Kinderen zorgen voor aftrekpost

De belastingwet kent een aftrekpost voor ouders die een kind onderhouden. Om daarvan te profiteren moet men enkele zware hindernissen nemen. Sommigen kunnen fiscaal voordeel behalen voordat op 1 januari 2001 het systeem omgaat.

1

Wie kinderbijslag heeft, grijpt per definitie naast de aftrekpost. Overigens is de kinderbijslag belastingvrij. Als het kind studiefinanciering krijgt, bestaat er ook geen aftrekmogelijkheid, zelfs al betalen de ouders bijvoorbeeld de hospita. Is geen van beide het geval, dan is het bestuderen van de aftrekmogelijkheid de moeite waard. Voorwaarde is dat de ouder, pleegouder of stiefouder het kind `in belangrijke mate' onderhoudt. Dat betekent dat het kind de (eventueel gescheiden) ouder per week minstens 56 gulden kost. Het werkelijke bedrag mag schommelen als het jaargemiddelde maar ten minste op dit vaste bedrag uitkomt.

2

Men bouwt de aftrek op in vaste bedragen per kwartaal. Die bedragen verschillen al naar gelang de omstandigheden van 475 gulden tot ruim 2.000 gulden per kwartaal. Dat laatste bedrag geldt voor uitwonende meerderjarige kinderen waar de ouders (bijna) helemaal financieel voor opdraaien. Voor het beoordelen van het recht op de aftrek geldt de eerste dag van elk kwartaal. Dus als men voor wat die dag betreft onder de kinderbijslag valt, dan bestaat dat kwartaal geen aftrekmogelijkheid. Het kan zijn dat een kind op de peildatum geen studiefinanciering had omdat hij te laat was met zijn aanvraag. Omdat hij er wel recht op heeft kan hij de studiefinanciering later met terugwerkende kracht claimen. De ouder grijpt naast de belastingaftrek. De regeling is evenwel niet zo star dat toevallige omstandigheden doorslaggevend zijn. Een op kamers wonend kind blijft als uitwonend gelden als het de jaarwisseling thuis doorbrengt.

3

Het komt voor dat ouders vooraf het studiegeld voor een heel jaar voor bijvoorbeeld een buitenlandse opleiding moeten betalen. Dat zijn dikwijls fikse bedragen zodat het met de belastingaftrek voor het jaar van betaling wel goed zit. De Belastingdienst accepteert het als men deze betaling over de jaarwisseling mee laat tellen voor het resterende deel van het schooljaar. Uiteraard moet aan de andere voorwaarden zijn voldaan. Zo soepel is men niet tegen degene die met terugwerkende kracht alimentatie voor het kind betaalt. Dan is de aftrek pas mogelijk vanaf het moment dat de ondersteuning al bij het begin van het kwartaal loopt.

4

Men kan de belastingaftrek ook claimen voor pleegkinderen. Doorslaggevend is de vraag of men de kinderen als eigen kinderen onderhoudt en opvoedt. Dat gaat niet op voor kinderen die in het kader van een studentenuitwisseling enkele jaren bij een gastgezin in Nederland verblijven. De fiscus vindt dat bij een tijdelijk verblijf niet van opvoeden gesproken kan worden; bovendien houdt het kind – zij het op afstand – de normale ouderlijke band.

5

De wet verplicht ouders hun kinderen tot de leeftijd van 21 jaar te ondersteunen. Sommige kinderen hebben op jonge leeftijd al zelf mogelijkheden om rond te komen. Misschien hebben ze een baan maar het kan ook om een erfenis gaan. Als de ouders vinden dat het kind dat geld moet kunnen sparen, is daar niets tegen. De belastingaftrek sneuvelt evenwel als het kind het ook zonder de ouderlijke ondersteuning kan stellen. Een basisbeurs voor studerenden is al genoeg om een streep door de aftrek van de ouders te halen. Bij een studielening is de hoogte daarvan doorslaggevend voor de vraag of de ouderlijke bijdrage nog nodig is.

Deze vingerwijzingen gelden alleen voor situaties met kinderen tot 27 jaar. De situatie van oudere kinderen komt in een volgende rubriek aan bod.

    • Aertjan Grotenhuis
    • Kees van Hooft