Plak én droog

Chinese boeren die bij hun rijstteelt overstapten van monocultuur naar meerdere variëteiten zagen hun oogst op verbluffende wijze vooruit gaan. Gemengde teelt heeft de toekomst.

HET EXPERIMENT begon in 1997, op een klein rijstveldje in de Chinese provincie Yunnan. Een jaar later bedroeg het proefoppervlak 812 hectare. Inmiddels is het onderzoek van dr. Youyong Zhu, werkzaam aan de Yunnan Agricultural University in Kunming, uitgebreid tot een gebied van 40.000 hectare. Zhu heeft duizenden boeren in de regio weten over te halen om hun rijstteelt anders op te zetten. Ze waren gewend om hun gewas als monocultuur te verbouwen. Slechts één rijstvariëteit werd op de velden geplant. Maar drie jaar geleden begon Zhu op kleine schaal met gemengde rijstteelt. Steeds meer boeren verbouwen sindsdien twee rijstvariëteiten door elkaar. Een plakrijst- en een droge rijstvariëteit. De resultaten zijn verbluffend, zoals blijkt uit Zhu's publicatie die vorige week donderdag in Nature verscheen.

Met de gemengde teelt halen de rijstboeren een veel grotere oogst binnen. De opbrengst van de plakrijst ligt bij gemengde teelt bijna 90 procent hoger dan bij monocultuur. En twee jaar na het begin van de proef hoefden de boeren geen fungiciden meer te gebruiken voor de bestrijding van meeldauw, een ziekte die wordt veroorzaakt door de schimmel Magnaporthe grisea. De schimmel infecteert eerst de rijstbladeren die daardoor grijze vlekken krijgen. Vervolgens verplaatst M. grisea zich naar de onderkant van de groeiende rijstkorrel waar hij het vaatsysteem, dat zorgt voor transport van water en voedingsstoffen, vernietigt. Meeldauw zorgt voor oogstverliezen die schommelen tussen de 20 en 100 procent, afhankelijk van bijvoorbeeld het klimaat. ``Ondanks dat ze bij monocultuur drie tot acht keer per jaar met een fungicide sproeien'', zegt prof.dr. Christopher Mundt desgevraagd over de telefoon. Mundt is verbonden aan het International Rice Research Institute (IRRI) op de Filippijnen en leidde het onderzoek. Mundt: ``Met de gemengde teelt verdienen boeren 260 dollar per hectare meer dan met monocultuur. Dat is een hoop voor iemand die maar een paar dollar per dag verdient.''

De moderne landbouw is gebaseerd op de monocultuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor 's werelds vier belangrijkste gewassen: tarwe, rijst, maïs en aardappel. Ondanks hun goede opbrengst, hebben monocultures een groot nadeel. Ze vragen een intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen. Monocultures zijn volgens Mundt namelijk erg vatbaar voor ziektes. ``Nieuwe, ziekteresistente gewassen gaan vaak maar een paar jaar mee. Schimmels, bacteriën of insecten evolueren snel en vinden altijd wel een manier om door de resistentie van één variëteit heen te breken'', aldus Mundt.

schimmel

Voor gemengde teelten geldt dat nadeel minder. Daar wordt het risico op een plaag namelijk gespreid. Neem de schimmel M. grisea. Die komt in vele varianten voor. Elke variant kan slechts één of enkele rijstvariëteiten infecteren. Bij monocultuur selecteert de infectieuze schimmel zich snel uit en kan zich vervolgens razendsnel verspreiden. Hij vindt overal planten die hij kan infecteren.

