Romantische nood

De biograaf Richard Holmes is bekend van twee uitvoerige werken, over Shelley en over Coleridge; van kortere boeken en artikelen over schrijvers uit de jaren tussen 1780 en 1850; en in Nederland van zijn Huizingalezing uit 1997. `Romantic biographer' noemt hij zich in de ondertitel van zijn nieuwe boek niet voor de eerste keer. `Romantic' om de periode waaruit hij zijn onderwerpen kiest, en om zijn onderzoekmethode waarin hij het verleden oproept met meer vereenzelviging en verbeeldingskracht dan wetenschappelijk gestemde biografen toelaatbaar vinden. Bij de verzamelde essays in Footsteps was er één over Shelley (een toevoeging aan de biografie) waarin hij verkondigde dat hij zich zo kon inleven in een historische figuur dat hij dingen van ze weet (gedachten, handelingen) die nergens gedocumenteerd staan zodat anderen ze alleen durven te vermoeden.

Holmes moet toch niet aangezien worden voor een schijver van een goed soort historische romans. Hij is een verteller die zijn lezer animeert, maar hij richt zich op wat er werkelijk geweest is, niet op het mooie verhaal. Sidetracks, zoals die titel doet verwachten een collectie stukken over verschillende personen, is minder opzienbarend dan dat vorige boek omdat wij de auteur al kennen en hij minder uitpakt over zijn biografische opvattingen. Voor lezers die in de afgelopen dertig jaar The Times hebben bijgehouden zal zowat de helft van het boek een tweede ronde zijn, want daar hebben negen van de essays oorspronkelijk ingestaan. Niet de eerste, over de jonggestorven achttiende-eeuwse dichter Thomas Chatterton. Dat is in 1970 verschenen in Cornhill Magazine. Het was een vondst om Chatterton onder de aandacht te brengen die toen minder dan nu erkend werd als een jammerlijk verloren gegaan talent en Holmes heeft hem zo grondig en meeslepend behandeld dat hij meteen een begin aan een carrière had gemaakt.

Bij de sterkste stukken, zoals dat over Chatterton, deelt de lezer in de ondervinding van de levens die Holmes beschrijft. De meeste houden zich bezig met niet meer dan een korte periode of een aspect, dat is dan al genoeg. Een van de figuren die zich bijna in zijn geheel laat destilleren uit elf pagina's is Jean-Gaspard Deburau die de rol van Pierrot speelde in het Parijse theater van de Funambules in de jaren 1830 en '40. Hij werd zo expressief als de zwijgende clown met het witte gezicht, gesjochten maar niet verslagen, dat hij een aanhang won uit alle lagen van de bevolking. In 1836 sloeg hij in woede een man dood die hem sarde op straat. Hij werd vrijgesproken, en zijn aanzien groeide nog in de laatste tien jaar voor zijn dood. Zijn rol leefde voort in de filmgeschiedenis: hij was het voorbeeld voor Jean-Louis Barrault in Les Enfants du Paradis.

Ook Shelley komt er opnieuw goed af, met een hoorspel voor de BBC uit 1992 over de laatste dagen voordat hij verdronk bij de Italiaanse kust. Een soortgelijk hoorspel is er over de tijd voor de zelfmoord van een andere oude vriend van Holmes, dat wil zeggen iemand over wie hij eerder geschreven heeft: Gérard de Nerval, de arme geesteszieke Parijse dichter, een even expressieve vertegenwoordiger van de romantische nood als Deburau.

Het langste essay zullen sommige lezers beter kennen dan de stukken uit de Times, onder de Nederlandse titel waarmee het in 1988 bij Contact is verschenen, De feministe en de filosoof. De feministe is Mary Wollstonecraft, de filosoof William Godwin met wie zij in de jaren 1796 en '97 samenwoonde totdat zij stierf na de geboorte van hun dochter, die de vrouw van Shelley zou worden. Het uitgangspunt is de Memoir die Godwin na de dood van zijn vrouw over haar geschreven heeft, de thema's zijn zowel haar rol in de vrijmaking van de vrouw als de zijne in de vrijmaking van de biografie. De tekst is in deze vorm niet eerder in het Engels gepubliceerd, alleen een korte eerdere versie die de Penguin-uitgave van de Memoir inleidde.

Chatterton, Shelley, de Nerval, Wollstonecraft: die vier zouden genoeg zijn om een heel aantal lezers voor het boek te winnen. En dan zijn er nog Nadar, Maturin, John Stuart Mill, Lord Lisle, Voltaire en de anderen. Het is moeilijk voorstelbaar dat iemand in deze lectuur geen plezier zou hebben, hoewel er ook stukken tussen staan die een minder bezielde biograaf even goed had kunnen schrijven en aan de Times kunnen sturen.

Sidetracks is ingedeeld in rubrieken, ieder met een voorwoord waaruit telkens een vergenoegde stemming spreekt. In het begin was ik geneigd daar stroef op te reageren: zo opgewekt hoeft ook weer niet. Achteraf klinkt de toon beminnelijk door. De Nederlandse lezer die nog eens naar de buitenkant kijkt bij het nadenken over wat er allemaal in staat, voelt zich bovendien betrokken omdat de omslag een van Breitners foto's toont: de Haarlemmerstraat van Amsterdam in 1906, met de boog van een trambaan en zwarte schaduwfiguren van wandelaars. Is het een compliment aan de uitgeverij Contact of geldt de Haarlemmerstraat van honderd jaar geleden als een romantische buurt? De vraag blijft onbeantwoord, de foto spreekt onverstaanbaar voor zichzelf.

Richard Holmes: Sidetracks. Explorations of a Romantic Biographer. HarperCollins, 420 blz. ƒ86,15

[streamliner]

Holmes is een verteller die zijn lezer animeert, maar hij richt zich op wat er werkelijk geweest is

Buitenlandse literatuur