Het Schengen-gordijn

Uit alle hoeken van Azië en Afrika komen vluchtelingen samen bij de Oekraïense grens. Drijvend op een tractorband of in een laadbak van een vrachtwagen worden ze verder gesmokkeld naar het Westen. `De grens is per meter te koop.'

PW 599080A is zijn identiteit. Alleen via dit verjaarde nummer van zijn Britse insurance card kan de dertigjarige Kumar bewijzen wie hij is. Dat hij een mens is met een verleden, dat hij vier jaar in Londen heeft gewerkt op een benzinestation. Het verzekeringspasje draait als een kleinood door Kumars vingers. ,,Ik heb ook nog een bibliotheekabonnement'', zegt hij. ,,Het is van het filiaal in Hounslow, drie metrohaltes vanaf Heathrow. Daar heb ik Engels geleerd.''

Kumar is Tamil, komt uit Sri Lanka, maar bevindt zich op deze broeierige zomerdag in het meest westelijke puntje van de Oekraïne. In een Spartaans gevangenkamp aan de voet van de Karpaten om precies te zijn. Ergens op zijn vlucht naar het westelijke, welvarende halfrond is er iets misgelopen: samen met 65 andere Tamils, Bengalen en Irakezen is hij drie etmalen tevoren opgepakt in een Hongaars bos.

,,We waren dizzy en leeg. Het was avond. We hadden net zestien uur in de laadbak van een vrachtauto gezeten. Stijf opeengepakt, lijf tegen lijf. Toen kwam de politie met honden en zaklantaarns.''

De Oekraïense grenswachtmajoor Dima tilt zijn officierspet op en veegt zijn plakkerige haren opzij. Hij hunkert naar een douche ,,om alle stress van me af te spoelen''. Zijn Hongaarse collega's hebben hem opgescheept met hun vangst van de dag, en Dima weet amper raad met de vluchtelingen. Hij heeft meteen zijn vriend Ilja Pritsjak gebeld, de adventistendominee. ,,Hoeveel zijn het er dit keer'', informeerde de 52-jarige geestelijke, gezeten op zijn met wijnranken overgroeide patio.

,,66 stuks. Ik weet niet hoe ik ze moet voeden.''

,,Wacht, ik kom eraan.''

Een ritje van drie minuten door Moekatsjevo – een Habsburgs plaatsje dat gedomineerd wordt door een van de lievelingskastelen van keizerin Sissi – voert naar een hedendaagse burcht: de met prikkeldraad omheinde kazerne van de Oekraïense grenstroepen. Bij de poort ligt een uitgetelde zwerfhond – verder is de met kasseien bestrate weg leeg en verlaten.

Met zijn armen over elkaar monstert de adventistendominee de door Hongarije weggebonjourde vluchtelingen. Dicht tegen elkaar aan gehurkt, als ganzen, zitten ze tegen een geelgesausde muur. ,,Aziaten'', zegt majoor Dima. ,,Hebben geen flauw benul waar ze zijn. Spreken geen enkele taal.''

,,Kun je ze kwijt'', vraagt Ilja, met een knikje van zijn kin. Op de binnenplaats van de kazerne staan twee legertenten. ,,Als jullie een bed voor ze regelen, zorgen wij voor soep en brood.''

Engels is geen taal, of Kumar is zo verstandig geweest om zijn mond te houden. ,,Zodra je zegt dat je Engels spreekt, pikken ze je eruit voor ondervraging'', zegt hij even later, apart van de rest. Dat was hem althans in Hongarije overkomen. ,,Wie zit hier achter? Wie heeft dit transport georganiseerd?'' De rechercheurs vuurden steeds dezelfde vragen op hem af. Maar Kumar wist het werkelijk niet, net zo min als het overige smokkelvee. Ze waren in groepjes op een zandpad gedumpt, midden in `the jungle', zoals de Tamil het dennenwoud in de Karpaten omschrijft. Pas toen het donker was, kwam er een vrachtwagen voorgereden: de achterklep van de container ging open, de vluchtelingen klommen zwijgend naar binnen. ,,Dat is niet het juiste moment om vragen te stellen. Je wurmt je naar binnen en laat je tussen de dozen op de vloer zakken. De klep valt dicht, klabatsj, het ding wordt van buitenaf vergrendeld. Dan begint de uitputtingsslag.''

