Liever gelijk aan de buurman

België en Nederland willen de overstap gaan maken van woonland- naar werklandbeginsel. Voor Nederlandse grensarbeiders pakt die nieuwe afspraak ongunstig uit.

Nederlanders die over de grens in België werken, voelen zich in de steek gelaten. Als de Tweede Kamer het conceptbelastingverdrag met België goedkeurt, gaat hun nettoloon er met honderden guldens per maand op achteruit. Zij willen belasting in hun woonland blijven betalen. ,,Zelfs de vakbond laat ons in de steek.'' De FNV is voorstander van het werklandbeginsel, maar dan moet er wel een goede compensatieregeling komen.

F. van Puymbroeck uit Hulst in Zeeuws-Vlaanderen werkt al 25 jaar bij Degusa Huls, een chemisch bedrijf in Vlaanderen. De onderhoudstechnicus probeerde diverse malen werk in Nederland te vinden, maar dat lukte niet. Bij Degusa in de buurt van Antwerpen kon hij aan de slag, en toch in Hulst blijven wonen. Hij verdient bruto hetzelfde als zijn Vlaamse collega's, maar de loonbelasting die hij in Nederland betaalt, is lager dan die in België.

Het bilaterale belastingverdrag tussen Nederland en België, dat in 2003 in moet gaan, regelt dat Puymbroeck dezelfde loonbelasting gaat betalen als zijn collega's. De BTW op de auto die hij koopt, de onroerendezaakbelasting en bijvoorbeeld gemeentelijke belastingen draagt hij af in Nederland. Die indirecte belastingen zijn in België veel lager. Dat betekent dat hij aan twee kanten van de grens relatief hoge lasten heeft. In totaal kan dat een verschil maken van achthonderd tot duizend gulden per maand op zijn nettoloon.

,,De vakbond kan mooi praten over gelijkheid op de werkvloer, maar dit kost duizenden guldens per jaar'', vertelt Puymbroeck. Uit onvrede sloot hij zich aan bij de Stichting Grensarbeid. Ruim twee jaar geleden bundelden grensarbeiders daarin hun krachten om een lobby op te zetten tegen het werklandbeginsel. Inmiddels spreekt de stichting namens zesduizend, ook Belgische grensarbeiders.

Nederland telt volgens CBS-cijfers ongeveer twintigduizend mensen die werken in België (ongeveer zesduizend) of Duitsland (ongeveer vijftienduizend). Omgekeerd werken maar liefst zestienduizend Belgen in ons land. Hoeveel Duitsers in Nederland werken is onbekend.

Voor de Belgische en Nederlandse grensarbeiders gaat er vanaf 2003 veel veranderen. Het bilaterale verdrag tussen beide landen schreef in 1973 voor dat de belastingheffing in het woonland moest plaatsvinden. Op dat moment was dat voor werknemers aan beide kanten van de grens niet voor- of nadelig. Inmiddels is het in Europa veel gebruikelijker om belasting te heffen in het land waar mensen hun inkomen verdienen: de werkstaatheffing. Ook België en Nederland willen nu de overstap maken van woonland- naar werklandbeginsel. Voor Nederlandse grensarbeiders pakt die nieuwe afspraak ongunstig uit. Belgen die in Nederland werken, gaan er op vooruit. De Nederlandse loonbelasting is lager dan die in België, terwijl de indirecte belastingen in België lager zijn. De verwachting is dan ook dat meer Belgen in Nederland zullen gaan werken.

Voor de afdracht van premies voor sociale verzekeringen geldt al het werklandbeginsel. Dat schrijft de Europese Unie dwingend voor, en bovendien is ook het arbeidsrecht geregeld in het werkland. Belasting en sociale zekerheid vormen een geheel, zeggen de beide landen. Verhogingen en verlagingen zijn vaak met elkaar in balans. Sociale premies heffen in het ene land en belasting in het andere levert een onevenwichtig resultaat op.

De Stichting Grensarbeid is faliekant tegen op het conceptverdrag. En niet alleen omdat het de Nederlanders geld gaat kosten. ,,Wij vinden dat werken over de grens fiscaal gezien geen voor- of nadeel zou moeten hebben'', zegt I. Cools van de stichting. ,,Dat belemmert juist de arbeidsmobiliteit waar politici zo hun mond van vol hebben. Zolang fiscale en financiële factoren de keus om in Nederland of België te gaan werken nog kunnen beïnvloeden, bestaan er grenzen in Europa.''

De stichting wil niet alleen vasthouden aan het woonlandbeginsel als het gaat om belastingheffing, ook de afdracht van sociale premies moet in het woonland plaatsvinden. ,,Nu hebben grensarbeiders vaak te maken met pensioenbreuk, vervroegde uittreding en arbeidsongeschiktheid. Als alles in het woonland geheven wordt, heb je minder problemen met rechtenopbouw.''

