Pleegouders van dertig kinderen

Eef en Ineke van de Kuilen waren vijftien jaar lang pleegouder van in totaal dertig kinderen. Vorige maand hielden ze er mee op.

Sinds een maand wonen Eef (47) en Ineke (39) van de Kuilen met hun zoon Martin in een geel bakstenen huis in De Meern.

,,Wennen'', zegt Ineke en ze zet per ongeluk twaalf koppen koffie.

,,Wennen'', beaamt Eef. ,,Het lijkt wel Center Parcs hier met al die hutjes.''

Eef en Ineke woonden vijftien jaar lang met in totaal dertig pleegkinderen in een gezinshuis in de Utrechtse wijk Oudwijk. Dagelijks vijf kinderen aan tafel, grote pannen aardappels, tassen met boodschappen van de Basismarkt. Die kinderen waren weggelopen van huis of weggestuurd uit kindertehuizen. Een restcategorie, tussen de negen en zestien jaar oud: te oud voor een klein pleeggezin, te jong om op kamers te wonen.

In mei ging het huis dicht. Conflict met de jeugdhulpverlening. De pleegouders willen er niet veel over kwijt, ze hebben beloofd te zwijgen. ,,We hadden er nog wel een jaar aan vast willen plakken'', zegt Eef. ,,Nu doen we elk weekend wat leuks, zodat we niet de kans krijgen het rumoer te missen.''

Ineke: ,,En we eten 's avonds bij de televisie, voor de gezelligheid. In het vorige huis wilde ik dat niet hebben.''

Wat missen ze precies? ,,Het bezig zijn'', zegt Ineke. ,,Het vanzelfsprekende'', zegt Eef. Om zeven uur op, brood roosteren, banden plakken, bij het huiswerk helpen en stoeien. Dat allemaal zonder erbij na te denken. ,,Ik loop een beetje niet nuttig te zijn hier.''

In het gezinshuis werd om kwart over vijf het eten opgeschept. Drie soorten vlees, want er zat altijd wel een moslim bij die geen varkensvlees at. Er was één regel: rekening houden met elkaar. En er waren regelregels: zachtjes op de trap, niet pikken, vuile was in de wasmand, goed afwassen, zodat niet het vet nog van de borden druipt.

Ineke: ,,Met die kinderen moet je niet te veel praten. Klep dicht, ik ben de baas. Uiteindelijk kreeg ik door die regelmaat bijna altijd contact.''

Eef: ,,Het waren verwaarloosde kinderen: asociaal en autistisch. Soms seksueel misbruikt. Altijd van gescheiden ouders, drinkende ouders, ouders die te veel met zichzelf bezig waren en te weinig met knuffelen en opvoeden. Niet per definitie uit achterbuurten of woonwagenkampen.''

Ineke: ,,Je moest het niet in je hoofd halen iets negatiefs over hun ouders te zeggen. Ouders zijn heilig.''

Eef: ,,Ouders moesten achter de plaatsing staan. We zeiden: `We willen jullie kind niet afpikken'. Ze moesten ons zien zitten, anders werd het verblijf voor zo'n kind een lijdensweg. Krijgt het er nog een loyaliteitsprobleem bij.''

Ineke: ,,Hoe vaak ik niet heb gehoord: `je bent mijn móeder niet!'. Dat is niet alleen een feitelijke constatering, maar ook een afwijzing van de ergste soort. Met jou wil ik niks te maken hebben. Ik moet je niet. Ze hadden er moeite mee dat ik er voor ze was. Dat vertrouwden ze niet. Als Eef en ik eens ruzie hadden, zeiden ze: zie je wel.''

Voordat Eef en Ineke het gezinshuis betrokken, woonden ze op een flatje in de wijk Kanaleneiland. Hij was bediende bij een benzinepomp, zij werkte als schoonmaakster in de thuiszorg.

Ineke: ,,De jeugdhulpverlening zocht eenvoudige arbeiders met een beetje levenservaring. Niet te veel ellende achter de rug, maar wel dat je zegt inzicht.''

Eef: ,,Je moet stabiel zijn.''

Ineke: ,,Al ben je de moeder, het worden nooit je kinderen. Dat moet je ook niet willen. Bij de eerste pleegkinderen voelde ik me te dicht betrokken. Die zijn me het dierbaarst gebleven. Later kreeg ik meer professionele afstand.''

Als nieuwe kinderen een achterbakse indruk maakten bij `de intake' – de kennismaking – kwamen ze er niet in. Ineke: ,,Hoe doet ie tegen de hond? Nee, dat wordt niks, zeiden we dan. Het is ook voorgekomen dat we alledrie vielen voor een jongen met een slechte reputatie. Die heeft uiteindelijk vijf jaar bij ons gewoond.''

Eef: ,,Of Chantal, die was ook zo moeilijk.''

Ineke: ,,En nu is ze zo lief. We hebben haar vorige maand naar een opvanghuis voor meiden moeten brengen. Ze heeft het vast vreselijk moeilijk.''

Eef: ,,We hebben zoveel zorgen om haar.''

Ineke: ,,Ze is veertien, maar nog zo'n kind. Ik zou haar dolgraag in huis willen nemen. Wat vind je Eef?''

Eef: ,,Over Chantal moeten we nog maar eens diep nadenken.''

Heeft u ervaring als pleegouder of pleegkind? Stuur uw reactie naar NRC Handelsblad, Z/Ouder & Kind, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam of per e-mail naar zok@nrc.nl. Uw reactie moet donderdagochtend in ons bezit zijn.