Ilja, de dominee, ontfermt zich over de grenswachtmajoor. Hij troont de jonge officier – 35 is hij – mee naar restaurant `Martini', een kelder waar verse forel wordt geroosterd. Onder het inschenken van de glazen vertelt Ilja over de enige business die in deze uithoek van de Oekraïne floreert: de mensensmokkel. ,,Er is hier verder geen werk, geen geld, geen toekomst.''

Volgens Ilja kun je de malaise uit het straatbeeld van Moekatsjevo aflezen: er lopen nauwelijks nog jonge vrouwen rond. Die zijn allemaal vertrokken. Op zijn best werken ze in een textielatelier in Tsjechië om malle mutsjes te naaien voor de souvenirindustrie; de rest tippelt op vrachtwagenparkings, of langs de doorgaande wegen op de Hongaarse poesta. ,,Toch zie je hier ook rijkdom'', gaat Ilja verder. ,,Hoe dichter bij de grens, hoe opzichtiger de villa's.''

,,Wij pikken de smokkelaars er zo uit'', zegt de grenswachtmajoor. ,,Die lui rijden bij voorkeur in een Mercedes 600.'' Maar kan de grenswacht die bendes dan niet oprollen?

,,Het probleem is...'', zegt Dima, ,,wij hebben nu ook democratie. Dat betekent dat zij, als we ze al pakken, advocaten mogen inhuren. En als dat niet helpt kopen, ze gewoon de rechter om.''

Dode Chinezen in een vrachtwagen op weg naar Dover? In juni? Kumar verontschuldigt zich dat hij er niet van heeft gehoord. ,,De laatste keer dat ik naar de BBC Worldservice heb geluisterd, was in april.''

Hij had een kruidenierswinkel op zeven kilometer van Jaffna, de havenstad op het gelijknamige schiereiland van Sri Lanka, dat de afgelopen tien jaar afwisselend in handen is van Tamil Tijgers en Singalese regeringstroepen. Kumar had alle klassen van de hindoeschool doorlopen toen hij in 1990 in de bakkerij van zijn vader ging werken. ,,We hadden het goed. Behalve de bakkerij bezaten we een winkel langs een van de uitvalswegen.'' Maar in 1993 werd Jaffna vanaf zee en vanuit de lucht met granaten bestookt. De bakkerij werd geraakt, en Kumar verloor op een en dezelfde dag zijn ouders, broers en zussen. ,,Helaas heb ik dat bombardement overleefd'', merkt Kumar op. ,,Ik werkte die dag in de winkel.''

Ilja heeft majoor Dima geïntroduceerd als de `vluchtelingenprofessor'. ,,Hij weet precies wie de gelukszoekers zijn, en wie er kans maken op een asielstatus.''

Ongevraagd geeft de grensofficier een proeve van zijn kennis: ,,Chinezen zijn gewone landverhuizers, ofwel economische vluchtelingen. Afghanen niet, die vluchten voor het oorlogsgeweld. Bengalen? Landverhuizers. Irakezen? Half om half. Koerden? Hangt ervan af. Indiërs en Pakistanen? Gewone landverhuizers!''

Ilja merkt op dat het in Kashmir op de Pakistaans-Indiase grens ook rommelt, maar dat wuift de majoor weg als `schermutselingen'. Hij gaat in één adem door met doceren: ,,Ik begrijp heel goed waarom West-Europa die lui niet wil. Ze dragen niets bij aan de beschaving. Moslims..., dat zijn de ergsten.''

,,Dima kan het weten. Hij is in Afghanistan geweest'', zegt de adventistendominee.

Volgt een exposé over de barbaarsheid van de Afghanen. ,,Koppensnellers en keelsnijders zijn het, net zo fanatiek als de Tsjetsjenen.''

De grenswachtmajoor heeft er gediend, eind jaren tachtig, toen nog in het uniform van het Sovjet-leger. ,,Ik heb meegemaakt dat ze een Russische officiersvrouw wilden kopen. Ze boden grof geld, en toen dat niet lukte probeerden ze haar te roven. Vrouwen en vee, dat is voor die fundamentalisten een en hetzelfde.''

