`After Tears': zuipen tot je er bij neervalt

Begraafplaatsen – ze zeggen veel over de manier waarop een volk met zijn doden omgaat. En dat zegt weer iets over dat volk. Onze correspondenten bezoeken deze zomer een begraafplaats in hun land. Vandaag: Soweto.

Een lange sliert mensen met plastic bordjes in de hand wacht geduldig op hun beurt voor een lekker maaltje. Onder het doek van de `feesttent', aan de zijkant van het eenvoudige huisje, serveert de kerkelijke vrouwenbrigade maïspap, gekookte groentes en mals gebraden vlees. Men kletst gezellig, drinkt een thuis gebrouwen biertje, lacht. Twee straten verderop staat een andere rij en elders nog een en nog een. Dit zijn de taferelen die men 's zaterdags en `s zondags in elk zwart township van Zuid-Afrika aantreft, de begrafenisfeesten na afloop van de teraardebestelling. En de uitsmijter heet `after tears': zuipen tot je er bij neervalt.

Vandaag wordt Susan Seleke ten grave gedragen, op Avalon, het immense kerkhof van Soweto. Ze stierf tien dagen geleden, net voor haar veertigste verjaardag, aan de gevreesde `a-ziekte'. Noem in de zwarte gemeenschap nooit het woord aids. Susan was huishoudster bij een blanke familie in `de stad', dat is Johannesburg. Onmiddellijk na haar dood begon de familie met het vaste traditionele ritueel. Het oudste levende vrouwelijke familielid in dit geval Susans moeder Poppy gaat op een matras in de slaapkamer zitten treuren en wenen, een plek die ze niet verlaat tot na de begrafenis. Andere vrouwen komen bij haar op visite en huilen een poosje met haar mee.

Intussen bereidt een comité van de kerk iedereen is aangesloten bij deze of gene christelijke gemeenschap de praktische gang van zaken voor in samenwerking met een begrafenisondernemer. Men zoekt een kist uit, plaatst een advertentie in het dagblad Sowetan en nodigt mensen uit voor de plechtigheid.

Mannen uit de familie gaan op zoek naar slachtvee. Afhankelijk van het te besteden budget koopt men een koe, schaap, geit of kip. In de meeste gevallen blijft het bij een schaap en een handvol kippen. De dag voor de begrafenis of op de dag zelf wordt het vee geslacht in de tuin van de overledene, door een of andere oom. De vrouwen van de kerk gaan daarna meteen koken, rekening houdend met 200 à 300 te vullen monden.

Voor het hele proces wordt ruim de tijd genomen, in Zuid-Afrika mag men gerust een lichaam enige weken in een mortuarium laten liggen. De begrafenis zelf is vrijwel altijd in het weekeinde, wanneer de meeste mensen tijd hebben. Vrijwel alle families hebben een begrafenisverzekering, maar deze is doorgaans niet toereikend om alle kosten te dekken. Temeer daar de eisen en wensen de afgelopen jaren danig zijn opgeschroefd. Bij de ingang van het familiehuis staat daarom een pot waar bezoekers geacht worden hun bijdrage in te deponeren.

Het kerkgebouw van de United Congregational Church is voor de dienst van Susan volgestroomd. Daar ligt ze, vooraan bij het altaar in haar eenvoudige kist, mooi opgemaakt, gekleed in een jurk met rode linten, omringd door een koor van ingehuurde huilers. Het gezang van de aanwezigen is prachtig, daar lopen de koude rillingen je van over de rug. Zang is altijd spontaan meerstemmig, harmonieus, met hoge uithalen van enkele vrouwen en diep bassende mannen.

Nadat dominee Zazaza lieve dingen over Susan heeft gezegd en de aanwezigen ootmoedig naar de vele toespraken hebben geluisterd, beweegt de stoet zich richting kerkhof. De kist wordt in een grote limousine geschoven van de begrafenisonderneming Negroes. De lijkwagen is uitgerust met een sirene, waarvan driftig gebruik wordt gemaakt om door het drukke verkeer heen te komen. De rest van de stoet bestaat uit personenwagens en enkele gehuurde bussen, voor de mensen zonder eigen vervoer.

Bij het graf schurken familie en vrienden van Susan dicht tegen elkaar aan. Het echte afscheid is gekomen. Men zingt weer, een vrouw slaat op een met schuimrubber gevulde zak het ritme. De dominee spreekt, de kist daalt, waarna de omstanders het graf met aarde vullen en er bloemen op leggen. Als de plechtigheid achter de rug is, gaan allen terug naar Susans huisje. Bij de ingang staan een paar grote teilen gevuld met water. De bezoekers moeten daarin hun handen wassen als reinigingsritueel, waarna men aanschuift voor de maaltijd en het drinkgelag.

De begrafenis van Susan Seleke is nog tamelijk sober en traditioneel. Menige moderne zwarte begrafenis is heden ten dage een show geworden, en vaak een hele dure. Begrafenisondernemingen beleven in Zuid-Afrika gouden tijden. Met een verdrievoudiging van het aantal sterfgevallen sinds 1995 tot 700.000 een rechtstreekse gevolg van de aids-epidemie is het karakter van de begrafenisplechtigheid in de zwarte gemeenschap veranderd. Hoe het is gekomen weet niemand meer.

De oudere zwarte generatie spreekt er schande van, zoals Doc Bikitsha in de Sowetan. ,,Doodgaan was nooit leuk, maar nu is er niets meer aan. Begrafenissen zijn veranderd van de goedkope, waardige rituelen van voorheen in dure, meestal belachelijke spektakels'', zegt Doc. Fraaie kisten, chique modekleren voor de nabestaanden, lijkwagens die als VIP-limo's in New York niet zouden misstaan, het vormt allemaal onderdeel van `de begrafenis van nu'. Doc klaagt verder: ,,De maaltijden bestaan uit `specialiteiten van de chef', salades en andere high society kost.'' Hij heeft gelijk, in Soweto is het een bekend gegeven dat veel moeders in het weekeinde het koken overslaan. Het gezin haalt zijn maaltijden wel in de een of andere begrafenisstoet, want je mag altijd ergens aanschuiven, ook al kende je de overledene niet.

De `after tears' bij Susan Seleke duurt niet zolang, de drankvoorraad was beperkt, de mensen gaan naar huis. Het is een uur in de middag, Susans enige dochter, Itumeleng van 11, loopt verdwaald rond. Robala ka kagiso mokwena, rust in vrede Susan.

    • Lolke van der Heide