Bij gemengde teelt speelt dat probleem minder. Als een schimmelvariant een rijstplant heeft geïnfecteerd verspreidt hij zich moeilijker omdat er minder identieke planten in de buurt zijn die hij kan infecteren. Bovendien werken de niet-vatbare planten als een fysieke barrière. Een deel van de rondzwevende schimmelsporen belandt op rijstplanten die voor de schimmel ondoordringbaar zijn. Voor een rijstplant kan zo'n onschadelijke schimmel juist alarmerend werken. Hij maakt al kennis met de ziekteverwekker en verhoogt daarop zijn afweer (zoals dat gebeurt met een vaccin). ``Je moet de combinatie van de rijstvariëteiten goed uitkienen'', aldus Mundt. ``Ze moeten niet vatbaar zijn voor dezelfde schimmelvarianten.''

Om de juiste rijstvariëteiten te kunnen selecteren verzamelde Zhu schimmelsporen op de rijstvelden. Hij testte de sporen in het laboratorium op allerlei variëteiten plakrijst en droge rijst. Uiteindelijk selecteerde hij van elke type rijst twee variëteiten. Op de rijstveldjes plantte hij één rij van een plakrijstvariëteit naast vier rijen van een droge rijstvariëteit. Plakrijst werd dunner gezaaid omdat dit type vatbaarder is voor meeldauw dan droge rijst. Maar op de markt brengt het bijna twee keer zo veel op. De boeren verbouwden de plakrijst en de droge rijst ook nog als monocultuur, ter controle.

De gemengde rijstvelden hadden minder last van ziekte. Bij monocultuur van plakrijst kreeg 20 procent van de velden te maken met een schimmelepidemie, bij de gemengde teelt was dat slechts één procent. Met name de opbrengst van plakrijst steeg in gemengde teelt, die van droge rijst bleef ongeveer gelijk.

Mundt weet dat gemengde teelt vaker wordt toegepast. ``In Oost-Duitsland kreeg de gerstteelt begin jaren tachtig te maken met een rampzalige meeldauw-epidemie. De kosten van pesticiden stegen enorm. Sindsdien zijn ze daar ook begonnen met gemengde teelt van twee of drie gerstvariëteiten. Inmiddels staan die op ruim 300.000 hectare, meer dan 90 procent van het totale gerstareaal. Ook in dit geval is de ziektedruk en het gebruik van pesticiden drastisch gedaald.''

aardappelen

In Nederland zijn ook wel proeven gedaan met gemengde teelt. Met aardappelen. Maar de besmetting met de schimmel Phytophtora infestans werd er niet minder op. ``Het kan zijn dat een heleboel schimmelvarianten zo uitbundig aanwezig zijn in de lucht en de bodem, dat gemengde teelt weinig extra bescherming biedt'', zegt Mundt die in het verleden ook proeven heeft gedaan met aardappelen. ``Dat zie je in gebieden waar de aardappelteelt intensief is.'' In Nederland probeert men het nu op een andere manier. Zo planten biologische boeren klaver tussen de prei. De wortels van klaver scheiden een stof af waarmee trips, een plaaginsect op prei, is te bestrijden. En tussen kool wordt tegenwoordig karwij geteeld.

Mundt hoopt dat het idee van gemengde teelt zich zal verbreiden. ``Het bezwaar dat vaak wordt gemaakt is dat het onpraktisch zou zijn. Bijvoorbeeld omdat de verschillende variëteiten op uiteenlopende tijdstippen tot rijping komen.'' Maar dat is volgens Mundt een drogreden. ``Je kunt planten selecteren op gelijktijdige rijping. Datzelfde geldt voor de kwaliteit. Je zorgt dat je planten alleen verschillen in ziekteresistentie.''

Maar hoe zit het dan met de scheiding van door elkaar geplante variëteiten? Mundt: ``In de gebieden waar wij werken, wordt rijst nog met de hand geoogst. Daarom heeft Zhu de plakrijst en de droge rijst niet at random, maar in afzonderlijke rijen laten aanplanten. Zo is het goed te scheiden.'' Mundt kent ook een voorbeeld uit Amerika, waar mengsels van tarwe geheel mechanisch worden verwerkt. ``Het wordt geoogst en vermarkt als bulkproduct.''

    • Marcel aan de Brugh