Sluiten Huize Doorn is een slechte zaak

De aangekondigde sluiting van Huize Doorn doet geen recht aan het unieke karakter van de plek en de inventaris die de eertijdse bewoner, keizer Wilhelm II, heeft aangelegd, meent Hanno Wupper.

Zijn bagage kwam later. Toen de Duitse keizer Wilhelm II op 20 november 1918 vanuit het Belgische Spa naar Nederland uitweek, verbleef hij aanvankelijk op kasteel Amerongen. Twee jaar later betrok hij het door hem aangekochte `Huize Doorn' en arriveerde de bagage, verdeeld over 58 goederenwagons. Familiespullen uit zijn zeventig paleizen. Wat zijn voorouders door de eeuwen heen hadden verzameld, kreeg een plek in `Huize Doorn'. Tezamen met 40 lakeien was althans íets van de grandeur waarmee de keizer zich in zijn land van herkomst wist omringd, gered.

Tachtig jaar later staat alles nog op zijn plek. Het pand ademt niet alleen de geschiedenis van Europa van de laatste vier eeuwen, het geeft ook een ontroerend beeld van het karakter van zijn merkwaardige laatste bewoner, die op 4 juni 1941 stierf.

Men ziet er niet alleen schilderijen en meubels uit privé-vertrekken van de belangrijkste Pruisische paleizen en dingen uit het persoonlijk bezit van bijvoorbeeld Frederik de Grote, maar ook persoonlijke foto's van koningin Victoria en van de Oranjes. Kitsch en kunst hangen door elkaar. Er liggen `hebbedingetjes', brieven en boeken met persoonlijke aantekeningen. Een beeldje van Frederik de Grote als rookverdrijver staat naast het originele schilderij van hem dat in talloze geschiedenisboeken is afgebeeld. Eén meubelstuk ontbreekt: de stoel waarop Göring tijdens zijn bezoek aan Doorn heeft gezeten, heeft Wilhelm II laten verbranden.

Het geheel vormt geen museale collectie – het is de inventaris van een, zij het heel bijzonder, woonhuis. Dat ervaren bezoekers die zich verwonderd afvragen hoe dit alles bij elkaar heeft kunnen komen: de gouden serviezen waarvan de laatste Russische tsaar heeft gegeten, de persoonlijke brieven, de haarborstels van keizerinnen en koninginnen en sculpturen uit de Oudheid. De verhaallijnen uit de roman van Harry Mulisch De ontdekking van de hemel vallen in het niet vergeleken met de lijnen die in Huize Doorn bij elkaar komen.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is Huize Doorn in het bezit van de Nederlandse staat. Misschien omdat alles wat aan Duitsland herinnert in Nederland niet erg in trek is, is de onschatbare waarde van het interieur dat Wilhelm II met zoveel wagons over heeft laten komen, niet bij iedereen bekend. Zeker niet bij de staatssecretaris van Cultuur, R. van der Ploeg. Hij is voornemens Huize Doorn met ingang van 1 januari volgend jaar te sluiten en de inventaris te verkopen. Omdat de collectie `niet uniek' is en `te eenzijdig' en omdat er geen `directe banden' met Nederland zouden zijn. Als het niet zo treurig was, zou je je schouders ophalen en denken: die man weet niet beter en overgaan tot de orde van de dag. Maar het ís treurig dat een Raad voor Cultuur die de staatssecretaris het advies tot sluiting en verkoop van de inventaris heeft gegeven, het unieke karakter van de inventaris niet onderkent.

Inderdaad, een servies uit het voormalige stadspaleis van Berlijn, heeft weinig met Nederland te maken, maar betekent dat ook dat de 45.000 Nederlanders die jaarlijks Huize Doorn bezoeken er straks niet meer naar mogen kunnen kijken, in casu ervan mogen genieten? Inderdaad heeft ook de snuiftabakdozenverzameling van Frederik de Grote weinig met Nederland te maken - maar sinds wanneer is de vraag of een tentoongesteld voorwerp `iets met Nederland te maken heeft' het criterium voor behouden of verkopen? Moet het Stedelijk Museum in de nabije toekomst soms alleen Nederlandse meesters tonen om verzekerd te blijven van overheidssubsidie?

De adviseurs van de staatssecretaris, in dit geval de Raad voor Cultuur, vinden dat Het Loo voldoende te bieden heeft. Maar Het Loo is totaal iets anders dan Huize Doorn. Het Loo is een prachtig gebouw dat eerst helemaal leeg is gehaald en waar vervolgens een tentoonstelling van meubels uit verschillende stijlperiodes is ingericht. Over geschiedenis en over interessante personen vertelt het weinig. Tippen aan al die dingen in Huize Doorn kan alleen dat ene autootje dat prins Claus voor zijn kinderen heeft gemaakt.

Het is niet uitgesloten, ja zelfs denkbaar, dat wanneer de inventaris van Huize Doorn wordt verkocht, deze in (brok)stukken overal en nergens terechtkomt. Hier een foto van koningin Victoria, daar een haarborstel van een keizerin en de snuiftabakdozenverzameling van Frederik de Grote natuurlijk terug naar Potsdam – want daar hoort hij, in de opvatting van de Raad voor Cultuur: Frederik de Grote was immers de koning van Pruisen.

Dit onwenselijke vooruitzicht hoeft niet bewaarheid te worden. Maar dan moet elders financiële steun gevonden worden zodat wat zich in Huize Doorn bevindt daar ook behouden kan blijven.

Dr. H.Wupper is universitair hoofddocent informatica aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

elkaar blijven

    • Hanno Wupper