Toen Kumar op zijn 23ste verweesd in Jaffna achterbleef, overwoog hij om de dood van zijn familie te wreken. Hoe? ,,Door bij de Tijgers te gaan.'' Maar de broer van zijn vader praatte het hem uit het hoofd: ,,Jij moet niet vechten, jij moet leven. Dat is het enige wat je voor ouders kan doen: zorgen dat jij de familiestamboom voortzet.'' Deze invloedrijke oom, een man met geld en connecties, wist hem via India op een vlucht naar Londen te krijgen.

,,In 1994 heb ik op het vliegveld Gatwick asiel aangevraagd'', zegt Kumar. Hij werd opgenomen in de procedure en begon in de bibliotheek van Hounslow met cassettebandjes zijn Engels te verbeteren. Via via vond hij werk bij een benzinestation, waar hij opklom van bediende tot assistent-manager. ,,Op het laatst verdiende ik achthonderd pond in de maand. Toch heb ik besloten om terug te gaan naar Jaffna omdat de oorlog voorbij leek. Op 1 februari 1998 ben ik uit Dover vertrokken. Dat was het stomste wat ik had kunnen doen.''

Het is niet erg van harte dat de kleine gemeenschap van Zevende-Dag-Adventisten in Moekatsjevo de gestrande vluchtelingen helpt. Dominee Ilja zegt dat hij voortdurend onder vuur ligt. ,,En wij dan? Hebben wij dan geen hulp nodig'', vragen zijn vijfhonderd gemeenteleden zich af. ,,Ik had er aanvankelijk ook zelf moeite mee'', geeft Ilja toe. In de Sovjet-jaren werkte hij als bouwopzichter, een professie die hem nog altijd na aan het hart ligt. Naast het verzorgen van de eredienst op zondag, bouwt Ilja tegenwoordig adventistenkerken met overzeese hulp. In 1997 waren er medewerkers van de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) bij hem op bezoek gekomen met het verzoek of hij ook de vluchtelingen van Moekatsjevo wilde bijstaan. Elk jaar werden er duizenden (7.600 in 1999) voor maximaal tien dagen in de kazerne van majoor Dima vastgezet.

Ilja: ,,Die vluchtelingen komen uit de tropen, en bij ons in de winter vriest het dat het kraakt. Dan zitten ze daar in die tenten te kleumen.'' Uiteindelijk was het Ilja's hoogbejaarde moeder die hem deed besluiten om de tussen wal en schip geraakte buitenlanders toch te helpen. ,,Zij is jodin, uit de omgeving van Krakau in Polen'', vertelt Ilja. ,,Ze is zelf gevlucht voor de nazi's in de Tweede Wereldoorlog. Ze weet dus wat het is om als opgejaagd wild door de bergen te trekken. Mijn vader heeft haar verborgen.''

Terug in Jaffna was Kumar opnieuw gaan handelen in grutterswaren, totdat in april van dit jaar de strijd weer oplaaide en niemand zijn leven nog zeker was. ,,De Olifantspas tussen Jaffna en de rest van het eiland was heroverd. Alles begon van voren af aan.'' Kumar bezat op dat moment vijftienduizend dollar spaargeld. Hij betaalde bijna dat hele bedrag aan een tussenpersoon, een ronselaar, die hij via zijn oom kende – in ruil voor een enkele reis Londen. Tegelijkertijd met het geld had hij zijn paspoort moeten inleveren. Kumar zal het document pas bij aankomst van de `organisatie' terugkrijgen.

Op 26 april moest hij 's avonds naar een strandje buiten Jaffna komen. Zijn bagage bestond uit wat papieren, een foto van zichzelf, pocket money, zijn Britse verzekeringskaart en een buideltje kleren. ,,Er verzamelde zich een stuk of veertig man. Midden in de nacht verscheen er een sloep in de baai waar we naar toe moesten waden. We gingen aan boord en voeren naar de internationale wateren. Tegen de ochtend kwam er een vrachtschip om ons op te pikken.''

Op dit punt beland, wordt Kumar spaarzaam met details. Hij excuseert zich: ,,Ik weet niet wat voor schip het was, of onder welk vlag het voer. Het duurde weken en weken voordat we aan land gingen. Waar? Neem me niet kwalijk. Ik kan niet alles vertellen... ik ben pas halverwege.''

Ja, er was `een agent' van de smokkelorganisatie aan boord. ,,Hij zorgde ervoor dat ik en twee anderen een speciale behandeling kregen. Waarom? Omdat wij de hele route vooruit hadden betaald. We zijn vanuit de haven in een auto naar het vliegveld gereden. Nee, ik kan niet zeggen in welk land dat was. Oké: ergens in Azië.''

