MOEIZAAM VIRTUEEL

Hier en daar verschijnen er virtuele onderwijsprogramma's in het hoger onderwijs.

De meeste docenten zien de computer als een veredelde typemachine.

Dankzij de informatie- en communicatietechnologie (ICT) kan een student nu ook midden in de nacht college lopen of z'n opdrachten inleveren. En als z'n vriendin ook een internetaansluiting heeft, hoeft hij er niet eens voor naar huis te fietsen. Studieroosters en tentamenuitslagen kunnen zo van het web worden geplukt en de communicatie met docenten verloopt via de pc een stuk vlotter.

Maar of het onderwijs er ook beter op is geworden, is de vraag. Deskundige op het gebied van ICT en onderwijs Henk de Wolf vindt van niet. Bij zijn afscheid afgelopen mei als hoogleraar onderwijstechnologie van de Open Universiteit zei hij dat het hoger onderwijs is blijven steken bij het binnenhalen van de machines. ``De meeste hoogleraren en medewerkers gebruiken de pc als een veredelde typemachine. Er wordt niet op een intelligente manier gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de informatietechnologie biedt.''

Dat wordt wel geprobeerd. In Leiden kunnen studenten geneeskunde met het programma `Dynamische Patiënt Simulator' iets dat daarvoor niet mogelijk was: experimenteren met patiënten, virtuele patiënten wel te verstaan. Zoals de heer Pouwels, die de EHBO wordt binnengebracht met een flinke pijn in z'n buik. `U bent dienstdoend chirurg en wordt gebeld door de EHBO of u met spoed beneden wilt komen', meldt het computerscherm. De student moet de heer Pouwels onderzoeken en beslissen wat er moet gebeuren. Hij kan röntgenfoto's laten maken of een echografie uitvoeren. En intussen loopt de klok. Afhankelijk van de handelingen van de student, verandert de toestand van de patiënt. Zo kan hij halverwege de behandeling de boodschap krijgen: `12.30 uur, de patiënt heeft het bewustzijn verloren'.

drs 2000

Bij de opleiding bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit, waar vier jaar geleden een ICT-project startte onder de naam `Drs-2000', heten de computersimulaties `multimediacases'. Bedrijfskunde heeft er op dit moment vier. Een klik met de muis en de student staat in een virtuele Rotterdamse haven waar de logistiek te wensen overlaat. Los de problemen op, luidt de opdracht. Beeld, tekst en geluid geven informatie over het reilen en zeilen in de haven. De student kan bijvoorbeeld de havendirecteur of het hoofd van personeel en organisatie aanklikken en horen wat zij vertellen over hun organisatie. Of allerlei cijfermatige informatie opvragen.

``Studenten zijn hier veel actiever bij betrokken dan bij de cases die tijdens een college worden besproken'', zegt coördinator Sandra Smid van Drs-2000. ``En wij hoeven niet steeds allerlei praktijkmensen lastig te vallen met weer een nieuwe groep studenten.'' ``Wij gebruikten 15 jaar geleden al multimediacases'', zegt Michiel van Geloven, coördinator ICT en onderwijs van de Universiteit Twente. ``Het nadeel is dat ze heel duur zijn. Ze kosten zo'n half miljoen per stuk. Je kunt er dus maar een paar van maken.'' In Twente is de informatie- en communicatietechnologie bij meerdere studies prominent aanwezig. Voor moderne onderwijsmethoden als probleemgestuurd onderwijs en projectonderwijs, waarbij studenten veel in groepjes werken aan een opdracht, is het Web een uitkomst, zegt Van Geloven. Samenwerken in een virtuele ruimte blijkt gemakkelijker dan studenten, met hun vele nevenactiviteiten en hun baantjes, bij elkaar aan tafel te krijgen. ``We merken dat het virtueel contact iets beter werkt als studenten elkaar al een keer gezien hebben, maar ik verwacht dat dat voorbij gaat als de tieners van nu gaan studeren. Zij zijn gewend om over de hele wereld te chatten met mensen die ze van hun leven nog nooit gezien hebben.''

