`IK DURF NIET ZOVEEL'

`Ik ben bang dat ze mij in mijn dorp gaan pesten als ze weten dat ik aan deze cursus heb meegedaan. Daarom wil ik dat u een andere naam opschrijft in de krant.'' Als ze in werkelijheid niet anders had geheten, had `Kim' wel bij haar gepast: een mooie, stoere meid van twaalf jaar; beslist niet het type waarvan je zou verwachten dat ze gepest wordt. Toch is ze vanaf haar achtste tot haar twaalfde geschopt, geslagen, uitgescholden en onder de rok gekeken. Ze werd gepest door klasgenoten en de meester, die haar een heilig boontje noemde. Nu staat `Kim' aan de vooravond van een nieuw begin: de middelbare school. Om te leren hoe ze kan voorkomen dat ze op haar nieuwe school opnieuw gepest wordt, volgt ze de tweedaagse zomercursus `Plezier op school'.

Dagelijks worden meer dan 130.000 kinderen (één op de vijf) gepest, op grote en op kleine scholen, in steden en in dorpen. ``Pesten is een probleem waarmee mensen jaren later nog worstelen'', vertelt Marleen Faber, cursusleider en preventiemedewerker bij het Riagg Noord-Limburg, die samen met de Stichting Synthese (regionaal instituut voor zorg en welzijn) en de GGD de cursus `Plezier op school' heeft ontwikkeld. De cursus leert aankomende brugklassers hun sociale vaardigheden verbeteren om daarmee de kans op pesterijen te verkleinen. De cursus wordt dit jaar voor de vijfde keer gegeven en trekt veel belangstellenden. Van de 150 aanmeldingen konden er dit jaar zestig geplaatst worden, verdeeld over vijf groepen. De deelnemers zijn vaak gepest, ze zijn onzeker zijn of lijken juist té zeker en leggen moeilijk contacten.

``Je moet erbij zijn als ze binnenkomen de eerste cursusdag, dan zie je hoe ze in de loop van de dag opbloeien'', had Marleen Faber, voor aanvang van de cursus, gezegd. Dinsdagochtend negen uur maken twaalf jongens en meisjes hun entree zoals zij had voorspeld: ineengedoken, met ogen die koortsachtig heen en weer schieten en handen die niet weten waar ze moeten blijven. Vuurrood en giechelend. Onhandig aan hun t-shirt friemelend. En een enkele stoere opkomst: `had je wat?' Na een paar namenspelletjes die het ijs breken komt er een rondje jezelf voorstellen. Eén van de vragen is waarom de kinderen meedoen aan de cursus. ``Ik ben gepest en ik kan moeilijk vriendinnen maken'', vertelt Diana (12). ``Ik ben snel boos en heb vaak ruzie'', zegt Tom (12), terwijl hij zijn petje iets dieper over zijn oren trekt. ``Ik durf niet zoveel'', zegt Chantal (12) nauwelijks verstaanbaar, met haar hoofd gebogen en haar blik op de vloer gericht.

Het doel van de cursus is de kinderen leren steviger in hun schoenen te staan. Letterlijk en figuurlijk. Faber en haar GGD-collega Sylvia Fleurkens letten daadwerkelijk op de houding van de kinderen. ``Die ene centimeter méér als je rechtop staat kan iemand nèt een steviger uitstraling geven'', meent Faber. ``Het is de eerste indruk die belangrijk is, zeker op een nieuwe school.'' Om beurten mogen de kinderen in de kring staan en een stevige houding aannemen, waarna de groep tips geeft hoe het beter kan. Als Chantal in de kring staat is ze nog steeds een poppetje dat bij het eerste beste duwtje omvalt. ``Misschien moet je eens proberen op twee benen te staan'', adviseert Faber. ``Kinderen die verlegen zijn hebben de neiging maar heel wankel op deze aarde te staan.'' O zo zacht zet Chantal haar rechterbeen naast haar linker. ``Kijk, dat ziet er meteen een stuk beter uit'', zegt Faber bemoedigend. ``Voel je het ook?'' Chantal knikt en lacht schaapachtig, blij dat ze terug mag naar de kring, waar ze direct haar vertrouwde houding aanneemt. Faber kijkt, maar laat het zo. Later die dag zal ze echter wel vaker gaan corrigeren. ``Stévig staan, Chantal, dat ziet er echt een stuk beter uit.''