Dominee Ilja legt uit dat het onbeduidende Moekatsjevo (honderdduizend inwoners) op een van de drukste illegale verkeersaders ligt. ,,Ga maar na, dit is een ideale uitvalsbasis: van hieruit kun je kiezen welke grens je oversteekt: de Poolse, de Slowaakse, de Hongaarse of de Roemeense.'' Met zijn onderarm loom uit het autoraampje bungelend, rijdt hij door het grensgebied met Hongarije. Wijngaarden, hopvelden. Een glooiend zomerlandschap tussen de Karpaten en de uiterwaarden van de Tisza, de grensrivier. Deze streek, Transkarpatië, moet je volgens Ilja beschouwen als een trechtermond waar Aziatische en Afrikaanse vluchtelingen uit Moskou, Kiev en Odessa samenkomen. ,,Hongarije is favoriet omdat daar een vluchtelingenwet van kracht is. En het is natuurlijk het voorportaal van de Europese Unie.'' Ilja vertelt dat er bij het kasteel van Moekatsjevo nog een oude grenspaal staat met aan de ene zijde `Mittel-Europa', en aan de andere `Ost-Europa'.

De afgelopen jaren heeft hij alles gezien, alles meegemaakt. Veel te dun geklede Tamils op gymschoenen die met ,,bevroren pootjes'' uit de Tisza waren gevist. Een container hoeren uit Sierra Leone, in de haven van Odessa ontscheept en op weg naar seksboerderijen in Duitsland. Noem maar op. Omdat de pakkans minimaal is, en de vluchtelingen het telkens na tien dagen hechtenis opnieuw mogen proberen – weliswaar berooider en wanhopiger dan de vorige keer – komt iedereen die niet dood gaat er uiteindelijk door. ,,Althans, volgens de waarschijnlijkheidstheorie'', zegt Ilja met een grijns.

Vanuit de `onbekende' Aziatische havenstad ging Kumars reis per vliegtuig (,,een gewone lijndienst'') naar Moskou, waar iemand het paspoortloze drietal zonder problemen door de douane loodste. Datum van aankomst: 23 juni. De drie Tamils werden ondergebracht in een appartementje aan de rand van de stad, in afwachting van verder vervoer. Ze leefden vrijwel alleen op water, brood en groenten. ,,Ik heb al in geen vier maanden meer een behoorlijke maaltijd gehad. Behalve dan die in het vliegtuig.'' Het vervolgtransport kwam uiteindelijk in de vorm van een Lada met chauffeur, die Kumar en zijn lotgenoten over allerlei binnenweggetjes naar een bos in de Oekraïne bracht. ,,Daar zagen we voor het eerst de anderen. Er waren twee vrouwen bij, en veel kinderen.''

De adventistengemeente van Moekatsjevo heeft met geld van UNHCR een stenen onderkomen op het kazerneterrein gebouwd, dat om privacy-redenen voorlopig alleen plaats biedt aan vrouwen en kinderen. Er is koud en warm stromend water. Alle opgepakte vluchtelingen krijgen tegenwoordig schoon beddengoed, een handdoek en advies van een raadsvrouwe.a

Ilja: ,,Dat laatste is ook zo'n heikel punt: de regering in Kiev zegt dat we illegaal bezig zijn door illegalen te helpen.'' Maar ja, zegt de geestelijke, de overheid faalt zelf ook: na een dag of wat worden de illegale grensoverschrijders zogezegd per trein naar Kiev vervoerd, maar op de stations onderweg raakt men ze al `kwijt'. ,,Ze worden gewoon op straat gezet. Wie vijf dollar betaalt, loopt ongehinderd de poort uit.''

Het enige nuttige advies dat de raadsvrouwe de vluchtelingen kan meegeven is dit: pas op voor de lokaal bijbeunende smokkelaars. Ilja: ,,Daar wemelt het van. Het zijn volstrekt gewetenloze types die geen moer geven om hun reputatie.'' Als voorbeeld noemt hij een Oekraïense bende die bij de grens met Polen een hek en slagboom op een verlaten kolchoze had opgericht. Zodra ze daar voorbij waren, deden ze de deur van hun vrachtbusjes open en zeiden: Rennen, die kant op! Jullie zijn in Polen. ,,Niet dus. Die slagboom stond tien kilometer voor de grens. Toen ik die sloebers ontmoette konden ze hun haren wel uit hun kop trekken. Ze hadden hun laatste geld aan die oplichters gegeven.''