Het kabinet is niet van plan af te stappen van het werklandbeginsel voor de sociale verzekeringen, omdat die meestal loongerelateerd zijn. De uitvoeringsinstellingen zouden dan in het werkland het loon moeten opvragen en de premies innen: administratief te ingewikkeld, meent de overheid. Wel is de staatssecretaris bereid te kijken naar de knelpunten en te werken aan oplossingen. De visie Hoogervorst over dit onderwerp leverde meer dan honderd Kamervragen op. De Stichting Grensarbeid noemt de beantwoording `oppervlakkig'. Zij verwijt de staatssecretaris `gebrek aan visie' en `gebrekkige dossierkennis'.

De stichting staat lijnrecht tegenover de FNV, belangenbehartiger van ongeveer duizend grensarbeiders. De vakbond gaat akkoord met het werklandbeginsel, maar dan moet er wel een goede compensatieregeling komen. Het conceptverdrag biedt volgens de FNV te weinig garanties voor werknemers. ,,Werknemers moeten levenslang het verschil in inkomen uitgekeerd krijgen. Ook als ze van werkgever veranderen'', zegt J. Breugem van FNV Bondgenoten.

Op één punt zijn ze het wel eens: de Europese lidstaten moeten harder werken aan de harmonisatie van fiscale en sociale stelsels. Als de arbeidsmobiliteit, nu 1 procent in Europa (ongeveer een miljoen mensen), omhoog moet, kan dat alleen met kleinere of geen verschillen tussen de landen. ,,Maar dat is een utopie'', meent Cools van de stichting. ,,Dat duurt decennia.''

,,Ik heb wel ideeën voor verdere harmonisatie'', zegt Ger Essers, individuele belangenbehartiger bij FNV Ledenservice. ,,Maar wie nog meer?'' Hij is teleurgesteld in het gebrek aan initiatief bij de Europese Unie. Maar ook de Nederlandse overheid krijgt er flink van langs. ,,Ons sociale stelsel gaat steeds meer afwijken van dat van buurlanden. Nederland speelt in dat proces een dubieuze rol. Het lijkt erop alsof de Nederlandse regering grensarbeiders in België ziet als profiteurs, als belastingvluchtelingen. Maar dat is een andere groep.'' Essers verwijt Europa dat ze bouwt aan een toren van Babylon, waarin mensen steeds minder elkaars taal kunnen verstaan. ,,Het zou misschien beter zijn als we het Europese kind zouden invoeren, net als de munt. Alle kinderen die na 2005 worden geboren, hebben de Europese nationaliteit.''

Hoogleraar P. Kavelaars, hoogleraar belastingrecht en fiscale economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, denkt dat de werkstaatheffing er wel komt. ,,De compensatieregeling zal uitvoeringstechnisch nog ingewikkeld worden. Voor alle grensarbeiders zal immers een schaduwberekening moeten worden gemaakt. En belangrijker: wat is het referentiekader? De situatie vlak voor het verdrag, de wetgeving uit het desbetreffende jaar?'' De motieven voor het werklandbeginsel zijn hem niet helemaal duidelijk. Het argument van gelijkheid op de werkvloer vindt hij niet sterk. ,,Die gelijkheid is er al. Ze verdienen toch bruto hetzelfde. Wat er in de privé-sfeer nog gebeurt dat het nettoloon kan beïnvloeden, dat iemand kinderen heeft of in het buitenland woont, zou je niet mee moeten tellen. Dat is geen vergelijkingsmaatstaf en een onjuistheid in de discussie.''

Daarnaast houdt de motivering alleen rekening met de belasting die drukt op het salaris, benadrukt Kavelaars. De belastingmix, waarin ook de BTW een belangrijk onderdeel is, komt niet aan de orde. ,,Die druk verschilt tussen beide landen, maar daar wordt geen rekening mee gehouden.''

Ook wat betreft de verzekeringsheffing sluit Kavelaars zich aan bij de grensarbeiders. Hij is van mening dat de druk bij werknemers, wat betreft administratie en kennis, te hoog is. Woonstaatheffing, met een verrekening tussen beide landen voor de werkgever, vindt hij eerlijker.

Afgelopen vrijdag drong de Stichting Grensarbeid er nogmaals bij de Tweede Kamer op aan niet over één nacht ijs te gaan als het gaat om het bilaterale belastingverdrag en aanpassing van de sociale zekerheidsverordening. De stichting pleit voor een onafhankelijke wetenschappelijke studie naar alle gevolgen van de wijziging.

    • Renske Schriemer