Terug in Den Haag

DAT OOK HET reces van politiek Den Haag langzamerhand ten einde loopt, kan deze week weinigen zijn ontgaan. Er waren de nodige Tweede-Kamerleden die vooruitlopend op het eerste parlementaire samenzijn aankondigden `opheldering te zullen eisen', de eerste spanningen binnen politieke partijen konden ook al weer worden genoteerd, maar bovenal waren er natuurlijk de jongste cijfers van het ministerie van Financiën met wederom nieuwe meevallers. Nog steeds stromen de miljarden binnen.

Veel Tweede-Kamerfracties houden dezer dagen ergens in de bossen of andere idyllische plekken hun traditionele `bezinningsbijeenkomst', bedoeld om de grote lijnen voor het nieuwe politieke seizoen uit te zetten. Dat dit voor de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 in een veel meer ontspannen sfeer gebeurt dan een jaar geleden, is evident. Toen had de coalitie net een crisis achter de rug en was nog de vraag hoe dit bedrijfsongeval verder zou uitwerken op de interne verhoudingen. Rust en aanhoudende economische meewind blijken het afgelopen parlementaire jaar hun heilzame uitwerking te hebben gehad op de coalitie als geheel. Waar een jaar geleden nog door velen rekening werd gehouden met een voortijdig definitief einde van de paarse samenwerking, is de overheersende stemming nu toch dat het sociaal-liberale kabinet de reguliere termijn ongestoord kan volmaken. Geen van de drie coalitiepartners heeft momenteel enig particulier belang bij een kabinetscrisis, waarbij nog komt dat de aanhoudende economische groei die het regeren zo plezierig maakt wel zo verslavend werkt.

ALS EEN ONBEKOMMERDE voortzetting van de coalitie tot 2002 thans het meest waarschijnlijk lijkt, is de vraag hoe kabinet en coalitiepartijen met dit politieke gegeven denken om te gaan. Vaak lijkt het dat Paars 2 zichzelf als al halverwege beschouwt, maar paars is pas halverwege. Dit ogenschijnlijk semantische verschil is bepalend voor de houding die de komende tijd ten aanzien van het regeren wordt aangenomen.

De meer dan gunstige ontwikkeling van economische parameters hebben ertoe geleid dat veel van de financieel-economische doelstellingen die in het regeerakkoord van 1998 werden geformuleerd, nu al zijn gerealiseerd. Het financieringstekort is omgeslagen in een financieringsoverschot, de staatsschuld neemt af en de economie als geheel draait als een lier.

Het kabinet-Kok heeft te maken met het spiegelbeeld van het derde kabinet-Lubbers. Destijds werden de kabinetsvergaderingen gedomineerd door het opvangen van de financiële tegenvallers, nu gaat het om het besteden van de meevallers. Het laatste is vanzelfsprekend aanzienlijk eenvoudiger dan het eerste. Los van de conjunctuur heeft ook het andere begrotingsbeleid dat minister Zalm (Financiën) bij zijn aantreden in 1994 introduceerde, aan de rust bijgedragen. De zogeheten `Zalmnorm' geeft nauwkeurig aan hoe met meevallers en tegenvallers aan zowel de inkomsten- als de uitgavenkant moet worden omgegaan.

Toch is hiermee niet alles opgelost, zo blijkt nu. De Zalm-norm zegt weliswaar hoe de meevallers besteed mogen worden (simpel gezegd: lastenverlichting dan wel extra uitgaven), maar laat zich niet uit over de verdere invulling. En zodoende krijgt de besteding van meevallers aan extra uitgaven toch een sterk ad hoc karakter. Dit keer vallen onderwijs, zorg en defensie in de prijzen, de volgende keer wellicht weer andere categorieën. Deze wijze van geld verdelen contrasteert sterk met de minutieuze boodschappenlijst in het inmiddels achterhaalde regeerakkoord.

HET KABINET-KOK heeft er twee jaar op zitten en heeft nog bijna twee jaar te gaan. Politieke partijen maken zich op voor het opstellen van de verkiezingsprogramma's voor 2002. Steeds vaker wordt er gefilosofeerd over het volgende regeerakkoord. Vergeten lijkt te worden dat er nog twee volle jaren en naar verwachting ook rijke jaren resten. Nu al is duidelijk dat de veelbesproken posten onderwijs en zorg niet alleen geld nodig hebben, maar vooral ook een visie hoe de structurele problemen in deze sectoren kunnen worden opgelost. Zo zijn er meer vraagstukken die niet hoeven te wachten op een nieuw verkiezingsprogramma, maar nu om politieke keuzes vragen. Nu het regeerakkoord grotendeels is uitgevoerd, is het tijd voor een nieuwe agenda.