OLYMPISCH ZWEET

De libero mag in het volleybal alleen maar verdedigen. Daarom traint Joost Kooistra, sinds drie maanden de vervanger van de weggestuurde Marko Klok, bij de Nederlandse ploeg anders dan zijn teamgenoten. Als de anderen aanvallen en de bal over het net rossen, staat hij met assistent-trainer Wim Koch op een andere plek in de zaal. Daar moet Kooistra proberen de ballen van de grond te houden, moet hij duiken en rollen. Heel af en toe mag hij een balletje meeslaan. Dat is nuttig. Want Kooistra moet straks, als de competitie begint, bij Dynamo wel weer aanvallen. Om die reden is hij zelfs aangetrokken door de topclub uit Apeldoorn. Kooistra is van huis uit passer-loper, zeg maar een man voor de punten. Als libero mag hij geen punten maken. Hij kan ze alleen maar voorkomen. Maar hij weet dat hij niet mag klagen. Kooistra behoorde vorig jaar nog tot de selectie van veelbelovende spelers. de zogeheten C-selectie. Hij was net terug van de Universiade op Mallorca toen hij werd gevraagd zich voor de nationale ploeg als libero te bekwamen. Het verzoek verraste hem. Hij vond het wel wat, zag het als een uitdaging om snel het hoogste niveau van het internationale volleybal te bereiken. En dat hij als libero een ander shirt draagt, vindt hij eigenlijk wel mooi. Zo valt hij altijd op, ook als de anderen aanvallen.

Aflevering acht van een serie over Nederlandse sporters op weg naar de Olympische Spelen.

    • Hans Klippus