers visie nog springlevend. ,,Voorstanders van het uitgebreide National Missile Defense, onder wie de Republikeinse presidentskandidaat George W. Bush, zeggen dat het ABM-verdrag inmiddels verouderd is. Ook zij zijn dus bereid een verdrag dat werkt in de prullenmand te gooien voor een schild dat alleen op papier verlossing biedt. Maar ja, het gaat ze niet zozeer om veiligheid als wel om de Democraten ervan te beschuldigen zwak te zijn op defensiegebied. Richard Perle, Bush' belangrijkste wapenadviseur, wil nu een systeem waarbij vijandige draagraketten vlak na lancering worden neergeschoten, vanaf schepen voor de kust van onbetrouwbare staten. Tien jaar geleden was hij gecharmeerd van Brilliant Pebbles: een zwerm high-tech wapenstenen die in de ruimte zweefden en op afroep inkomende raketten zouden vernietigen.'' Ze proest het uit. ,,De stenen bleken te zwaar om te lanceren en de kosten astronomisch. En of het systeem zou werken, zou pas blijken als er een vijandige raket werd gelanceerd.''

Gaaf gebit

De rode draad in haar werk noemt FitzGerald de `cultureel-antropologische invalshoek' waarmee ze haar onderwerpen te lijf gaat. In Cities on a Hill verwijt ze journalisten de opkomst van het evangelism te hebben gemist, als belangrijke factor in de binnenlandse politiek van Amerika. ,,De belofte van wedergeboorte en de daarmee gepaard gaande bevrijding is noodzakelijk voor Amerikanen. Dat ideaal heeft zich van de godsdienst vertakt in alle facetten van het leven: literatuur, politiek, cultuur in algemene zin.''

Ze schrijft in Cities on a Hill over een bezoek aan de kerk van christen-fundamentalist Jerry Falwell: `Als stadskind, in New York, kende ik niemand die het idyllische leven van de buitenwijken verpersoonlijkte, met een glimmende linoleum vloerbedekking en een glanzend gaaf gebit.'

,,Ik groeide op bij mijn moeder, Mariella Peabody. Zij kwam uit een puriteins gezin in Boston, very New England. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuisde ze naar New York en vond werk als model bij het tijdschrift Life. Na de oorlog had ze genoeg van Boston, haar strikte opvoeding en mijn vader Desmond FitzGerald. Ze had de vrijheid geroken, was een stormachtige verhouding begonnen met filmregisseur John Huston. Ze stuurde mij naar een normale stadsschool, met veel joden en Afrikaans-Amerikanen.''

Na de basisschool ging FitzGerald naar een kostschool in de zuidelijke staat Virginia. ,,Naast paardrijden en gedwongen buiten slapen wegens een gezondheidstic van de directrice viel er niets te beleven. Het was er doodsaai. Pas tijdens mijn studie op Radcliffe (de inmiddels afgeschafte vrouwelijke afdeling van Harvard, red.) werd er weer leven in mij geblazen.''

Na de universiteit en een kortstondig verblijf in Parijs belandde FitzGerald in de journalistiek. Het was niet haar eerste keuze. ,,Mijn vader werkte voor de CIA. Een mysterieuze man. Hij was een China-watcher, zat altijd in het buitenland – Korea, Japan, Vietnam. Ik had weinig contact met hem, ook doordat mijn ouders waren gescheiden. Hij schreef brieven, heel erudiet, met citaten uit Alice's Adventures in Wonderland. Na mijn studie vroeg ik hem of er ook voor mij plaats was bij de CIA. Hij antwoordde dat je het er als vrouw niet ver zou schoppen. Bovendien gold er een regel tegen nepotisme.''

Het werd dus de journalistiek. In 1966 ging ze voor het eerst naar Vietnam. Ze kwam er aan toen de eerste generatie Amerikaanse journalisten net was vertrokken. Ze herinnert zich feestjes in het begin van de jaren zestig bij de journalist Joe Alsop, een vriend van de Kennedy's en haar vader, waar zij met haar medestudenten vraagtekens zette bij de oorlog in Vietnam. ,,Mijn vader, die het land goed kende, veegde onze bedenkingen in één zin van tafel. Hij zei dat wij nog niet droog achter de oren waren.''

Nauwelijks was FitzGerald in Vietnam aangekomen, of daar brak de tweede golf zelfmoorden van boeddhistische monniken uit. ,,We werden door Vietnamezen naar de plaatsen geleid waar die afschuwelijke zelfverbrandingen plaatshadden. De aanwezige journalisten richtten zich op het verloop van de oorlog, op hoe America het deed. Ik besloot naar de andere kant te kijken: naar de Vietnamezen en hun cultuur. Mijn eerste artikel daarover schreef ik vooral ook voor mijn vader. Hij heeft het helaas nooit gelezen.'' Desmond FitzGerald overleed in 1967 aan een hartaanval tijdens een partijtje tennis op zijn landgoed in Virginia.

,,Mijn vader had romantische ideeën over de Koude Oorlog. Hij was een voorstander van de inzet van infiltranten – belezen soldaten die de cultuur van het land kenden, achter de schermen opereerden, analyses opstelden en samenwerkten met vijanden van het communisme. Toen ik na mijn studie op Radcliffe in Parijs werkte, kwam hij een keer lunchen voor mijn verjaardag. Ik verheugde me erg op zijn komst. Later begreep ik dat hij om heel andere redenen in Parijs moest zijn: hij gaf een huurmoordenaar de laatste instructies om Fidel Castro uit de weg te ruimen. Dat gebeurde op verzoek van minister van Justitie Robert Kennedy.''

Wat vindt ze van deze kant van zijn werk? ,,Het betekent'', zegt ze, ,,dat hij niet altijd een goede ambtenaar was.'' Later komt ze er op terug. ,,Ik vond het vreselijk toen ik er voor het eerst van hoorde. Maar ik kon hem er niet meer naar vragen, hij was toen al vijf jaar dood. Hij behoorde tot de generatie voor wie de Tweede Wereldoorlog nooit is geëindigd. De Koude Oorlog was voor hem geen abstractie. Hij bleef strijden, als bureaucraat en als soldaat.''

Het debat over een wapenschild kan, zegt ze tijdens het laatste gesprek, worden samengevat met een zin uit Alice's Adventures in Wonderland: `Jam gisteren en jam morgen, maar nooit jam vandaag.' ,,Gisteren was er Star Wars, morgen is er missile defense, maar vandaag is er niets. Er is nog geen wapen. Conservatieven verwijten mij dat ik tegen een schild ben, maar dat is niet zo. Ik hoop dat het werkt, maar er is niets dat in die richting wijst. En los daarvan voldoet het ABM-verdrag.''

    • Menno de Galan