Migratie is geen oplossing

Geachte heer Aboutaleb,

Dank voor uw brief. Ook ik heb genoten van de vakantie. Naast de zon, het zand en zwemmen met mijn gezin heb ik onder andere het boek De zee spleet in tweeën van Ibrahim Selman gelezen, waarin hij van zijn vlucht uit Irak en zijn verlangen naar zijn achtergebleven vrouw en kinderen verhaalt. Een boeiend boek, in een compacte stijl geschreven en het onderwerp ervan voert mij naar het eerste punt uit uw brief.

Migratie is in de laatste vijftig jaar een kenmerk geworden van onze wereld. De uit onze Middeleeuwen stammende trits `honger, pest en oorlog' geeft nog steeds de belangrijkste redenen weer voor migratie. Nog steeds zijn mensen op drift die hun leven niet zeker zijn door honger, ziekte of strijd; als het niet anders kan zelfs door zich te onderwerpen aan gewetenloze mensensmokkelaars.

Vluchtelingen als Ibrahim Selman moeten we de mogelijkheid blijven geven om hier een veilig bestaan op te bouwen. Het integratiebeleid is er dan ook op gericht, die nieuwe landgenoten die zich bij ons gevestigd hebben, de kansen te bieden om zich staande te houden. Maar dat beleid kan alleen succes hebben, wanneer zij inderdaad die kansen aangrijpen èn onze samenleving als geheel hun daartoe de ruimte geeft.

In uw brief wijst u erop dat vergrijzing en economische expansie arbeidsmigratie weer nodig maken. De economische ontwikkeling vraagt steeds meer arbeidskrachten en dat wordt in de komende tijd niet minder. Maar het antwoord is niet: dan halen we die arbeidskrachten toch van elders. Vergrijzing is niet van gisteren; tekorten bij het arbeidsaanbod zagen we al lang aan komen. Er vallen nog wel wat werelden te winnen voor ons bedrijfsleven, door meer te investeren in scholing en nascholing; door rationalisering van het arbeidsproces; door arbeid aantrekkelijker te maken. Enz., enz., zeg ik daar bij, want dat is mijn vak niet.

Een nieuwe migratiebeweging van buitenlandse arbeiders hoort niet de eerste oplossing te zijn. Dat is ook niet goed voor die landen waar wij die werkkrachten uit weghalen, want dan ronselen we hun betere mensen en dat vergroot de verschillen weer. Er zijn landen die hun immigratiebeleid daarop richten: uit degenen die om toelating vragen, selecteren ze wie bruikbaar zijn voor hun arbeidsmarkt. Wilt u zo'n beleid? Een oplossing voor die arme mensen met hun bootjes in de Straat van Gibraltar biedt dat niet, want het bedrijfsleven wil vooral goed geschoolden die zo achter de computer kunnen. Waar het kabinet met volle kracht op inzet is degenen die hier al zijn aan goed werk te helpen. Want ons land laat nog steeds veel menselijk kapitaal onbenut liggen.

Nog een kort woord over uw tweede punt, de politie. Het is jammer, inderdaad, dat onze politiekorpsen niet steeds al hun mensen, en in het bijzonder vrouwen en personen uit etnische minderheden, vast kunnen houden. De politie is nog niet een politie van een multi-etnische samenleving. En de politie speelt in de omgang van bevolkingsgroepen binnen onze samenleving een vaak cruciale rol. Maar toch krijg ik geen forse kritiek op de politie uit mijn pen. Ik weet dat de zorg die u verwoordt, ook de zorg van minister De Vries, de korpschefs en de politiegelederen zelf is. Dat ons land vreselijke racistische incidenten bespaard is gebleven, is voor een goed deel te danken aan het vakkundig en beheerst optreden van onze politiemensen.

Mijnheer Aboutaleb, dank voor uw brief. Binnenkort ga ik ú een brief schrijven, want er zijn een paar onderwerpen, waarover ik uw mening zou willen horen.

Met vriendelijke groet,

Roger van Boxtel