Wortels zijn oranje zuurstokken

Wat een vilein erwtje ligt daar op een groot wit bord. Je zou het niet graag opeten, met zijn schele oogjes en zijn bedenkelijke mondje. Lola lust het erwtje niet. En zijn vele broers en zusters evenmin. Dat lust ik niet! van de Engelse Lauren Child is een prentenboek over eten.

Veel kinderen zaniken over eten. Dit is niet lekker en dat ruikt raar en daar zitten enge groene dingetjes in. Zo ook Lola, een `klein en best wel grappig' zusje. Grote broer Karel moet haar voeren. Maar hoe? En wat?

De platen van Dat lust ik niet! zijn collages. Er wordt tegenwoordig heel wat afgeknipt en geplakt in prentenboeken. Vaak zijn die illustraties slappe en schaamteloze imitaties van de Duitse kunstenaar Wolf Erlbruch en zijn Van de mol die wilde weten wie er op zijn kop gepoept had en Mevrouw Meijer, de merel. Maar Lauren Child tekent (en knipt) volstrekt anders.

De hoofdpersonen van Dat lust ik niet!, Lola en Karel, zijn slordige strip-poppetjes met grote scheve ogen en warrig haar. Lola zit voornamelijk aan tafel, een immense, schier oneindige tafel (zoals een klein kind een tafel ervaart), met een blad van fineer. Gefotografeerd fineer. Veel van de etenswaar, een rij wortelen, een aardappel, het bord erwten, zijn ook gefotografeerd. De achtergrond bestaat uit drukke patronen van wat waarschijnlijk cadeau- of behangpapier is. De combinatie met de snelle striptekeningen met hun stevige zwarte contour is origineel en erg grappig. De eenvoudige, maar al even geestige teksten zijn zo afgedrukt, dat ze deel uitmaken van de tekening. Van de zin `Bah!/ik/lust/geen/worteltjes!' is elk woord afgedrukt op een (gefotografeerd) worteltje. Op een andere plaat liggen de zinnen bijvoorbeeld op de planken van de keukenkastjes.

Karel krijgt zijn zusje aan het eten met een list. `Dat zijn geen erwtjes. Tuurlijk zijn dat geen erwtjes. Dat zijn groene toverballetjes uit Groenland.' `Denk je dat dat worteltjes zijn? Het zijn oranje zuurstokjes van Jupiter.' Op de plaat zie je Lola, nu met een voorzichtig lachje, in de ruimte op Jupiter zitten, naast een groen ruimtemannetje met puntoren. Ze pakt net een wortel. Dit boek kan voorgoed een einde maken aan al het kindergezeur over eten.

Als ik eens een wens mocht doen van de Duitse Franz Hohler is meer een voorleesboek voor kinderen vanaf een jaar of vijf, dan een echt prentenboek. De tekst is wat al te uitvoerig, terwijl de tekeningen van Rotraut Susanne Berner al veel vertellen. Je ziet hoofdpersoon Roosje rennen, een dik en oenig meisje, ver achter een rijtje andere kinderen, op haar hielen gezeten door een slak. Je ziet Roosje zingen, voor een juf die met vermoeid gesloten ogen haar oren dichthoudt. Andere kinderen lachen steels achter hun hand. Roosje is ongelukkig, zoveel is duidelijk.

Dankzij de illustraties is dit boek levendig en verrassend. Rotraut Susanne Berner, die eerder onder meer Mijn vader van Toon Tellegen illustreerde, tekent alles nou eenmaal net anders dan je het verwacht. De fee die Roosje komt bezoeken, driemaal zoals het hoort (voor drie wensen), heeft geen lange krullen en wimpers. Noch een gazen rokje. Deze fee lijkt verbazend veel op Roosje's groene bedlampje. Haar rok is een stijf wit kapje, haar haren zijn een stijf gekruld kort pruikje, ze heeft een bril en een puntneus.

Deze illustraties zetten het verhaal op losse schroeven. Komt die fee nu echt, of droomde Roosje toevallig drie keer over een fee? Rond haar nachtlampje vliegt, als de fee komt, telkens net een libelle. Traditiegetrouw vergeet Roosje tot drie keer toe haar liefste wens: zijn zoals andere kinderen. Ze wenst blauwe schoenen, een rode pen en een papegaai. Met deze bescheiden middelen komt alles toch nog goed in Roosjes leven. Een opwekkend boek.

Lauren Child: Dat lust ik niet! Vertaald uit het Engels door Rindert Kromhout. Van Goor, 32 blz. ƒ22,50

Fransz Hohler: Als ik eens een wens mocht doen. Met illustraties van Rotraut Susanne Berner. Vertaald uit het Duits door Elly Schippers. Querido, 32 blz. ƒ25,-

Nederlandse literatuur

    • Judith Eiselin