Het einde van het traditionele stadion

Sommige psychotherapeuten beweren dat een trauma kan worden verholpen door de traumatische ervaringen opnieuw te beleven. Als dit juist is, dan moet het Nederlands voetbalelftal in het kader van het door bondscoach Van Gaal afgekondigde `verwerking' van de desastreuze afloop van het Europese Kampioenschap gauw naar het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. Want daar worden in de grote zaal dagelijks alle wedstrijden van het Nederlands elftal tijdens het EK vertoond op een groot scherm.

De herhalingen zijn onderdeel van de grote tentoonstelling over stadionarchitectuur die nu bijna het hele Architectuurinstituut in beslag neemt. Deze door het bureau One Architecture vormgegeven expositie is anders dan gebruikelijk. Een oud probleem van architectuurtentoonstellingen is dat het onderwerp – gebouwen – meestal niet in het echt aanwezig is, maar slechts in de vorm van tekeningen, foto's en maquettes. Stadion, de architectuur van de massasport is een buitengewoon geslaagde poging om dit probleem op te lossen. Weliswaar staan er ook nu weer (vaak prachtige) maquettes in het Architectuurinstituut en hangen er borden met foto's en ontwerptekeningen aan de wanden, maar die zijn nu in de minderheid. Het grootste deel van de tentoonstellingsruimten wordt in beslag genomen door stukken sta- en zittribunes op ware grootte, zodat ook degenen die nog nooit in een stadion zijn geweest een beetje kunnen ervaren hoe het is om deel uit te maken van een massaspektakel. Ook is er een echte skybox nagebouwd, waar koffie en stroopwafels klaar staan, en een huiskamer die met zijn rondom een tv gegroepeerde meubels plotseling doet beseffen dat elke woonkamer een soort mini-stadion is.

Onder de skybox en huiskamer bevindt zich ook een kleedkamer, waar een groot schilderij hangt van Ronald Ophuis, de schilder die bekend werd om zijn gruweltaferelen. Maar hier hangt een voor Ophuis' doen onschuldig schilderij: drie mannen staan gewoon onder de douche zonder elkaar te verkrachten of iets dergelijks. Naast de kleedkamer geven een gangetje en een trapje toegang tot een klein voetbalveldje met kunstgras, waar de bezoekers, met het geluid van juichende en joelende menigten op de achtergrond, echt een balletje kunnen trappen.

Al deze dingen maken Stadion tot de vermakelijkste tentoonstelling van het Architectuurinstituut sinds het in 1993 open ging. Maar het knappe van de tentoonstelling is dat het niet blijft bij vermaak. Bezoekers die iets meer willen dan koffie drinken en voetballen, kunnen vanaf de tribunes niet alleen kijken naar de wedstrijden van het Nederlandse elftal, maar ook naar twee andere films. De ene is een compilatie van oude beelden over de activiteiten die in een stadion kunnen plaats vinden, variërend van begrafenissen van staatshoofden tot het houden van toespraken over de schoonheid en pracht van de Duitse jeugd. De ander bevat een kundige uitleg van een Britse architect over de overwegingen die bij het ontwerp van een hedendaags stadion een rol spelen.

Wie nóg meer wil weten over stadions, kan vervolgens een rondgang maken langs de borden met foto's en ontwerptekeningen en maquettes. Ook hier hebben de tentoonstellingsmakers gekozen voor een originele vorm: de toelichtingen hangen er niet op tekstborden bij, maar zijn gedrukt op tientallen kleine kaartjes die de bezoeker kan verzamelen, zoals hij vroeger wellicht met plaatjes van bekende voetballers deed.

Stadions blijken een uitstekend onderwerp voor een architectuurtentoonstelling te zijn. Het is een gebouwentype dat na het verdwijnen van het Romeinse Rijk met zijn amfitheaters eeuwenlang niet meer werd gebouwd. Pas toen de massasport zich omstreeks de wisseling van de 19de en 20ste eeuw opnieuw ontwikkelde, ontstond weer de behoefte aan stadions. Lange tijd was een stadion nauwelijks meer dan een aantal tribunes om een leegte waar kon worden gesport. Stadions werden gebouwd in buitenwijken, zoals het Amsterdamse Olympisch Stadion van Jan Wils uit 1928, of zelfs in een lege polder, zoals de beroemde Kuip van Brinkman en Van der Vlugt in Rotterdam.

Het ligt in de aard van een stadion dat het het grootste deel van de tijd leeg staat en dus moeilijk winstgevend te exploiteren is. Op de tentoonstelling is te zien hoe stadions zich daarom hebben ontwikkeld tot multifunctionele centra die niet alleen geschikt zijn voor voetbal en andere sporten, maar ook voor mega-concerten, dance-parties, congressen en winkels. Stadions worden steeds meer bouwwerken die, net als bijvoorbeeld het nieuwe Guggenheimmuseum in Bilbao, een stadsdeel of zelfs een hele stad nieuw leven moeten geven. Zo komt het dat Nederland en Europa worden overspoeld door een golf nieuwe musea en stadions.

De ontwikkeling van stadions is nog lang niet ten einde. De ArenA, het nieuwe Ajax-stadion uit 1996 in Amsterdam, is bijvoorbeeld slechts in beperkte mate multifunctioneel. Maar in Groningen wordt nu het door Wiel Arets ontworpen complex Euroborg gebouwd dat niet alleen een stadion bevat, maar ook appartementen, winkels, een amusementhal, een bioscoop, een restaurant, een bar, een disco en een fitnesscentrum. Met deze uitbreiding van het stadions tot complete nieuwe stedelijke centra verandert ook de vorm van het stadion. De ArenA heeft nog de klassieke kuipvorm, waar vroeger bijna elke ingenieur of architect op uit kwam als hem een stadion werd gevraagd. Maar in de nieuwe generatie stadions zijn de karakteristieke rechthoekige of ovalen stadionvormen opgelost in een groter geheel dat elke vorm kan aannemen. Het Rio Salado Crossing project, dat gaat worden gebouwd in Mesa, een voorstad van Phoenix, Arizona, is er een mooi voorbeeld van. Dit ontwerp bevat een stadion voor maar liefst 80.000 toeschouwers, maar architect Peter Eisenman heeft de tribunes verzonken in een kolossale wervelende vorm die in niets lijkt op bijvoorbeeld De Kuip of de ArenA. Zo zal het succes van het stadion als nieuw stedelijk centrum uiteindelijk leiden tot de verdwijning van het traditionele stadiongebouw.

Tentoonstelling: Stadion. De architectuur van massasport. T/m 24 sept. in: Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, Rotterdam. Geopend: di 10-21 u.; wo t/m za 10-17 u., zo 11-17u. Catalogus (uitg. NAi publishers, 224 blz.) ƒ 75,-