Praatpalen

Een ex-directeur van een Amsterdamse international schrijft het volgende. `Na mijn pensionering wilde ik nog werken, maar na twintig buitenlandse jaren paste ik niet meer in het ouwe-jongens-krentenbrood-spel dat men in Nederland speelt. Dan ga je op zoek naar iets anders.'

Na het overlijden van zijn ouders en schoonouders deed hij ervaring op als executeur-testamentair – iemand belast met de afwikkeling van een nalatenschap. Uit ergernis over de belastingen verdiepte hij zich daar ook in. Zo groeide hij uit tot een veelzijdige en populaire praatpaal voor vrienden en kennissen.

`Als vanzelf ben ik daardoor aan de weduwen gekomen. Mijn adviezen dekten een grote behoefte, want die vrouwen weten van niets en zijn meestal zo bedroefd dat ze belangrijke beslissingen alsmaar voor zich uit schuiven. En de kinderen van zowel de warme als de koude kant denken te vaak aan hun eigen belangen.'

De behulpzame Amsterdammer zet zijn dames aan het werk, verduidelijkt brieven en formulieren, gaat mee naar de notaris en de bank, kent de weg bij allerlei instellingen en vult belastingformulieren in.

`Kortom, ik ben een aardige, keurige, neutrale, integere, niet-domme man, al zeg ik het zelf. Sta open voor goede, andere meningen en ben niet gebonden aan welke financiële instelling dan ook. Ik reken niets voor mijn inspanningen, wat misschien wél dom is. Iedereen loopt met mij weg, wat een fijn gevoel is. Ik voel me bijzonder nuttig.'

Waarom schrijft deze meneer? Hij wil meer mensen helpen, maar hoe vind je die? `Het is een gat in de markt, maar ik kan toch niet gaan adverteren?'

Er zijn verschillende manieren om contacten te leggen. Bijvoorbeeld door ad hoc samen te werken met notarissen, belastingadviseurs, accountants, banken of assurantietussenpersonen. Die hebben in het verlengde van hun advies (de uitwerking) behoefte aan betrouwbare coaches die het klappen van de zweep kennen. En diverse gemeentelijke instellingen en ouderenbonden houden zich met geldzaken en bemiddeling bezig.

Een zinnig alternatief, in tientallen gemeenten, vormen de stichtingen met de naam 't Gilde. Die bemiddelen voor mensen van vijftig jaar en ouder die hun kennis en ervaring op allerlei gebieden over willen dragen aan anderen, die daarvoor belangstelling hebben. De adviezen zijn gratis, hoewel men natuurlijk een kostenvergoeding mag rekenen. `t Gilde biedt meer informatie op de website www.gilde-nederland.nl. En die goeie, ouwe telefoon werkt ook nog steeds.

Er zijn meer mensen die op deze wijze actief willen zijn, blijkt uit reacties die de redactie van de pagina Geld Telt ontvangt. Dat is een goede zaak, want van elke dag golfen en bridgen takelt een gezond mens snel af. Maar bij de hulp als hiervoor geschetst, past een kanttekening: het gaat meestal over in omvang beperkte problemen, die weinig tijd van een raadgever vragen. Zo'n praatpaal is geen alternatief voor een adviseur of planner die een plan moet opstellen. Lees het relaas van een e-mailer.

Om mijn geldzaken eens door te nemen, ging ik onlangs naar een bankplanner, ingeschreven bij de Federatie Financiële Planners (FFP) – website www.ffp.nl. Hij vertelde dat het advies gratis zou zijn, mits ik de geadviseerde producten bij zijn bank zou afnemen. Ik zei hem dat ik geen cliënt van zijn bank ben en zijn reactie niet strookte met een onafhankelijk advies. Hierop zei hij dat ik wel van zijn diensten gebruik kon maken, maar tegen een vergoeding van 200 gulden per uur.

De mailer komt tot deze conclusie. `Ga nooit met een FFP-planner in zee, want die is er alleen maar op uit om geld aan de klant te verdienen en de producten te verkopen van zijn of haar baas. De onafhankelijkheid is ver te zoeken. Uiteraard maak ik geen gebruik van de diensten van deze man.' De bijl in deze praatpaal. Is dit terecht? Nee.

Natuurlijk willen planners en andere adviseurs geld verdienen! Het zijn hoog opgeleide professionals die hun kennis permanent op peil moeten houden – het nieuwe belastingstelsel, veranderingen in het erfrecht, de successiewet enzovoorts. Een mens blijft bezig. Daar moet een vergoeding tegenover staan, en 200 gulden per uur is redelijk.

Wanneer een planner voor niets werkt, moet hij (of zijn werkgever) op een andere manier beloond worden. Bijvoorbeeld via de verdiensten op producten (die best goed kunnen zijn), of als een vorm van service aan goede klanten.

Je moet wel een onderscheid maken tussen deskundigheid en onafhankelijkheid. De genoemde bankman kan uiterst kundig zijn, zeker als hij niet meer aan de bank hoeft te denken. Als raadvrager ondervang je dit dilemma door een second opinion te vragen.

    • Adriaan Hiele