De studenten zelf zijn positief over het elektronisch samenwerken, dat vooral voor de deeltijdstudent een uitkomst is. Margreth Dekker, deeltijdstudente toegepaste onderwijskunde in Twente waar het ICT-project TeleTOP heet, was aanvankelijk bang dat het onderwijs een individualistisch gebeuren zou worden. ``Ik dacht: straks zit iedereen in z'n uppie achter de computer te studeren." Maar zo ongezellig bleek het niet te zijn. Juist doordat ICTstuderen in groepsverband vergemakkelijkt, heeft ze vaker contact met haar medestudenten dan ooit, al is dat contact meestal virtueel. ``In die immense collegezaal voelde ik me meer een nummer dan nu.''

Dankzij de technologie hebben studenten meer mogelijkheden zich de leerstof eigen te maken. Studenten natuur- en scheikunde kunnen eindeloos experimenteren sinds meetopstellingen op de computer kunnen worden gevisualiseerd. Steeds meer letterenstudenten testen hun grammatica achter het scherm en krijgen daarbij direct feedback op hun werk. En er zijn de oefenprogramma's voor de vakken boekhouden en statistiek bij bedrijfskunde in Rotterdam. ``Voorheen moest je altijd wachten tot de docent tijdens een volgend college de som op het bord voordeed. En vaak ging dat dan zo razend snel dat je na afloop nog niet wist waar je de fout in was gegaan'', zegt Smid.

De reus onder de hogescholen, Fontys, pakt het virtueel onderwijs groots aan. Onder de naam `Vespucci' wordt samen met uitgeverij Wolters-Noordhoff gewerkt aan educatieve databases voor verschillende opleidingen. Theorie, vaardigheidstrainingen en oefeningen staan straks niet meer in de boeken maar op het net. In september gaan de eerste vier opleidingen volgens de nieuwe formule van start.

Dde Fontyshogescholen zijn een uitzondering, zegt De Wolf, tegenwoordig werkzaam als adviseur voor onderwijsinnovatie. Hij ziet weliswaar steeds meer aanzetten in de goede richting, maar meestal gaat het nog om losse projecten en de inspanningen van individuen. Zelfs binnen een faculteit lukt het doorgaans niet de meerderheid van de docenten mee te krijgen. ``Als je bijvoorbeeld kijkt naar bedrijfskunde in Rotterdam, dan blijkt maar 30 procent van de docenten gebruik te maken van de technische mogelijkheden.''

duizendpoot

De Wolf had graag gezien dat de moderne computers hadden geleid tot een geheel andere aanpak van het onderwijs. In het virtuele onderwijs de oude rol van de docent als duizendpoot eigenlijk niet meer op z'n plaats. Docenten kunnen beter in teams gaan werken, waarbij de mensen die het lesmateriaal ontwikkelen niet dezelfde personen zijn als degenen die de leerstof aan de studenten presenteren, en de docenten die de studenten begeleiden weer anderen zijn dan de beoordelaars. Laat iedere docent doen waarin hij of zij het beste is, is het advies van De Wolf. Dan is de kans het grootst dat het onderwijs er daadwerkelijk op vooruitgaat.

Maar voor grote vernieuwingen is het nog te vroeg, gelooft Smid van de Erasmus Universiteit. ``Als je begint met de invoering van ICT sluit je zoveel mogelijk aan bij wat docenten al aan onderwijs doen. Dat ze met de nieuwe apparatuur moeten werken, is voor veel van hen enorm wennen. Je kunt niet verwachten dat ze meteen in staat zijn om allerlei nieuwe toepassingen te bedenken.''

Her en der gebeurt er wel degelijk wat, zegt Gert-Jan Los van het ICT-onderwijscentrum van de Vrije Universiteit. ``Alleen, er worden geen heel grote stappen gezet. Daar zullen we mee moeten leren leven. Sommige faculteiten staan nog helemaal aan het begin. Dan moet je voorzichtig zijn, omdat je met docenten te maken hebt die eerst wel eens willen weten wat de meerwaarde van al die apparatuur nou eigenlijk is.''

Docenten zijn dwarsliggers als het gaat om het verbeteren van onderwijs met behulp van ICT, is ook de strekking van een eind vorig jaar verschenen rapport van het ministerie van onderwijs over het gebruik van ICT in het hoger onderwijs. Als belangrijk knelpunt geldt ``dat de docenten een ingrijpende omslag naar nieuw onderwijs moeten maken, vooral gericht op nieuwe opvattingen over leren, begeleiden en organiseren. Dat vergt tijd, bereidheid en vaardigheid van de docenten.''

    • Martine Zuidweg