Dat Kumar na een tocht van zestien uur in een gesloten laadbak alsnog gepakt is, vindt hij tot daar aan toe. Maar wat hem woedend maakt, is de behandeling van de Hongaarse grenspolitie. Zijn ondervragers klaagden dat hij weinig coöperatief was – ze geloofden niet dat hij niet meer wist. In ieder geval liet Kumar niets specifieks los over helpers, gidsen of smokkelbazen. Na een tweedaags verblijf in een getraliede gevangenenflat in Hongarije was de groep gedeporteerd, terug naar de Oekraïne. Kumar: ,,Ik heb in Hongarije geprobeerd om politiek asiel aan te vragen, maar ze lachten me uit.''

De Tamil zegt dat hij een klap in zijn gezicht heeft gekregen. Zijn bewakers vonden hem brutaal. Vlak voordat de overdracht zou plaatshebben was hij meegetrokken achter een douanekantoor.

,,Ik had vijfhonderd dollar bij me en mijn verzekeringspasje uit Londen. Ze vonden het en pakten het af. Ik ben toen op mijn knieën gevallen en heb gesmeekt: geeft u me alstublieft mijn insurance card terug. Ze gooiden het ding op de grond, samen met mijn Hounslow-bibliotheekpas.''

In smokkeljargon, zegt dominee Ilja, is de grens ,,per meter te koop''. Een stukje grens ,,huren voor de nacht'' kan ook. Dan betalen de handelaren de Oekraïense grenssoldaten voor het lopen van kortere patrouilles, of het dichtknijpen van de ogen op de afgesproken uren. ,,Dat is niet verwonderlijk als je bedenkt dat Dima, die majoor is, honderd dollar in de maand verdient. Een sergeant krijgt amper de helft.''

Ilja vertelt dat Dima tot vorig jaar aan de Tisza heeft gediend. Omdat hij niet omkoopbaar bleek, pasten de bendes andere methoden toe. Er was op een dag een onbekende man op hem afgekomen met een foto. ,,Zie je wie er op staat?'' De majoor herkende zijn zoontje van elf en schrok zich wezenloos. Ilja: ,,Dat was pure intimidatie. Ze zouden hem wat aandoen als hij de smokkelaars een strobreed in de weg zou leggen. Voor zijn vrouw was toen de maat vol. Dima heeft overplaatsing aangevraagd naar Moekatsjevo. Weg uit de frontlinie.''

De laatste Oekraïense dorpjes, waar de bevolking Hongaars spreekt, liggen pal aan de rivierdijk. Jongens hengelen in de Tisza, aan de overkant ligt Hongarije. ,,'s Nachts is het hier veel drukker, al zul je nooit iemand zien. Dan steken ze op tractorbanden en in roeibootjes het water over.''

Bij het plaatsje Bilok is een brug. Aan gene zijde staan de Hongaarse douanekantoren te blinken in de zon. Hier is de groep van 66 vluchtelingen de vorige dag teruggepompt. Hier ook moet Kumar zijn beroofd van zijn laatste dollars. De Hongaarse douaniers beschikken over scanners, gekoppeld aan een computersysteem dat de echtheid van paspoorten controleert. Made in Germany, en met Europese hulp geïnstalleerd. De grenstroepen rijden rond in imposante jeeps, ze zijn uitgerust met radio's en infraroodkijkers. ,,Op z'n vroegst in 2003 begint hier de Europese Unie'', merkt Ilja op. ,,Maar Hongarije is alvast begonnen het Schengen-gordijn neer te laten. Dit wordt de nieuwe grens tussen Oost en West.''

En Kumar? Wat gaat hij doen als hij straks weer op straat staat?

Heeft hij een `plan voor de nabije toekomst'? ,,Wat mij te doen staat, ligt voor de hand. Los van het probleem dat ik geen geld heb, moet ik contact zien te krijgen met mijn `tussenpersonen' in Moskou. En dan wachten op verdere instructies.

,,Ik ben op doorreis, in transit. Ik heb al betaald tot Londen. Ze zullen mij in een volgende groep plaatsen.''

    • Frank Westerman