Evenementen

Als alles goed blijft gaan, kom ik volgende week terug op het kunstwerk waarvan een afbeelding hieronder staat. Velen hebben me de weg gewezen; sommigen de coördinaten gegeven, naar literatuur verwezen, een kaartje meegestuurd met een kruisje op de locatie, zoals vroeger de zeerovers deden om niet te vergeten waar de schat begraven lag. Dit beeld staat nu in het Beatrixpark in Amsterdam. Ik dank allen bij dezen. Het doet een stukjesschrijver veel plezier zulke brieven te krijgen. Ik ben van plan binnenkort iets te schrijven over het verhuizen van standbeelden, beeldhouwwerken, monumenten in het algemeen. Ik weet er een paar: Wim Kan en Corry Vonk, de aluminium dozen van het Spui. Er zijn er waarschijnlijk veel meer, ook vernietigde. Kent u een dergelijk geval, wilt u het mij laten weten? Het moet mogelijk zijn een kaart van Nederland te tekenen, het Nederland van de Verdwenen Sculpturen.

In Amsterdam gaat intussen het openbare debat (discours wordt het nu vaak genoemd) over `het evenement'. Het Parool heeft zijn website ervoor geopend, de Volkskrant een paar dagen geleden de vraagtekenrubriek eraan gewijd. De zomer begon met het voetballen dat in een smadelijke nederlaag werd gesmoord, maar daarna toch tot evenement omgebakken. Toen kwamen de parades en de concerten op de grachten. Op het ogenblik dat ik dit schrijf is Sail 2000 in volle gang, terwijl de laatste voorbereidingen voor de Uitmarkt worden getroffen. Als u dit leest, heeft de eerste fase van deze culturele mega-explosie zich voltrokken. Historisch, want dit is ook het eerste geval van evenementenoverlapping.

Het publieke discours heeft geen nieuws gebracht. Er zijn voorstanders, die een verontwaardigde houding aannemen, hun voorhoofd fronsen, een beetje onderuit kijken en zeggen: Mag een mens soms niet meer een beetje lol hebben! Er is al ellende genoeg in de wereld! De tegenstanders worden bang; mompelen iets over te veel van het goede en lopen door, wetend dat tegen de evenementenmoloch niet te vechten valt. Ze mogen blij zijn dat ze geen knal voor hun kanus hebben gekregen. Mij trof één zinnetje van een evenementenvijand. Het spijt me voor de auteur – ik weet niet meer in welke krant ik het heb gelezen en ik ga het niet nazoeken. Hij schreef: Zoals je vroeger in een hondendrol stapte, zo stap je nu in een evenement.

Over mijzelf, dit jaar een halve eeuw op steenworp afstand van de Dam mijn brood verdienend, mag ik zeggen dat ik gehard ben, of gestaald. De kermissen zijn gekomen, gegaan en weer gekomen. Ik heb het nationale plein tot de gekste dingen zien omtoveren (zo heet het), tot een middeleeuws kasteel, een Engelse tuin, complexen van eethallen, centrum voor tromroffelaars, levende standbeelden, zakkenrollers, vuurspugers, dammers, boekverkopers, acrobaten. Ik heb het op de schop zien gaan en er weer af zien komen, zonder dat er veel was veranderd, behalve dat de gemeente 1,2 miljoen gulden lichter was geworden. Ik heb het zien depolitiseren, van demonstratieplein voor stakers, redenaars, communisten, socialisten, opruiers en relschoppers tot openbare ruimte voor bierdrinkers en patateters. Over de Dam hoeft niemand mij iets te vertellen.

Toen ik een poosje geleden las dat het plein weer op de schop zou gaan, totaal heringericht zou worden, was dus niemand minder verbaasd dan ik. Tot er details bekend werden. Het Weekblad Amsterdam meldde dat negen gezonde vijftig jaar oude iepen die voor Krasnapolsky staan, moeten worden gekapt omdat, zoals de Dienst Binnenstad zegt, `ze niet netjes op een rij staan'. Er komt daar een weg en dan wordt het verkeer door de bomen gehinderd. Ik zou eerder het omgekeerde verdedigen. Het verkeer hindert de bomen. (Denk aan zure regen.) Maar afgezien daarvan. Het is voor het eerst dat ik het hoor: dat het niet netjes op een rij staan een reden zou zijn om iemand van de Dam te verwijderen! Zijn ze daar gek geworden.

Langzamerhand ben ik ervan overtuigd geraakt dat de beste evenementen in Amsterdam worden veroorzaakt door de gemeente zelf, als die iets op de schop neemt, zoals nu bij mij voor de deur, omgeving het Paleis gebeurt. Loopgraven, daarin de troepen, dreunende dieselmotoren van het zware materieel waarvan veel op rupsbanden, oorverdovende staccato's, kraters gevuld met lege bierblikjes, een baileybrug over een ravijn, trambestuurders die vergeefs proberen zich een weg door de chaos te bellen, meedogenloze motorrijders op de stoep, radeloze burgers van zandhoop naar zandhoop vluchtend. Een remake van Saving Private Ryan. (Kijk ook even naar de foto's in deze krant van donderdag, pagina 8).

Op het ogenblik wordt de hoofdstad op 125 plaatsen op de schop genomen. Toevallig liep ik mijn deep throat bij de gemeente tegen het lijf. We spraken over de toestand aan de fronten. Amsterdam heeft een `stadsregisseur' die er op moet toezien dat er niet aan te veel fronten tegelijk wordt gevochten. ,,Ja'', zei hij met een glimlachje, ,,de stadsregisseur is met vakantie.''

Je kunt ervoor zijn of ertegen, het evenement is zoals de dag en de nacht er zijn. Het probleem is niet het evenement zelf – het zijn de mensen die er niet genoeg van kunnen krijgen. Ik kom erop terug.