Na Chantal neemt Tom met een hand in zijn zak en een uitdagende blik meteen een stoere houding aan, die door de groep onmiddellijk gecorrigeerd wordt: ``je hand uit je zak, benen naast elkaar en gewóón kijken''. Na een onbedaarlijke lachstuip gaat Tom gewoon rechtop staan. Later blijkt dat voor hem de grootste eyeopener van die dag: ``dat ik door mijn houding alleen al ruzie uitlokte''. Zijn nuchtere kijk (`je kunt je toch niet anders voordoen dan je bent') heeft hij dan bijgesteld.

De cursus combineert theorie en praktijk: alles wordt uitgelegd en geoefend, hoe je bij een groepje kinderen kunt gaan staan, hoe je een hand geeft. Simpele dingen blijken een ware opgave. Alleen al bij een spelletje `elkaar aankijken' waarbij Sylvia Fleurkens om beurten de kinderen zwijgend in de ogen kijkt, zet een aantal van hen zijn stekels op en kijkt weg, giechelt of begint te blozen. De kern van de cursus vormt de cirkel van G's: gedachte, gevoel, gedrag, gevolg. Faber: ``Als je denkt `ik word toch gepest', voel je je bang, loop je met je hoofd naar beneden de klas binnen en loop je de kans dat je juist gepest wordt. In deze cursus leren jullie om zo'n niet-helpende gedachte als `ik word toch gepest' om te zetten in een helpende gedachte, waardoor je je anders voelt en gedraagt. Maar dat gevecht tussen de niet-helpende en de helpende stemmetjes in je hoofd zal nog lang duren.''

Wordt er de eerste dag na de verlegen start al snel veel gelachen en gekletst, de tweede dag is een dag van emoties. Dan komen de pestverhalen aan de orde en wordt er geoefend in het omgaan met pestsituaties. Michelle (12) draagt een petje achterstevoren op haar blonde haren. Zij werd geregeld door de hele klas in een hoek gedreven, uitgescholden en geslagen. Ze schold wel terug: ``Maar daar werd het alleen maar erger van.'' Faber: ``Michelle had al een behoorlijk stevige houding geleerd de eerste dag. Maar toen we naspeelden dat zij werd ingesloten, zag je haar acuut veranderen in een bang wezeltje. Dat was zo sterk dat één van de meiden die haar insloot, en die zelf jarenlang gepest is, spontaan riep: `nu gaan we haar pakken'. We hebben geoefend hoe Michelle weg moet lopen uit zo'n groepje en niet meer omkijkt. Pesten is actie-reactie, de reactie van de gepeste biedt de pester nieuwe stof. Wij leren de kinderen lakonieker te zijn.'' Ieder kind krijgt een advies op maat. ``Stoere Tom kun je niet leren níet te reageren, iedere vezel in zijn lijf roept om actie, maar dat moet een actie zijn die de situatie niet verergert. In zijn geval is dat humor: Tom kan een grappige opmerking maken die zijn belagers perplex doet staan.''

Na afloop van de cursus stellen gemiddeld negen van de twaalf kinderen zich sterker op. Het zijn geen wereldschokkende veranderingen of trucs die ze leren, maar kleine nuances in hun houding en gedrag, die voor de betrokken kinderen wel degelijk een wereld van verschil uitmaken, zo blijkt uit het verhaal van Willem (14). Hij volgde de cursus vorig jaar, na de hele basisschoolperiode gepest te zijn. Op de middelbare school ging het vanaf de eerste dag goed. Het geheim is volgens Willem zijn houding: rechtop lopen. ``Op de basisschool ging ik juist heel krom lopen, omdat ik echt bang was. Toen voelde ik me alsof ik in een kooitje zat en dat niemand mij kon zien. Nu mógen ze me zien.''

Op verzoek van de kinderen zijn hun namen veranderd.

Meer informatie over 'Plezier op school' is verkrijgbaar bij de Riagg Noord-Limburg: 077 - 355 02 22. Het cursusmateriaal is te bestellen bij Clabbers Grafische Communicatie: 077 - 366 15 15.